Recente updates Pagina 2 Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • Raymond Thielens 11:35 am op October 27, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Studiomuzikanten 

    Eind jaren vijftig, begin jaren zestig waren vele sessiemuzikanten actief in studio’s van o.a. New York, Nashville, Memphis, Detroit en Muscle Shoals, tot Los Angeles, waar de Wrecking Crew opereerde. De zwarte muziekscene hadden hun eigen studiocollectief, namelijk The Funk Brothers voor het Motown-imperium van Berry Gordy. Bij de American Sound Studio hadden ze The Memphis Boys.

    In de jaren zestig had de meer-sporen opnameapparatuur (multi-tracking) veel minder mogelijkheden dan tegenwoordig. De instrumentale backing-tracks (beginopnames voor een nummer, gewoonlijk bestaand uit ritmesectie met basgitaar, waaraan later de andere instrumenten worden toegevoegd) werden vaak “hot” opgenomen met een groep muzikanten die live in de studio speelde.  De muzikanten moesten op afroep beschikbaar zijn zodat producenten op het laatste moment nog aan-, in- of opvullingen konden toevoegen. 

    Omdat Pete Best niet de allerbeste drummer was, werd hij bij de Beatles vervangen door Ringo Starr voor de vaste bezetting. Zelfs Ringo werd bij latere opnames en/of live-optredens af en toe vervangen door een sessiemuzikant onder andere door Andy White, Jimmy Nicol (wegens ziekte Ringo). Voor de eerste opnames in Duitsland als begeleider van Tony Sheridan werd Pete Best ook vervangen door Bernard Purdie. 

    Wie snuffelt op lp’s en cd’s naar de begeleidende bezetting van de artiesten zal merken dat dikwijls dezelfde namen terugkeren.

    Bij de Wrecking Crew waren de bekendste namen per discipline die veel gevraagd werden:

    Drums = Hall Blaine, Jim Keltner, Earl Palmer; Gitaar = James Burton, Glen Campbell, René Hall, Carol Kaye, Dr. John, Tommy Tedesco; Toetsen= Leon Russell, Larry Knechtel, Jimmy Webb; Basgitaar = Carol Kaye, Larry Knechtel; Sax en fluit = Jim Horn.

    Bij de Funky Brothers waren de bekendste:

    Drums = Benny Benjamin, Uriel Jones, Richard Allen; Gitaar= Eddie Willis, Joe Messina, Robert White; Basgitaar = James Jamerson, Bob Babbitt; Toetsen = Earl Van Dyke, Joe Hunter.

    Bij de Memphis Boys waren het:

    Drums = Gene Chrisman; Gitaar = Reggie Young; Toetsen = Bobby Wood, Bobby Emmons; Basgitaar = Mike Leech, Tommy Cogbill.

     
    • Rony Vercauteren 3:16 pm op oktober 28, 2019 Permalink | Beantwoorden

      Studiomuzikanten zijn dikwijls onderschatte talenten. Een voorbeeld hiervan is Steve Cropper een bekende naam die ik een beetje mis in uw lijstjes.
      Hij is gitarist, componist en producer en werkte voor Stax Records van 1961 tot 1970. Als studio- en sessiemuzikant was hij medeoprichter van Booker T and the MG’s en scoorde met nummers als Green Onions en Pass the Peas. Hij schreef samen met Eddy Floyd de hit Knock-out on Wood. Componeerde mee In the Midnight Hour van Wilson Pickett en Dock of the Bay van Otis Redding die omkwam in een vliegtuigcrash terwijl het nummer nog niet af was. Cropper kreeg opdracht van de platenfirma om het nummer onmiddellijk af maken zodat zij het nog binnen de week na de dood van Otis konden uitbrengen. Het werd zoals verwacht een monsterhit. Zo zie je maar de een zijn dood is letterlijk de ander zijn brood. Mick Jagger vindt het één van de beste songs mede door zijn eenvoud en had graag zo een song op zijn palmares gehad. Als gitarist eindigde Steve Cropper nog tweede op een all time ranking na Jimi Hendrix.

      Like

      • Raymond Thielens 7:44 am op oktober 30, 2019 Permalink | Beantwoorden

        Ja, Glen Campbell en Dr.John (Mac Rebennack) hebben NADIEN ook een eigen carrière uitgebouwd zoals Cropper met zijn Booker T & the MG’s, maar bij mijn weten heeft Steve Cropper VOORDIEN nooit meegespeeld in een studiocollectief van steeds wisselende onafhankelijke huurlingen. Alle leden van de drie voornoemde groepen schreven ook geen liedjes, zoals Cropper wel deed, maar fungeerden louter als muzikanten op aanvraag zonder meer. Soms leverden ze een bijdrage (zoals een riff en dan denk ik aan Carol Kaye) maar werden als tekstschrijver of componist nooit vermeld. Daarom dat ik deze mensen eens “in the picture” wilde zetten, want voor de doorsnee muziekliefhebber waren ze (en zijn ze nu nog) onbekend. Dat kan niet gezegd worden van Cropper, die als auteur mee vermeld stond op de hoes en vinylplaat. En over de benaming “onderschat”, valt ook te discussiëren in het geval van Cropper.

        Like

  • Raymond Thielens 7:37 am op October 7, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Topspionnen in de 20ste eeuw: Kim Philby en Richard Sorge 

    Murray Sayle, journalist voor de Sunday Times  die Philby interviewde na zijn bekentenis dat hij dubbelspion was ten voordele van de USSR merkte de overeenkomsten op tussen beide spionnen: beiden waren journalist, kinderen van expatouders en als jongvolwassene in de ban geraakt van het communisme. Het mechanisme schijnt bij beiden vrijwel hetzelfde geweest te zijn: na de constatering dat alcohol onmiddellijke vriendschap betekent, en een bar de ideale plaats is om informatie los te krijgen – en de ontdekking, die veel dronkaards hebben gedaan, dat drank directe verlichting van knagende angst biedt – gingen de twee spionnen aandacht trekken met hun gedrag in de veronderstelling dat niemand zou denken dat openlijk vertoon een vorm van camouflage is. Beide spionnen kregen als eerbetoon een postzegel in de Sovjet-unie. Philby in 1990. Sorge in 1965.

    Sorge informeerde over de aanval in Pearl Harbor, maar Stalin hield de info bewust achter voor de Amerikanen. Via zijn contacten op de Duitse ambassade in Tokio kwam hij gedetailleerde informatie te weten over Operatie Barbarossa, de Duitse aanval op de Sovjet-unie. Hij wist de exacte dag en uur van de Duitse aanval op Rusland door te spelen. Maar omwille van het met Hitler gesloten niet-aanvalspact vond Stalin het ongeloofwaardig en de chef van de militaire inlichtingendienst volgde hem hierin lijdzaam en verdraaide de verkregen info van Sorge om Stalin terwille te zijn. Sorge verloor daardoor zijn vertrouwen in de sovjetleiding en ging nog meer drinken. 

    Volgens Wikipedia baseerde Ian Fleming, de schrijver van de James Bond boekjes, zich op vier verschillende personen voor zijn personnage, in ieder geval geen Philby noch Sorge. En ook niet op Lionel Crabb, een officier in de marine-inlichtingendienst die Fleming zeer goed gekend heeft en naar de Sovjet-Unie gestuurd werd als dubbelspion van MI6. Zijn dood, totaal onbekend, wordt het Crabb-mysterie genoemd en was de inspiratie voor het plot van Thunderball, waarin Bond de romp van de Disco Volante gaat onderzoeken, het jacht van Emilio Largo. Sorge kon ook zo in de schoenen van Bond gestapt hebben:  hij creëerde de indruk van een playboy, een nietsnut te zijn die er maar op los leefde, het absolute tegendeel van een scherpe en gevaarlijke spion. In ieder geval heeft Fleming zijn inspiratie opgedaan tijdens zijn carrière in de Britse geheime dienst, en zijn creatie was een mengelmoes van gebeurtenissen en mensen, die hij kende, om de James Bond-held te boetseren. Het succes van zijn boekjes explodeerde na het uitbrengen van de eerste film Dr.No. Toeval of niet, dezelfde tijd toen het Profumo spionnage schandaal losbarstte, het zal in ieder geval bijgedragen hebben tot het boom-effect op de verkoop van zijn boeken.

    Kim Philby vluchtte na zijn bekentenis in Libanon tegen zijn beste vriend John Elliott naar Rusland, waar hij een rustige oude dag doorbracht en op 76-jarige leeftijd stierf in 1988. Hij wordt ook beschouwd als de vierde mol in het Christine Keeler schandaal, waar ook spionnage ten voordele van de Sovjet-Unie de val betekende van minister Profumo. Londen stond toen op zijn kop en Premier Harold Macmillan heeft Philby toen vrijgepleit van schuld, ten onrechte zoals later bleek.

    Sorge won het vertrouwen van het Duitse ambassade personneel in Tokio. Paul Wenneker werd zijn meest toegewijde drinkebroer en informant. Ambassadeur Eugen Ott had zo’n onwrikbaar vertrouwen in Sorge dat niks Richard verontrustte. Na zijn ontmaskering eind 1941 door onderschepte berichten van de Japanse inlichtingendienst, bracht hij twee jaar in hechtenis door, terwijl hij stevig ondervraagd werd. Uiteindelijk werd hij in 1944 in Tokio opgehangen.

    Het belang en de verdienste van Sorge’s spionnage-activiteiten heeft Stalin de volstrekte zekerheid gegeven dat hij niet moest vrezen dat de Japanners in het oosten een tweede oorlogsfront zouden openen. Dit gaf hem de mogelijkheid om al zijn troepen te concentreren in het westen om Hitler te stoppen en tegelijkertijd de tegenaanval in te zetten. Sorge’s bijdrage was aldus bepalend voor de afloop van de tweede wereldoorlog. Zeggen dat D-Day het keerpunt was, is dus totale onzin; de gealllieerden hebben alleen belet dat de Russen heel Europa onder de voet zouden gelopen hebben. Tenandere uit onlangs vrijgekomen documenten is gebleken dat Stalin tijdens het ondertekenen met Hitler van het niet-aanvalspact, zelf al een aanvalsplan liggen had om Hitler aan te vallen en heel Europa te veroveren.

    Correctie: De Pearl Harbor saga van Sorge is onwaar en nooit bewezen. Waarom ik het dan toch vertel, is omdat het in vele boeken over Richard Sorge zo aangehaald wordt. Het verhaal is ontsproten uit de koker van Hans-Otto Meissner, een Duitse collega van Sorge op de ambassade, toen hij in 1955 het boek “De Zaak Sorge” schreef, een amalgaam van memoires en fictie. Het verhaal is nadien een eigen leven gaan leiden. Natuurlijk is de figuur en de avonturen van Richard en het manische wantrouwen van Stalin, wel de aanleiding om zo’n verhalen te doen ontstaan. Sorge was zo’n charismatische man dat verschillende vrouwen, die een affaire hadden met hem, vele jaren later bij hun ondervraging over de details ervan, terug in vuur en vlam schoten. Feit is wel dat iedereen die hij meetrok in zijn spionnenring de dood injoeg, uitgezonderd het echtpaar Max en Anna Clausen, zijn vertrouwde radiotelegrafist die al zijn berichten doorzond naar Moskou. Tijdens zijn ondervraging waren de Japanners in volle bewondering voor zijn elektronische vindingrijkheid. Zij overleefden de oorlog en werden bevrijd door de geallieerden.

     
  • Raymond Thielens 11:21 am op September 30, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Tab Hunter in Hollywood 

    Verleden jaar in juli 2018, overleed de 87-jarige acteur-zanger Tab Hunter.  Voor de oudere muziekliefhebbers zal er allicht een belletje rinkelen als ik zeg dat hij de country-single “Young Love” naar de hoogste regionen van Billboard zong en zelfs “Too Much” van Elvis Presley in februari 1957 van de eerste plaats wegduwde, tot diens ergernis, temeer omdat Hunter gebruik had gemaakt van Elvis’ background groep The Jordanaires bij de opname in Nashville. Waarom schrijven over Tab Hunter die voor de meerderheid relatief onbekend is? Omdat hij in menig opzicht een meer dan opmerkelijk levenstraject doorliep als homo in een tijdvak dat deze geaardheid  allerminst aanvaard werd. Daarom ook dat hij slechts 5 jaar voor zijn dood trouwde met zijn 28 jaar jongere levenspartner Allan Glaser, in 2013 als 82-jarige, waarmee hij een relatie had van 35 jaar.

    Hunter, geboren als Arthur Kelm, als zoon van een Duitse vrouw die in 1927 naar Amerika geëmigreerd was en daar trouwde met Charles Kelm. Arthur had ook een oudere broer Walter die later sneuvelde in de Vietnam oorlog. Het huwelijk was een kort leven beschoren en na de scheiding liet zijn moeder hun namen veranderen naar haar meisjesnaam Gielen. Om in hun onderhoud te voorzien werd zij stewardess op een passagiersschip, maar wegens haar vele afwezigheden, werden de zoons al vlug zeer zelfstandig. In die tijd leerde hij Dick Clayton kennen, een homosexuele acteur, waar hij bij bleef logeren. Clayton introduceerde hem bij de filmagent Henry Willson. Deze laatste was voor vele acteurs de toegangspoort tot een succesvolle acteercarrière, maar hij stond ook bekend als jager op mooie jongens. Tony Curtis zei ooit van hem: “Iedereen die bij hem onder contract kwam, was verplicht zich aan hem sexueel te onderwerpen.” Wilsson was onder de indruk van de hoogblonde, atletisch gebouwde Arthur en liet hem acteerlessen volgen. Willson wijzigde zijn naam in Tab Hunter. Na wat vergeefse pogingen kreeg hij uiteindelijk toch een hoofdrol te pakken en de trein was vertrokken. Als 18-jarige met ontbloot bovenlijf droomden de tienermeisjes van hem, terwijl hijzelf verliefd werd op kunstschaatser Ronnie Robertson. Maar de katholiek opgevoede Hunter worstelde met zijn geweten over zijn homo-inborst en toen hij zijn beklag hierover maakte bij Clayton stelde die hem gerust: “Een penis heeft nu eenmaal geen geweten!”.

    Toen hij op een dag terugreed naar huis en onderweg stopte aan het befaamde Chateau Marmont, een hotel dat bekend stond als ontmoetingsplaats voor bekende filmacteurs, ging hij er zwemmen en nadat hij bij het verlaten van het zwembad een handdoek omsloeg, werd hij opgemerkt door  Anthony Perkins (bekend van de Hitchcock-thriller Psycho), die hem aansprak, waarna beiden een sexuele verhouding startten, die enkele maanden bleef duren tot beiden in de running waren voor een filmrol en Perkins ermee ging lopen en meteen het einde inluidde van hun relatie. Daarna ontmoette hij filmproducer Allan Glaser dat zijn levenspartner werd tot aan zijn overlijden.

     
  • Raymond Thielens 2:12 pm op September 13, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Wie of wat werd JFK fataal? 

    President worden van de grootste natie ter wereld was de ambitieuze droom van Joe Kennedy, de pater familias van de Kennedy-clan. Door zijn twee handicaps werd het hem onmogelijk gemaakt. De eerste handicap was dat hij geen “native born” was, maar een ingeweken Ier. De tweede was zijn katholiek geloof binnen een protestants bastion. Daarom had hij de hoop gekoesterd dat één van zijn zoons dan president zou worden, en daarvoor had hij alles veil, zelfs de medewerking van de onderwereld.

    Toen de oudste John (*) van de twee broers (Joe Jr. was intussen overleden) met een nipte meerderheid tot president verkozen werd in de strijd tegen Richard Nixon, kreeg hij fluks de opdracht van zijn vader om zijn tweede zoon Bobby tot de job van minister van Justitie te bombarderen, niettegenstaande die als advokaat nog nooit gepleit had. Deze vorm van nepotisme werd Jack in sommige kringen niet in dank afgenomen en maakte meteen zijn eerste vijanden. Eén van de achterliggende redenen om Jack te laten ruggesteunen door zijn broer was dat Jack altijd al een speelvogel en rokkenjager was en Bobby zou hem daarbij helpen om binnen de juiste banen te houden, wat uiteindelijk lukte want mettertijd dankte hij één voor één zijn maîtresses af en werd hij een voorbeeldige echtgenoot en verantwoordelijke leider. Een sterke en verstandige leider laat zich backuppen door een even sterke stafmedewerker, en dit is hier het geval geweest. Bobby was de brains, zeg maar scenarist, en Jack was de topacteur die evengoed in Hollywood Oscars had kunnen winnen.

    Tijdens zijn korte mandaat kwam Jack evenwel in de storm van drie crisissen waarvan één hem het leven zou kosten.

    De eerste crisis was eentje die zeker niet te onderschatten was, namelijk de wraakgevoelens van het gekwetste duo Sinatra en Giancana. Sinatra die zich de afgedankte “vriend” voelde en Giancana die vreesde voor zijn leiderspositie in de gangsterwereld, omdat hij onder vuur kwam te liggen van Bobby tijdens hoorzittingen. In dit kader was het gangsterliefje Judith Campbell ook de bedpartner van Jack geworden, wat zijn volgende verkiezing in het gedrang zou gebracht hebben. Jimmy Hoffa de gedagvaarde leider van de corrupte vakbonden en Sam Ganciana werden hiermee potentiële opdrachtgevers voor de moord.

    De tweede crisis waren de tribulaties rond de rassenrellen die uitbraken. Zwarten die in de jaren ’60 zich nog altijd minderwaardig behandeld voelden door witte racisten, die zich gesteund voelden door een wetgeving die gedateerd was. Twee feiten gaven de doorslag: de broers forceerden de toelating tot inschrijving van James Hood en Vivian Malone, twee zwarte studenten in de “witte” universiteit van Alabama, door gouverneur Wallace, die de ingang belemmerde,  belachelijk te maken en opzij te laten zetten zodat het duo binnen kon gaan voor inschrijving. Kennedy gaf meteen de aanzet voor een wetsvoorstel aangaande burgerrechten dat uiteindelijk zou leiden tot de “Civil Rights Act of 1964”, doorgedrukt door zijn opvolger Lyndon B. Johnson, en die de situatie van de zwarte bevolking zou verbeteren.

    De racisten werden bijgeschreven op de lijst van de mogelijke kandidaten voor de moord.

    De derde crisis betrof de confrontatie tussen Rusland en Amerika, gekend als het Varkensbaai-incident, met als uitloper de krachtmeting tussen beide leiders, Chroestsjov en Kennedy, waardoor de wereld op een haar na ontsnapte aan een derde (kern)wereldoorlog. 

    Kennedy lag evenwel zelf aan de basis van deze wereldcrisis. Nadat Fidel Castro de macht in Cuba overgenomen had van de pro-Amerikaanse Battista, nationaliseerde Castro Amerikaanse bedrijven dat Kennedy met lede ogen moest aanzien. Met medewerking van de CIA werd een militaire landing gepland in de Varkensbaai om van daaruit een volksopstand te organiseren tegen Castro’s regime. Deze invasie mislukte volledig en de bedreigde Castro zocht toenadering bij de Sovjet-Unie, met name Nikita Chroestsjov. Deze laatste plaatste kernraketten op het eiland dat amper 150 km(**) van het Amerikaanse vasteland lag. Een bedreiging van jewelste. Castro suggereerde bij Nikita een komende volgende invasie en schilderde aan Nikita een kernaanval voor als wettige zelfverdediging. Nikita was hier zodanig van geschrokken dat hij Castro de les las en meteen overging tot een vergelijk met Kennedy om de dreigende catastrofe af te wenden. Kennedy zou zijn gestationneerde raketten in Turkije terugtrekken in ruil voor de ontmanteling en terugreis  van de raketten op Cuba. Met deze afwikkeling in het achterhoofd dachten velen hier de reden te vinden voor de moord, omdat Lee Harvey Oswald, de verdachte marinier communistische sympathieën had en Russische banden via zijn huwelijk met Marina Proesakova. Twijfels bestaan nog altijd omdat Oswald volgens getuigenissen van collega-Mariniers geen beste schutter was.

    Zovele jaren later hebben talrijke complottheorieën het daglicht gezien, maar we zullen nooit met volledige zekerheid weten uit welke hoek  van deze drie crisissen de moordenaar kwam.

    (*) In de Nieuwe Wereld werd John Jack genoemd, Robert werd Bob of Bobby, Charles werd Chuck, Edward werd Ted, Richard werd Dick.

    (**) afstand Havanna tot Key West is 100 zeemijl of 161km.

     
  • Raymond Thielens 7:21 pm op September 8, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    De troubadour in de woestijn 

    Vraag aan 10 voorbijgangers of ze JJ Cale kennen, en als er ene ja antwoordt, heb je geluk. Cale is een gitaarvirtuoos-songschrijver die geen vedette wilde zijn, maar de grijze muis die teruggetrokken wilde leven van zijn muziek. Hij werd geboren als John Weldon Cale, maar  de eigenaar van een nachtclub waar Johnny Rivers optrad, wilde geen twee Johnny’s op de affiche omdat het volgens hem te verwarrend was en stelde toen JJ voor. Toen Cale wat bekendheid kreeg bij kenners, zei hij:” ik ben al veel te beroemd, kijk naar Elton John, die kan al geen hamburgertent meer binnenkomen zonder te worden aangeklampt.” Hij  kreeg zijn bekendheid toen Eric Clapton twee liedjes van hem coverde en er wereldhits mee scoorde waardoor het geld binnenbolde. Toen gingen ze op zoek naar die obscure man die in een caravan leefde met zijn VW (kever) die hij gekocht had op maandelijkse afbetaling en platen uitbracht op een onbenullig label Shelter, dat eigenaar Denny Cordell later opdoekte nadat hij de cataloog doorverkocht had aan Mercury dat op zijn beurt opgeslokt werd door gigant Polygram. In de jaren ‘80 van vorige eeuw trok Cale zoals Randy Newman zich terug uit de rockmuziek die ze overgeproduceerd vonden door het gebruik van synthesizers en de creatie overgenomen was door klanktovenaars in studio’s. Hij vluchtte in de anonimiteit en verhuisde met zijn trailer om de platenindustrie te mijden. Nadat die rage overwaaide keerde hij terug.

    Toen zijn eerste elpee aansloeg, zat de maatschappij aan zijn hoofd te zeuren voor een opvolger en dat zinde de man niet. Hij wilde niet meespelen in een wereld van stress, competitie en opgefokte luxe. Hij had dan ook het geluk van een levenspartner te ontmoeten die meeging in zijn “way of life”, Christine Lakeland die eerst  gitarist-toetsenist-percussionist was in zijn begeleidingsgroep. Cale wilde een muzikant zijn die kon leven van zijn muziek, maar vooral geen zanger wilde zijn omdat die op de voorgrond van het podium in de schijnwerpers stond. Hij weigerde dan ook te playbacken op tv toen hij wat succes kreeg.

    Cale zei van zichzelf dat hij een expert was in het nietsdoen. “ ik ben een groot deel van mijn leven halftijds in pensioen geweest”. Telefoon was niet aan hem besteed, want dan konden ze hem lastig vallen voor een nieuwe plaat. Alleen standgeld betalen voor zijn caravan, zo weinig mogelijk onderhoud en kleine verplaatsingen met zijn fiets, maw weinig of geen verantwoordelijkheid was zijn deel.

    Hij hield ervan rond te trekken met zijn mobilhome, mensen te ontmoeten en hier en daar een mini-optreden te doen. Zo was touren voor hem een ontspanning. En als ze hem vroegen waarom hij zo weinig meespeelde met zijn collega’s lachte hij: “ze kunnen mij niet bellen hé”.

    Clapton wilde hem een wederdienst bewijzen voor de aangeleverde hits en stelde John voor om samen een cd op te nemen dat “The Road to Escondido” werd en Cale een Grammy opleverde. Voor Cale een blijk van hun vriendschap. Ieder ander zou zo’n wereld-“award “ op zijn schouw zetten, niet zo voor Cale: zit nog altijd proper opgeborgen in de doos waarin hij ze in ontvangst mocht nemen.

    Na zijn overlijden vernam ik dat hij nog in de Antwerpse Elisabethzaal heeft opgetreden zonder dat ik het wist. Ook weer een bewijs dat er weinig promo gemaakt werd rond zijn persoon.

    Ken je zijn songs niet dan beveel ik aan om toch eens een compilatie-cd te kopen of op zijn minst eens te luisteren naar “Time Pieces” van Eric Clapton waarop “After Midnight” en “Cocaïne” staan , dat minstens 15 miljoen keer over de toonbank ging.

    Bronnen: JJ Cale troubadour in de woestijn van Wouter Bulckaert en https://www.jjcale.com/biography

     
  • Raymond Thielens 4:42 pm op August 28, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Fraude en naijver in de muziekwereld 

    Alan Freed, fraudeur of slachtoffer van een samenzwering?

    Als we spreken over corruptie in de muziekbusiness denkt iedereen spontaan aan Payola en Alan Freed omdat deze namen eind jaren ’50 volop koppen in de nieuwsbladen haalden. Maar als we naar de kern gaan van dit payola-schandaal dat niet het eerste was, vinden we dat er heel wat meer “stront” aan de knikker was.

    De benaming payola komt voor de eerste keer in het nieuws in 1916 toen het blad Variety op de frontpagina gewag maakte van een wijdverspreide praktijk van beïnvloeding gekoppeld aan financiële profijten of voordelen in natura om muziek te verkopen. Zangers, performers, werden beloond met drank, dineetjes en giften om hun setlist aan te passen met liedjes aangebracht door “pluggers”, waardoor de bladmuziek van die songs beter begon te verkopen. Na deze publicatie waarbij Variety volledig neutraal was, hield de payola plots op tot in 1934 opnieuw een melding gemaakt werd van payola waar ASCAP bij betrokken was, toen Harry Richman en Paul Whiteman (bekend voor zijn uitvoering van Gershwins’ Rapsody in Blue) financiële bijdragen kregen van ASCAP om bepaalde songs uit te voeren. ASCAP werd onder druk gezet om te stoppen wat dan ook gebeurde met tegenzin. ASCAP (afkorting voor American Society of Composers, Authors and Publishers) was de eerste organisatie die opgericht werd ter bescherming van het auteursrecht van haar leden en kreeg later de concurrentie van BMI (Broadcast Music Incorporated) en SESAC (Society of European Stage Authors and Composers). En deze concurrentiële positie speelt een belangrijke rol in het Freed-payola schandaal.

    Eén van ASCAP vertegenwoordigers was Mitch Miller, bekend van Colonel Bogey March (in het vlaams: charel, ik heb uw gat gezien) en fervent tegenstander van het opkomende muziekgenre Rock’n Roll, waarvan Alan Freed de enthousiaste promotor was via zijn disk-jockey baan bij de radio. Freed had begin 1958 het plan opgevat om een keten van rock and roll nachtclubs te openen als verlengstuk van zijn theater rock shows om zijn inkomsten te vergroten (wat uiteindelijk niet doorging als gevolg van zijn neergang). Volwassenen zagen in zijn shows voor de jeugd een bron van herrie, anarchie, een orgie van drank en seks en bij één van zijn shows eiste het Katholieke Aartsbisdom daarom meer politie om het gebeuren te begeleiden en Freed trok het in het belachelijke door tegen zijn publiek bij de aankondiging te zeggen: “de politie willen niet dat ge jullie amuseert”, met als gevolg dat hij ter plaatse gearresteerd werd. Freeds’ zoon getuigt dat zijn vader “erop gelegd” werd en dat hij het slachtoffer is van de gevestigde orde. Tevens werd Freed beschouwd als de leider van een beweging die BMI meer succes en bewegingsruimte gaf door meer songs te spelen en te promoten van BMI dan van ASCAP. Communicatiedocumenten tussen de FBI en het Aartsbisdom zijn boven water gekomen waarin letterlijk stond: “Nu kunnen we hem pakken”. ASCAP sprong mee op de wagen, met Miller als woordvoerder, die op een samenkomst van de top 40 disk jockeys van de gelegenheid gebruik maakte om een steentje te gooien in de poel door te spreken over mogelijke payolapraktijken bij sommigen onder hen. Freed nam deze aanval persoonlijk op en ging ermee naar de pers. Miller, de voorvechter van de klassieke school, die ook Rock and Roll bezag als een voorbijgaand tijdelijk fenomeen, wilde hier ook Freeds’ concurrent-dj’s naar zich toehalen. Tegelijkertijd weigerde Freed nog langer Columbia platen in zijn radioprogramma’s te draaien, wat WINS het radiostation waarvoor hij werkte niet mee akkoord kon gaan en hij ontslagen werd en WINS niks meer met hem wilde te maken hebben. Kort daarop ging Miller met een ander verhaal naar de pers: Freed had geweigerd The Four Lads op te nemen in zijn tv-show tenzij ze publiceerrechten wilden delen met hem. Freed ging nu in dienst bij WABC radio maar Miller ging voort met zijn heksenjacht door in Bilboard te verklaren dat payola ongebreideld toegepast werd in de muziekindustrie maar dat Columbia (zijn platenlabel) weigerde mee te doen met deze praktijken. Het “payola”schandaal was evenwel de tweede aanval van ASCAP op BMI. (ASCAP kende het klappen van de zweep, lees hiervoor).

    Chapter One zoals ze in Amerika zeggen, ging over de Hollywood film industrie, waar 2 fracties in botsing kwamen met mekaar. The “Old” school die bestond uit de studio-moguls van de harde lijn, die vertegenwoordigd werd door Ronald Reagan en “New” Hollywood, of de onafhankelijken, die in opkomst waren, en die verdacht werden van communisten te hebben onder zijn leden. Het congres begon een serie van hoorzittingen en wilden koppen laten rollen en liet een “blacklist” circuleren van artiesten met communistische sympathieën. Wie mee opgeroepen werden waren de orkestleider Artie Shaw, de radio “folk” personaliteit John Henry Faulk en de folk zangers Lee Hays en Pete Seeger (leden van The Weavers, die de millionseller “Goodnight Irene” van BMI op hun actief hadden. Het gevolg van deze hoorzitting was dat The Weavers ontslagen werden door hun platenlabel Decca, en op een blacklist kwamen te staan om nog verder opnamen te mogen doen. Deze zet was ook de oorzaak dat de acceptatie van folk muziek door het grote publiek met bijna 10 jaar uitgesteld was….tot Bob Dylan op het toneel verscheen.

    Vervolgens was er nog een tweede akkefietje waar ASCAP een vinger in de pap had en dat waren tv-quizzen, op het scherm gebracht door het duo Barry en Enright, die ook een paar radiostations in bezit hadden. Hun shows werden gesponsord door Revlon. ASCAP zag hier ook een kans om “de rug van BMI” te breken door hen verdacht te maken van de vragen op voorhand door te spelen aan een kandidaat (Charles Van Doren) omdat die “goodlooking” en populair was bij het publiek. Hun verf pakte en Revlon stopte met geld in hun shows te pompen.

    Freed was het slachtoffer van ASCAP die verwoede pogingen ondernam om zijn oude monopoliepositie te herwinnen. Freed was evenwel niet de enige DJ die zijn broodwinning ontnomen werd, er volgden meerdere in het land maar hij was de bekendste. Hij geraakte nergens meer binnen maar in hun haat gingen ze nog verder en gingen achteraan zijn vroegere vennoten zoals Morris Levy. De onderzoekscommissie ging nog verder om te weten waar het geld vandaan kwam waarmee dj’s betaald werden. Zo kwamen ze uit bij Frankie Lymon, een 13-jarige zanger met een fantastische stem die de platenmaatschappij veel geld in het laatje bracht, maar wat bleek: op het toppunt van zijn carrière kreeg hij 25 dollar per week en de rest werd op een rekening geplaatst “voor zijn eigen goed” tot hij meerderjarig zou worden! Naderhand is uitgekomen dat die rekening nooit bestaan heeft.

    Het stof is gaan liggen begin 1960 toen de hoofdrolspelers van het toneel verdwenen waren: Buddy Holly stierf in een vliegtuigongeval, Jerry Lee Lewis’ carrière was tijdelijk voorbij door zijn huwelijk met zijn 13-jarig nichtje, Chuck Berry zat in de cel voor verkrachting van een minderjarige, en Little Richard had zich omgeschakeld naar de gospel.

    De hitparade werd aangevoerd door Percy Faith’s “a summer place”, de Everly’s, Preston, Mark Dining, Connie Francis en The Drifters vulden aan, maar vooral Elvis Presley Music was toegetreden tot de ASCAP stal !!!

    Rock and Roll lag voorlopig op apegapen . En toen kwam de Britse beatsensatie nog overwaaien. ASCAP en Miller hadden hun doel bereikt.

    Freed geraakte aan lager wal en overleed in 1965 op 43-jarige leeftijd aan nierbeschadiging en levercirrose als gevolg van zijn overmatig drankgebruik.

     
  • Raymond Thielens 9:31 am op August 20, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    De ware geschiedenis over Darwin 

    De evolutietheorie wordt toegeschreven aan Charles Darwin, maar weinigen weten dat totaal onafhankelijk van hem een andere Britse onderzoeker Alfred Wallace tot dezelfde bevindingen kwam, door zijn natuuronderzoeken op de Indonesische archipel, op dezelfde moment dat Darwin met de Beagle de verschillende werelddelen afreisde.

    Thuisgekomen begon Darwin zijn resultaten op papier te zetten en collega’s maanden hem tot spoed aan om het te publiceren. Groot was dan ook zijn verwondering toen hij een postpakket in ontvangst nam dat Wallace hem opstuurde, waarin dezelfde ideeën te lezen stonden, weliswaar minder uitgewerkt dan Darwin het deed. Bovendien maakte Wallace minder kans om met de eer te gaan lopen omdat Darwin zeer bemiddeld was, machtige vrienden had en lid was (later voorzitter) van de Royal Society en nog andere verenigingen. Mocht Wallace de originaliteit van de evolutietheorie opgeëist hebben, zou Darwin het niet betwist hebben, maar zouden zijn vrienden dat wel gedaan hebben voor hem. Maar Wallace erkende dat de eerste ideeën van Darwin kwamen en daarmee was de kous af.

    De leer van Darwin omvatte tweeduizend bladzijden, maar zijn uitgever bood hem eerst een publicatie aan van driehonderd bladzijden om het leesbaarder te houden.(*) Darwin vond het onvoldoende en ging over tot uitgifte van een boek, waarvan de eerste editie binnen de kortste keren uitverkocht was.

    Maar zoals altijd met nieuwe theorieën of uitvindingen komen die onmiddellijk onder vuur te liggen van conservatieve geleerden, bij deze niet in het minst door de katholieke kerk omdat die hiermee het bestaan van hun Grote Schepper betwistte. Ondermeer daarom ging hij de plaats van de mens in zijn theorie uit de weg, door dat hoofdstuk niet aan te snijden om de discussies te beperken. Wat het hem extra moeilijk maakte was dat er op die moment nog totaal geen bewijzen voorhanden waren om zijn leer te staven (Einstein onderging hetzelfde moeilijk parcours). 

    De kritieken waren meestal ernstig, soms grappig zoals bij Jenkin, een schot die stelde dat overlevingskansen van de sterkste op de helling kwam te staan door vermenging van rassen (zoals bij whisky😜).  De kritiek van Lord Kelvin (=William Thompson) raakte Darwin meer omdat die het argument van de ouderdom van de aarde in stelling bracht. Uiteindelijk zou de tijd Darwin én Wallace gelijk geven naarmate meer en meer bewijzen boven water kwamen onder de vorm van dierlijke en menselijke fossielen. Bovendien kwam de uitvinding over halfwaardetijden van uranium door Marie Curie en ook de leer van Mendel hen te hulp. Momenteel wordt de evolutietheorie algemeen aanvaard, behalve door religies die de intellectuele ontwikkeling van hun aanhangers willen belemmeren om hen onder kontrole te houden.

    (*) Om dezelfde reden beperk ik mijn artikels tot hoogstens twee bladzijden.

    Bron: De Evolutie van het Darwinisme door Roger Deckmyn

     
  • Raymond Thielens 6:27 pm op August 10, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Muziekherinneringen uit de Sixties 

    Mijn allereerste herinneringen aan populaire muziek waren de singles van Elvis en Fats Domino die mijn inwonende oom meebracht en afspeelde op een zelf in mekaar geknutselde platenspeler (op veertjes). Ik moet toen ongeveer een jaar of zes geweest zijn en het was nog een tijd dat volwassenen gekluisterd zaten aan de radio voor het nieuws en luisterspelen. 

    Een paar jaar later kochten mijn ouders een radio-pick-up-meubel, waarmee ge singletjes per tien kon opstapelen om continu af te spelen. Dat was de tijd van de opkomende kindsterretjes zoals Paul Anka Conny Froböes en Conny Francis. In eigen land maakte Rocco Granata en Salvatore Adamo toen furore met Marina en Sans Toi Mamie. Vanuit Nederland kwamen The Blue Diamonds,  Anneke Grönloh en het rockgeweld Peter Koelewijn.

    Elke zondag luisterde ik naar radio Luxemburg voor de top 5 rond één uur met Guus Jansen Junior als discjockey en als de begintune (de live uitvoering van “Ready Teddy” door Cliff Richard) de huiskamer vulde, zat ik voor de radio om alle informatie op te zuigen in mijn geheugen. Maar dat was allemaal maar zoetekoek van “ik zie je graag”, en “ik blijf je trouw”, tot de Beatles op het toneel verschenen. Vier schuddebollende tieners met lang haar die in Engeland de jeugd “zot” maakte met hun revolutionnaire oorwurmen. En op dat moment deed de transistorradio zijn intrede, dat een groot aandeel had in de verspreiding en popularisering van de “beatmuziek” zoals die dan genoemd werd. Beat refereerde zowel naar de Beatles als naar het monotone drumritme van de slagwerker dat het nieuwe genre eigen was. Soms kon je zelfs de afzonderlijke slagen niet meer horen omdat het gedrum één aaneenschakeling was van geluid en geruis. De transistors konden pubers meenemen naar hun kamer om te luisteren naar de uitzendingen van Radio Luxemburg, Radio Veronica, Radio Noordzee, Radio Caroline en Radio London. Door deze zenders groeide de populariteit bij de schoolgaande jeugd als kool. Discjockeys zoals Joost den Draaier, Lex Harding, Tineke, Stan Haag, werden begrippen. Het eerste dat vrienden vroegen was toen: “en heb je dit al gehoord, en dat op Veronica?”

    Ik kreeg een eigen kamer om te studeren en de muren werden beplakt met foto’s van de vedetten die op die moment “scoorden”. Zo herinner ik mij nog levendig dat ik op de kamer kwam van “den Todts”, op wiens kamer posters hingen van Sonny en Cher. Zalig waren de zomerse dagen dat we met de transistor onder de snelbinder naar de “Oude Schelde” fietsen om te gaan zonnen aan de oever en af en toe eens opzij “keken” want de bikini had zijn intrede gedaan.

    Tijdens diezelfde periode evolueerde de muziekbusiness  van een single-markt naar een langspeelplaat-markt. In het begin van de zestiger jaren waren elpees, een verzameling van twee hits en een rist van onbeduidende deuntjes, vulsel, om de plaat verkoopbaar te maken. Na de komst van de Beatles, Bob Dylan en The Beach Boys, werden elpees volwaardige produkten, kortom de muziek was volwassen geworden en singles geraakten in de vergeethoek. Ze werden het uithangbord van de bijhorende langspeelplaat en verzamelelpees hadden hun plaats ingenomen. De eerste concept-elpee en baanbrekende plaat was Sgt.Peppers Hearts Club Band van de Beatles met voor de eerste keer de volledige teksten op de keerzijde (om te kunnen meezingen). Later volgden The Beach Boys en The Kinks. Het mythische Woodstock muziekfestival was de afsluiter van een decennium waarin de muziek zevenmijlslaarzen aangetrokken had en dit voor de laatste keer.

     
  • Raymond Thielens 8:15 am op August 5, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Rock Hudson, de natte droom van vele vrouwen in de Sixties 

    Toen Doris Day het bed deelde met Rock Hudson in de kaskrakers “Send me No flowers” , “Pillow Talk” en “Lover come back”,werd ze door vele gezonde vrouwen benijd, maar toen was er nog geen vuiltje aan de lucht bekend over de ware aard van Mister Perfect. Hieronder volgt de “echte” cinema van hem.

    Hudson heette bij zijn geboorte op 17 november 1925 Roy Harold Scherer Jr. Tijdens de oorlog diende hij bij de marine als vliegtuigmekanieker. Toen de salarisbetalingen van de marine stopten, nam hij een baantje als postbode aan.  Zijn moeder werkte bij de telefoondienst en toen ze overgeplaatst werd naar Californië, verhuisde Roy met haar mee naar Pasadena. Daar woonde ook Roy’s biologische vader die hertrouwd was en met wie hij contact had onderhouden. Roy ging bij zijn vader werken en verkocht stofzuigers aan de deur. Daarna vond hij werk als chauffeur en betrok met drie collega’s een woning in Westlake Park. Roy wilde ontdekt worden voor de film en zou heel naiëf regelmatig zijn truck bij de ingang van de studio hebben geparkeerd. Achteloos leunend tegen de auto, een sigaret rokend, hoopte hij zo op te vallen. Dit verhaal is een fabeltje evenals dat andere dat hij foto’s zou afgegeven hebben bij de Selznick Studio’s. In werkelijkheid maakte Roy deel uit van de homoseksuele crowd. Hij had al een tijdje het bed gedeeld met Ken Hodges, sinds 1940 producent van Lux Radio Theatre. Ken had een appartement in Long Beach en beloofde Roy in contact te brengen met agenten. Op een party in Ken’s appartement leerde hij agent Henry Willson kennen die als een blok voor hem viel. Roy werd de protégé van de vijftien jaar oudere Willson en kreeg een seksuele relatie met hem. Het was ook Willson die de naam Rock Hudson bedacht. Willson stuurde hem naar de tandarts om zijn snijtanden te laten rechtzetten, samen gingen ze naar chique restaurants en hij kocht zijn kleding.

    In zijn eerste film “Fighter Squadron” moest hij slechts één zin uitspreken en die scène moest 38 keer overgedaan worden omdat hij die telkens vergat. Maar door zijn presence was hij gelanceerd. Het probleem was na jaren, zijn vrijgezellenstatus, waar vragen over gesteld werden. Daar moest iets aan gedaan worden en Willson had dé oplossing in de nabijheid: zijn secretaresse Phyllis Gates.

    Phyllis Gates was zomaar geen gewone secretaresse, want ze behartigde de volledige administratie voor haar werkgever Henry Willson, een agent die meerdere homo’s (nadat ze eerst een relatie hadden met hem) op weg zette naar de roem. Willson en Hudson hadden voor hun avontuurtjes een studio-appartement ingericht op vijf minuten afstand van de Universal Studio’s.

    Het huwelijk met Gates was een camouflagehuwelijk gearrangeerd door Willson om de homo-geruchten de kop in te drukken want de roddelpers zat hen op de hielen. Daarom plande Willson een etentje waarop hij de twee uitnodigde met de uitdrukkelijke hint aan Hudson om er “werk” van te maken. Zij tuinde erin: “hoe kon je aan zo’n charmante man weerstaan”. Het huwelijk duurde 3 jaar en zij claimde als argument “mentale wreedheid”, niettegenstaande hij haar al tweemaal afgetuigd had als hij dronken was. Hij heeft haar zelfs nog besmet met hepatitis, een ziekte die gangbaar is in homo-milieus. Al tijdens zijn eerste huwelijksjaar belde hij een vriend en zei: “Ik heb er genoeg van, ik heb af en toe een jongen nodig”. Maar haar liefde voor hem bleef smeulen en dat heeft ze tenvolle bewezen door nooit enig onvertogen woord te uiten tijdens zijn leven over zijn homo-zijn. Tijdens haar huwelijk bleef hij soms dagen en nachten van huis weg om homo-bars af te struinen, en toen zij hem ermee confronteerde bleef hij zijn aard in alle toonaarden ontkennen. Ze zei: “hij heeft mij gebruikt en was een verwend kind”.

    Er is nooit gewag of allusie gemaakt  in de pers over haar vermeende lesbische aard.

    Zij kreeg na de scheiding een matige alimentatie gedurende 10 jaar en heeft ook niks gekregen van zijn erfenis. Zelfs zijn laatste vriend Marc Christian die hij in het ongewisse liet over zijn aidsbesmetting deelde niks, waardoor die zo verontwaardigd was dat hij de erfenis betwistte in de rechtbank en gelijk kreeg en 5 miljoen dollar mocht cashen. Terecht overigens.

    Hudson was zich ook bewust van het feit dat hij maar een middelmatig acteur was (denk terug aan “Fighter Squadron”) en dat verklaart ook zijn afkeuring voor de nieuwe lichting klasse-acteurs (Robert De Niro, Al Pacino, Dustin Hoffman) vanaf de jaren ’70 toen zijn loopbaan tanende was. Rock noemde hen “die kleine lelijkerds”, hij was immers 1,93 m groot en “handsome”. Tot het einde van zijn leven hield hij zijn homoseksuele geaardheid voor het grote publiek verborgen. Van december 1984 tot april 1985 trad hij op als gastacteur in de soap Dynasty, de tegenhanger van Dallas. Hij maakte toen ook gebruik van spiekkaartjes omdat zijn geheugen het liet afweten. De bedoeling was dat hij het hele seizoen zou volmaken maar hij werd voortijdig uit de serie geschreven vanwege zijn gezondheid die enorm snel achteruitging. Hij stierf nog in het najaar van 1985.

    Tenslotte zou ik niet durven zeggen van een vrouw die nadien nog een carrière uitbouwde als binnenhuis-architekte, dat die “flipte” zoals Rock’s advokaat in de scheiding haar beschreef. 

    Een belangrijke quote van hem is ook: “Naarmate een mens ouder wordt, leert hij meer zwijgen, want ge weet nooit dat wat hij zegt, later tegen hem kan gebruikt worden”. Voor Rock Hudson gaat het gezegde “aanziet de mens, ge kent hem niet” voor de volle honderd percent op.

    Bron: Wikipedia waar ik zelf de helft van de tekst geschreven heb

     
  • Raymond Thielens 5:22 pm op July 30, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Ideeën voor God’s discipelen 

    Stel je voor (zoals John Lennon deed in Imagine*) een wereld zonder religie. Dan…

    was er geen 11 september, geen kruistochten, geen heksenjachten in de Middeleeuwen, geen opdeling van Brits-India, geen Israëlisch-Palestijnse oorlog, waren er geen bloedbaden onder Serviërs, Kroaten en moslims, geen vervolging van Joden als Christusmoordenaars, geen onlusten in Noord-Ierland, geen religieus geïnspireerde eerwraak, geen evangelisten die lichtgelovige mensen geld aftroggelen, geen openbare onthoofdingen, geen vrouwenstenigingen,  geen afranselingen noch verwijten voor vrouwen die een centimetertje  teveel huid tonen.

    Als 1 persoon lijdt aan waanvoorstellingen dan heet dat krankzinnigheid. Als veel mensen tegelijk lijden aan waanvoorstellingen, dan noemt men dat “religie”.

    Veel beter ware het dat religie niet langer zou gesubsidieerd worden. De samenleving zou daar veel meer baat bij hebben.

    Wat is bidden? Bidden is vragen of de wetten van het universum ongedaan kunnen gemaakt worden voor één enkele, zichzelf als onwaardig bestempelende verzoeker, maw vragen om een uitzondering te maken voor zichzelf of een aanverwante. Te gek voor woorden.

    Er zijn nog altijd mensen die zich door bewijzen in de Schrift laten overtuigen om in God te geloven. Maar het werk is één brok fictie van begin tot eind uit de duim gezogen, niet beter dan De Da Vinci Code. Sinds begin 19deeeuw tonen geleerde theologen verpletterend aan dat de evangeliën geen betrouwbare historische verslagen zijn van wat er gebeurde in de echte wereld. Ze werden allemaal lang na de dood van Jezus geschreven. Jezus kan dan wel geleefd hebben, maar niet als zoon van “God” maar als prediker zoals er zovelen hem nadien gekopieerd hebben voor eigen gewin.

    Hoe hoger iemands intelligentie of hoe hoger iemands opleidingsniveau is, des te geringer is de kans dat die persoon godsdienstig is.  Het is algemeen vastgesteld dat meer dan 90% van de Nobelprijswinnaars niet gelovig waren.

    Wetenschappers verlustigen zich in mysterie om een andere reden: met mysteries hebben ze tenminste iets om handen. Omgekeerd, één van de kwalijke effecten van godsdienst is dat ze ons leert dat het een deugd is om tevreden te zijn met niet-begrijpen. En die gaten van de wetenschap worden standaard ingevuld door “God”. Als er op een gebied sprake is van een gebrek aan gegevens – of een gebrek aan begrip – wordt automatisch aangenomen dat het “God” toebehoort. Om die reden werd Darwin zo lang tegengewerkt. Dus als de wetenschapsgeschiedenis ons één ding laat zien, dan is het wel dat we nergens komen als we onze onwetendheid het etiket “God” opplakken.

    Mensen die uit persoonlijke verbijstering bij een natuurverschijnsel onmiddellijk spreken van iets bovennatuurlijks, zijn geen haar beter dan de malloten die zien hoe een goochelaar een lepel verbuigt en daaruit meteen concluderen dat er sprake moet zijn van iets “paranormaals”.

    Religie is een instrument waarvan de heersende klasse zich bedient om de ondergeschikte klasse te onderwerpen. De darwinist is geïnteresseerd waarom mensen ontvankelijk zijn voor de bekoring van religie waardoor ze de speelbal worden van priester, politici en vorsten.

    Religies onderwijzen de objectief ongeloofwaardige, maar subjectief aantrekkelijke doctrine dat onze persoonlijkheid na onze lichamelijke dood blijft bestaan. De idee van onsterfelijkheid zelf overleeft en verspreidt zich omdat zij tegemoetkomt aan “wishful thinking”.  Religie komt aldus tegemoet aan het onvermogen tot aanvaarding van de eindigheid van het leven.

    Albert Einstein quote: “Vreemd is onze toestand hier op Aarde. Iedereen komt voor een kort bezoek, zonder te weten waarom, al lijken we soms de bedoeling ervan te raden. Bezien vanuit het dagelijks leven is er echter één ding dat we wel weten: dat de mens hier is ten bate van andere mensen – vooral van degenen wier glimlach en welzijn (kinderen) ons eigen geluk afhangt.”

    Twee nuchtere mensen die meer ervaring hebben met “zweven” deden de volgende uitspraken:

    1. Yuri Gagarin toen hij als eerste ruimtereiziger buiten de atmosfeer trad: “Ik heb God niet gezien”. Alhoewel deze uitspraak later ontkend is door hoogleraar Valentin Petrov, een vriend van Yuri. De uitspraak is wel gedaan door president Chroestjov, die in een toespraak voor het gehele comité van de Communistische Partij orakelde: “Gagarin vloog in de ruimte, maar zag er God niet”.
    2. Frank Borman die een half jaar voor de maanwandeling van Armstrong op Kerstmis de volgende boodschap naar de aarde zond en ik citeer hem letterlijk: “Alle godsdiensten zijn erop gebaseerd om het middelpunt van het universum te zijn en God zit daar met een supercomputer en turft al het goede en het slechte af. Door rond de aarde te draaien en naar de maan te vliegen, heb ik een andere kijk gekregen. De aarde is niet zo bijzonder als wij denken, ook al is het voor ons, mensen onze thuisplaneet. En het is de enige die wij nu hebben en er is geen andere die we nu makkelijk kunnen bereiken. Daarom moeten we er goed voor zorgen. Maar we moeten niet denken dat ze bedoeld is als het middelpunt van alles.”

    Dat geniaal en gek zijn dicht bij mekaar ligt, bewijst het volgende feit: aan de hoofdingang van het CERN staat een beeld van een dansende Shiva. Het CERN is het Zwitserse onderzoeksinstituut dat de geheimen van het heelal en het bestaan van de mens wil ontsluieren, en Shiva is het beeld van de goddelijke vernietiger van de aarde in de Hindoemythologie. Denken dat god Shiva naar de aarde zal reizen om die te verbrijzelen en dat hij rechtsomkeer zal maken als hij dat beeld ziet is toch de grootste onzin die iemand kan bedenken, en toch staat dat voor het gebouw waar het grootste aantal bolledozen van de wereld werken.

    * John Lennon was ook de denker, de revolutionair die ze in Amerika liever kwijt dan rijk waren, een echte leider, die zong in “God” (aanrader): I don’t believe in miracles, Jesus,….en hij begon ze allemaal op te noemen, terwijl Paul de melodietjes uit zijn mouw schudde, maar oppervlakkig bleef in zijn teksten en nu nog altijd is. John had nog heel wat meer kunnen betekenen voor de mensheid.

     
    • Guy D'Haen 7:41 pm op juli 30, 2019 Permalink | Beantwoorden

      Raymond, waarom zou je onverklaarbare toestanden in een ruimtelijke context plaatsen als de bron van de vraag uit je innerlijk denken is ontstaan ? Je hoeft niet buiten de dampkring te reizen om te beseffen dat elk mensenleven uitermate tijdelijk én aards gebonden is.

      Like

c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren