Alles wat je hier kunt lezen, zul je waarschijnlijk nog nooit elders tegengekomen zijn omdat het allerhande weetjes zijn die onder de waterlijn bleven wegens niet spectaculair genoeg voor kranten en tijdschriften, maar wel interessant en aangenaam is om te lezen
Schrijf U hieronder in om verwittigd te worden van elk nieuw artikel dat verschijnt.
Hoewel veel jazzstijlen zich ogenschijnlijk geleidelijk ontwikkelden, kan de bossanova-rage die Amerika en de rest van de wereld in het midden van de jaren zestig overspoelde, grotendeels worden herleid tot één nummer: The Girl From Ipanema.
The Girl From Ipanema, geschreven in 1962 door Antônio Carlos Jobim met Portugese tekst van Vinícius de Moraes, heette oorspronkelijk ‘Menina que Passa’ (‘Het meisje dat voorbijgaat’) en was bedoeld voor een musicalcomedy met de titel Dirigivel. Zoals met zoveel succesvolle nummers, zou het misschien nooit een hit zijn geworden, ware het niet voor puur geluk, perfecte timing en toeval. En voor zangeres Astrud Gilberto was zij (financieel gezien) de juiste persoon op de juiste plaats op het juiste moment…
Wie was The Girl From Ipanema? De inspiratie voor het nummer kwam van een jonge vrouw, Heloísa Eneida Menezes Paes Pinto, die in de Montenegrostraat in Ipanema woonde.De zeventienjarige Heloísa werd regelmatig opgemerkt als ze langs de bar-café Veloso liep, zoals ze dat dagelijks deed. Op een dag trok ze, terwijl ze gewoon haar dagelijkse bezigheden uitvoerde, de aandacht van de componisten. Met haar jeugdige en gracieuze uitstraling werd ze voor Moraes en Jobim het meisje van Ipanema.De populariteit van het nummer maakte van de tiener een beroemdheid, en in de jaren die volgden stond ze bekend als Helô Pinheiro, model en succesvol zakenvrouw. De bekende cool jazz-saxofonist Stan Getz had al verschillende bossanova-albums uitgebracht, waaronder de miljoenenverkoper Jazz Samba met gitarist Charlie Byrd en Big Band Bossa Nova, waarop de tenorsaxofonist arrangementen van Gary McFarland speelde, beide uitgebracht in 1962. Een volgend album, Jazz Samba Encore!, met de Braziliaanse zanger en gitarist Luiz Bonfá, was minder succesvol.
Onverschrokken en nog steeds betoverd door de bossanova, sloeg Stan Getz de handen ineen met de Braziliaanse gitarist João Gilberto om voornamelijk de nummers van Antônio Carlos Jobim op te nemen.Het resulterende album, Getz/Gilberto, werd uitgebracht in 1964, werd opnieuw een miljoenenverkoper en een van de beroemdste jazzalbums aller tijden. Het succes van het album was ongetwijfeld te danken aan het nummer ‘The Girl From Ipanema’, dat als 45-toeren single werd uitgebracht. Gezongen door Astrud Gilberto, verkocht het wereldwijd meer dan vijf miljoen exemplaren. Tijdens de opnamesessies voor het album, die plaatsvonden op 18 en 19 maart 1963, werd besloten dat een versie met Engelse tekst een goed idee zou zijn. Norman Gimbel was aanwezig om de Engelse tekst te schrijven, en ‘Garota de Ipanema’ werd al snel ‘The Girl From Ipanema’. Er was slechts één probleem: niemand die de taal goed genoeg beheerste om het nummer in het Engels te zingen. Behalve João’s vrouw Astrud, die naar de studio was gekomen. Hoewel ze nog nooit professioneel had opgenomen, was ze een ervaren zangeres die al eerder met haar man op het podium had gezongen. Wat volgde, katapulteerde de 22-jarige zangeres naar wereldwijde bekendheid. Ze zong de zangpartijen in voor het nummer, evenals voor een ander nummer: ‘Corcovado (Quiet Nights of Quiet Stars)’.
Getz, Gilberto en producer Creed Taylor beseften al snel dat ze iets bijzonders in handen hadden: haar zachte stem, bijna een fluistering, paste perfect bij het nummer en bij Getz’ warme, maar toch lichte tenorsaxofoonspel. Het astronomische succes van de single zorgde ook voor goede verkoopcijfers van het volledige album, en Getz zou een vorstelijke vergoeding voor zijn werk hebben ontvangen. Hoewel het succes van het nummer Astruds carrière een boost gaf, profiteerde ze er financieel niet van. Naar verluidt kreeg ze slechts $120 betaald, het standaardtarief voor haar bijdrage – hoewel de saxofonist er blijkbaar op stond dat ze niets zou krijgen. In haar eigen woorden werd ze gemanipuleerd door “wolven die zich voordoen als schapen”. Zowel Getz als Creed Taylor claimden de ontdekking, waarbij de zangeres later opmerkte: “Niets is minder waar. Ik denk dat het hen belangrijk deed lijken dat zij degene waren met de ‘wijsheid’ om het potentieel in mijn zang te herkennen… Ik kan het niet helpen dat ik me erger dat ze hun toevlucht namen tot liegen.” Door de manier waarop de royalty’s voor het nummer werden toegekend, ontving Astrud Gilberto inderdaad geen extra financiële vergoeding voor haar bijdrage.
Het onrecht gaat verder wanneer blijkt dat haar toenmalige echtgenoot (ze scheidden kort daarna, in 1964) een bedrag van vijf cijfers aan royalty’s ontving, terwijl Getz, die het grootste bedrag opstreek, naar verluidt een herenhuis kocht met zijn deel ter waarde van bijna $1 miljoen. Het onrecht en de ongelijkheid in de muziekindustrie hebben zich helaas aan het licht gebracht – slechts één van de vele voorbeelden – maar de muziek die uit deze sessie voortkwam, heeft ons een tijdloos juweel nagelaten. Het nummer, dat in 2001 werd opgenomen in de Latin Grammy Hall of Fame, is een inspiratiebron gebleken voor talloze artiesten van allerlei genres. Enkele voorbeelden:
Frank Sinatra (Nothing but the best) / Amy Winehouse (Lioness: Hidden Treasures) / Al Jarreau (A Twist of Jobim) / Oscar Peterson Trio (We get requests) / Sammy Davis Jr. & Count Basie (My Shining Hour)
Decennialang kende het grootste deel van de wereld haar alleen als de vrouw die naast Bob Dylan op de albumhoes stond. Het duurde bijna vijftig jaar voordat ze eindelijk haar eigen verhaal in haar eigen woorden kon vertellen.
Suze Rotolo groeide op in New York City, als dochter van linksgeoriënteerde, Italiaans-Amerikaanse ouders uit de arbeidersklasse die actief waren in de communistische partijpolitiek tijdens de gespannen jaren van het McCarthy-tijdperk. Later omschreef ze zichzelf als een “rode luierbaby”, opgevoed met politieke overtuigingen, meer dan wat ook. In haar tienerjaren voelde ze zich al aangetrokken tot Greenwich Village, gefascineerd door de lange geschiedenis van kunst, poëzie en Boheemse rebellie.
In juli 1961, op slechts zeventienjarige leeftijd, bezocht ze een volksconcert in de Riverside Church, waar ze een twintigjarige artiest ontmoette die net uit Minnesota was gekomen en zichzelf Bob Dylan noemde. De twee begonnen een relatie die hun beider levens zou vormgeven en die op subtiele wijze een grote invloed zou hebben op enkele van de belangrijkste Amerikaanse muziekstukken ooit geschreven. Rotolo was al diep betrokken bij het politiek en het activisme, en was actief bij het Congress of Racial Equality en de groeiende burgerrechtenbeweging die door het land trok. Vrienden en biografen merkten later op dat Rotolo Dylan introduceerde bij dichters, toneelschrijvers en politieke ideeën die zijn gevoel voor wat een lied werkelijk kon zeggen, verruimden. Liedjes als “Blowen’ in the Wind” en “A Hard Rain’s A-Gonna Fall” ontstonden in de wereld van Greenwich Village, waar zij hem in had geholpen. In februari 1963 legde een fotograaf van Columbia Records hen beiden vast terwijl ze arm in arm door een besneeuwde straat in Greenwich Village liepen. Rotolo was warm ingepakt tegen de kou in meerdere truien en een groene jas. De foto werd de cover van “The Freewheelen’ Bob Dylan”, een iconisch beeld, en reduceerde Rotolo in de ogen van het publiek onmiddellijk tot weinig meer dan de vrouw aan Dylans’ arm. Ze heeft die rol nooit volledig omarmd.
In datzelfde jaar reisde Rotolo naar Cuba als onderdeel van een studentendelegatie die een Amerikaans reisverbod trotseerde in de nasleep van de Cubaanse raketcrisis. Deze actie trok de aandacht van de federale autoriteiten en weerspiegelde haar eigen onafhankelijke politieke overtuigingen, die volledig los stonden van haar relatie met Dylan. In 1964 was de relatie beëindigd, uitgeput door de intense publieke aandacht rond Dylans’ snelgroeiende roem en Rotolo’s eigen behoefte aan privacy en onafhankelijkheid.
In de jaren die volgden, bouwde Rotolo een eigen leven op. Ze trouwde in 1967 met de Italiaanse filmmonteur Enzo Bartoccioli en het echtpaar kreeg één zoon, Luca. Ze koos voor een carrière als kunstenaar, gespecialiseerd in kunstenaarsboeken, een complex, hybride medium dat beeldende kunst, beeldhouwkunst en literatuur combineert. Uiteindelijk gaf ze jarenlang les in dit ambacht aan de Parsons School of Design in New York City. Decennialang vermeed Rotolo grotendeels publiekelijk over haar relatie met Dylan te praten, gefrustreerd omdat ze vooral herinnerd werd als zijn muze in plaats van als kunstenaar en activist met een eigen verhaal.
In 2008, op 64-jarige leeftijd, publiceerde ze eindelijk “A Freewheelen’ Time: A Memoir of Greenwich Village in the Sixties”, waarin ze haar eigen kijk gaf op het tijdperk, de relatie en de Boheemse wereld die hen beiden had gevormd. Het boek stelde haar voor het eerst in staat om dat hoofdstuk van haar leven op haar eigen voorwaarden te definiëren , in plaats van door Dylans’ teksten of een foto waarover ze niet volledig de controle had.
Suze Rotolo overleed in 2011 op 67-jarige leeftijd aan longkanker in haar huis in New York City. Ze werd bijna vijf decennia lang vooral herkend aan één enkele foto en een handvol liedjes die over haar waren geschreven. In haar laatste jaren zorgde ze ervoor dat de wereld begreep dat de vrouw op die foto een heel eigen leven had geleefd, vol kunst, overtuigen en verhalen die alleen van haar waren.
Op woensdag 1 juli 2026 overleed Joe Melson. Misschien zegt die naam u niks maar zijn geschiedenis was onuitwisbaar verbonden met deze van zanger Roy Orbison. Zij ontmoetten mekaar tijdens Roy’s mindere dagen toen hij verplaatst werd van RCA naar het andere platenlabel Monument. Volgens de erven van Roy was het Joe Melson die op het raam tikte van de auto van Roy, want die had de gewoonte van daar melodieën uit te werken met zijn gitaar in de hand. Joe hoorde een stem, gemaakt voor liefdesverdriet, voor het opera-achtige, voor liedjes die een verhaal vertelden, maar ook pijn deden. Wat volgde was een van de grootste songwriterpartnerschappen in de Amerikaanse geschiedenis.
Maar volgens Joe zelf verliep het een beetje anders. Melson zong samen met een begeleidingsgroep The Cavaliers en op een avond ontmoette hij een gemeenschappelijke vriend, Ray Rush die zich bezig hield met management. Ray hield van mijn songs en zei: “ik wil Roy Orbison erop wijzen dat er nog iemand anders is die ook liedjes kan schrijven”. En waarschijnlijk was dat de trigger voor Joe om contact te zoeken met Roy.
Samen schreven Joe en Roy “Only the Lonely”, “Crying”, “Running Scared”, “Blue Angel” en “Blue Bayou” – nummers die niet alleen de hitlijsten haalden, maar ook een eigen geluid creëerden. Het is Joe’s stem die je hoort in die beroemde “dum, dum, dum, dumby doo-wah” opening van “Only the Lonely”, waarmee hij de weg vrijmaakte voor Roy’s doorbraak. Joe noemde zijn liedjes altijd “stemmingsverbeteraars”. Hij en Roy hebben er samen meer dan 120 gemaakt voor de firma Acuff-Rose Music. Maar bij het begin van Roy’s carrière had Melson zelf ook een contract met de Acuff-Rose dochteronderneming Hickory om plaatjes uit te brengen. “Barbara” was zo eentje met succes, in de stijl van Buddy Holly. Maar ondanks dat hij eruit zag en klonk als een ster bleef zijn geschiedenis gekoppeld aan de klassiekers die hij samen met Roy schreef.
Joe werd in 2018 terecht opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame, een langverwachte erkenning voor een man die door sommigen de meest onderschatte held in de songwriting werd genoemd. Maar voor Roy’s familie was hij iets eenvoudigers en dierbaarders: de vriend die zag wat er in Roy mogelijk was voordat de rest van de wereld dat deed, en die altijd trots is gebleven op wat ze samen hebben opgebouwd.
De grootste ingenieur ter wereld is de natuur. Daarom lijkt de neus van een hogesnelheidstrein op de snavel van een ijsvogel, heeft badkleding vergelijkbare eigenschappen met haaienhuid en inspireerden de bulten op de vinnen van een bultrugwalvis tot betere windturbines. Het kopiëren van de technische principes van de natuur is een concept dat bekend staat als biomimicry, en het is tevens de drijvende kracht achter een van de grootste mode-uitvindingen van de afgelopen eeuw.
In 1941, na terugkomst van een jachttocht in de Alpen, merkte de Zwitserse ingenieur George de Mestral een bosje klitten van een klisplant op die aan zijn broek en de vacht van zijn jachthond kleefden. Zijn nieuwsgierigheid won het van hem en hij besloot deze plantaardige nomaden eens van dichterbij te bekijken. Wat hij zag, fascineerde hem – of beter gezegd, wat hij zag inspireerde het klittenbandmechanisme dat uiteindelijk Velcro zou worden.
Toen de Menstral de klitten van de klisplant onder een microscoop onderzocht, merkte hij op dat de uiteinden niet recht waren (zoals ze met het blote oog leken), maar kleine haakjes vormden waarmee ze zich aan voorbijgangers konden vastgrijpen. Planten gebruiken verschillende strategieën voor zaadverspreiding, waaronder het eten door dieren, water, vuur of simpelweg de wind.
De tweejarige klisplant, een lid van het geslacht Arctium, gebruikt deze haak-en-lusstrategie om zich aan andere dieren vast te hechten en zo zijn zaden wijd en zijd te verspreiden. Dit proces staat bekend als “epizoochorie”, en de Menstral vroeg zich af of hij deze natuurlijke functie kunstmatig kon nabootsen om een eenvoudig te gebruiken bevestigingssysteem te creëren. Het duurde bijna vijftien jaar voordat die droom werkelijkheid werd. In 1955 keurden de Verenigde Staten eindelijk het patent goed van de Mestral voor zijn op planten geïnspireerde uitvinding genaamd Velcro, een samenvoeging van de Franse woorden velours (“fluweel”) en crochet (“haak”). Het werkt als volgt: het ene deel van Velcro bevat een reeks haakjes, geïnspireerd op klitten – gemaakt van nylon vanwege de buigzaamheid, flexibiliteit en het vermogen om terug te keren naar de oorspronkelijke vorm – terwijl het andere deel een reeks lusjes bevat, vergelijkbaar met de vacht van een dier. Wanneer je de delen tegen elkaar drukt, grijpt het haakje het lusje vast en houdt het materiaal bij elkaar. Maar met een klein beetje trekkracht glijdt het haakje gemakkelijk uit het lusje en scheiden de twee delen zich.
Hoewel Velcro pas later een plek in de mode veroverde, zorgde het gebruik ervan door NASA tijdens de Apollo-missies en de introductie ervan in hardloopkleding tijdens de Olympische Spelen van 1968 ervoor dat het klittenbandsysteem mainstream werd. Soms is het meest briljante staaltje techniek ook het eenvoudigste.
Generaties lang componeerden schrijvers op het ritme van dit kenmerkende percussieve ritme, en het begon allemaal op deze dag in 1868, toen Christopher Latham Sholes, Samuel W. Soulé en Carlos Glidden een patent kregen voor de eerste typemachine.
Sholes, een drukker en krantenredacteur, was een echte knutselaar. Nadat hij samen met mede-uitvinder Soulé een paginanummeringsapparaat had ontwikkeld, moedigde de werktuigbouwkundige Glidden Sholes aan om het idee aan te passen om letters op de pagina te plaatsen.
Het concept was revolutionair. Het was sneller dan met de hand schrijven en minder omslachtig dan zetten met een drukpers. Sholes bedacht hoe het werkte: gebruikers drukten op toetsen die verbonden waren met metalen letterstaven. Elke staaf raakte een geïnkte inktlint en liet een scherpe afdruk achter op papier dat om een roterende cilinder (de drukplaat) was gewikkeld. De wagen verschoof vervolgens, waardoor de letterstaaf de volgende letterruimte kon raken.
Het eerste model had een paar eigenaardigheden. De letterstaven raakten naar boven, waardoor gebruikers niet konden zien wat ze schreven. De typemachine typte alleen hoofdletters en had geen toets voor het cijfer “1” (gebruikers moesten de “L” gebruiken). De oorspronkelijke lay-out was alfabetisch, wat leidde tot vastlopen naarmate typisten sneller gingen typen. Om dit op te lossen, herschikte Sholes de toetsen en plaatste hij veelgebruikte letters strategisch uit elkaar. Deze lay-out werd bekend onder de eerste zes letters: QWERTY.
In 1868 hadden de uitvinders een prototype en een patent. Maar de productie ervan op grote schaal zou duizenden precisieonderdelen van constante kwaliteit vereisen.
En toen kwamen de wapensmeden in beeld.
Na een daling van de verkoop na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, was wapenfabrikant E. Remington and Sons op zoek naar diversificatie. Remingtons expertise in precisiemachines sloot perfect aan bij de complexe onderdelen van de typemachine. In 1873 verkreeg het bedrijf een licentie voor Sholes’ patent en begon de productie van de Remington Model 1 typemachine.
Binnen enkele jaren was de typemachine een onmisbaar kantoorhulpmiddel en een vast onderdeel van de literaire wereld geworden. Tot de bewonderaars behoorden Mark Twain, Ernest Hemingway, Sylvia Plath en Jack Kerouac. Het gaf ook aanleiding tot een nieuw beroep: de typiste, waarmee de weg werd vrijgemaakt voor vrouwen om de arbeidsmarkt te betreden.
Meer dan 150 jaar later is de invloed van de typemachine nog steeds duidelijk. De technologie mag dan wel verder ontwikkeld zijn, er zijn nog steeds mensen die gefascineerd zijn door deze elegante machines (waaronder ikzelf). Als twaalfjarige kreeg ik een type-machine van het merk Adler en volgde drie jaar lessen. Na twintig jaar in 1982 werd deze mechanische machine vervangen door mijn eerste computer TRS-80 Tandy. De elektrische typemachine heb ik aan mij laten voorbijgaan omwille van de charme van het tikken bij de mechanische.
Het AZERTY-toetsenbord is in Frankrijk ontstaan en ontworpen om beter aan te sluiten bij de Franse grammatica en de Belgische overheid is daarin gevolgd voor het onderwijs wegens de sterke Franstalige invloed van Wallonië.
Loop een willekeurige supermarkt binnen en het gepiep van barcodescanners overstemt al snel het geluid van piepende winkelwagens en de door bedrijven goedgekeurde popmuziek die je oren vult. Zonder barcodes zou boodschappen doen – en het kopen van allerlei andere producten – een logistieke nachtmerrie zijn.
Sinds de eerste commerciële barcode zo’n 50 jaar geleden werd gescand, hebben deze mysterieuze verzamelingen zwart-witte lijnen de winkelervaring revolutionair veranderd door wachtrijen bij de kassa te transformeren van een vervelende beproeving naar een gestroomlijnd proces. Die lijnen zijn echter niet willekeurig – ze dragen bewust een verrassende hoeveelheid informatie over door gebruik te maken van een efficiënte, beproefde methode.
Het concept achter barcodes is bedrieglijk eenvoudig, maar tegelijkertijd ook decennia vooruit op zijn tijd: binaire code. Vroege computers gebruikten al binaire code toen de barcode voor de detailhandel eind jaren 40 werd bedacht, maar de barcode is een zeer nieuwe benadering van het gebruik van machinetaal.
De moderne universele productcode (afgekort UPC) bestaat uit twee elementen: parallelle zwarte en witte lijnen van verschillende diktes, met daaronder 13 cijfers. Omdat zwarte lijnen het licht van een laserscanner absorberen en witte lijnen het reflecteren, kan een lasergebaseerde barcodescanner de strepen vertalen naar binaire code – dezelfde taal die computers gebruiken. Zwarte lijnen staan voor “1” en witte lijnen voor “0”, terwijl de dikte van de strepen bepaalt hoeveel 1’en en 0’en er in een reeks staan. Binnen de binaire strepen bevinden zich extra, langere “begrenzingsstrepen” die als grensmarkeringen dienen.
Elk product wordt geïdentificeerd door 13 cijfers die omgezet worden in een visuele streepjescode. Deze zwarte en witte strepen zijn dus de vertaling van die cijfers om te kunnen gelezen worden door een barcodelezer. De cijfers onder de streepjescode staan erbij voor de menselijke leesbaarheid. Als de scanner de streepjescode niet kan lezen, kan de kassierster alsnog de cijfers handmatig intikken. Deze cijfercode ook EAN code genoemd, bestaat uit 4 delen:
De landcode (54 voor Belgie en 87 voor Nederland)
Bedrijfsnummer dat identificeert de fabrikant of het merk
Artikelnummer dat een unieke code is voor elk product
Controle nummer: dit is het laatste cijfer dat via een wiskundige formule afgeleverd wordt
“Het klinkt beter op vinyl.” Je hebt vast wel eens een audiofiel horen juichen over vinyl. Of de geluidskwaliteit nu echt beter is of niet, de muziek die via een platenspeler wordt afgespeeld, is in ieder geval anders dan het streamen van een album online, het afspelen van een cd of het luisteren naar de radio in je auto. Klassieke vinylplaten hebben de afgelopen twintig jaar een comeback gemaakt en overtroffen in 2022 officieel de cd-verkoop met een omzet van meer dan 1,4 miljard dollar. En hoewel de geribbelde schijven en de hoekige platenspelers je misschien bekend voorkomen, is het combineren van beide om de muziek te creëren waar we zo van houden, nog steeds een verbluffende ervaring.
Je weet waarschijnlijk wel dat de naald van de platenspeler die over de groeven van een plaat beweegt, muziek creëert, maar hoe gebeurt dat nu eigenlijk?
Muziek heeft de kracht om ons emotioneel te raken. Maar in de meest basale vorm is het eigenlijk gewoon een patroon van trillingen, oftewel geluidsgolven. Deze golven reizen door de lucht naar onze oren, waar ze worden geregistreerd als noten, songteksten of soms gewoon dissonante ruis (nou ja, ieder zijn ding). Platen zijn een analoge, of fysieke manifestatie van die geluidsgolven, geëtst op het oppervlak van plastic, eigenlijk een polymeer polyvinylchloride genaamd. Stel je een geluidsgolf voor die op en neer beweegt en een continue V-vorm in de lucht creëert. De groeven van een plaat zijn een fysieke versie van die vorm. Sterker nog, als je onder een microscoop kijkt, zie je die V-vormige ribbels die het oppervlak van de plaat doorkruisen als een reeks bergen en dalen. Zodra een album is opgenomen, wordt het afgespeeld in een machine die een platensnijder wordt genoemd. De trillingen van de geluidsgolven bewegen de naald van de snijder op en neer over het oppervlak van een lakplaat, waardoor inkepingen in de vorm van die geluidsgolven worden gesneden. De breedte en diepte van deze inkepingen beïnvloeden het volume en de frequentie. De baslijn op je vinylplaat van Queen’s “Another One Bites the Dust” heeft misschien diepere groeven met meer afstand ertussen dan de indrukwekkende hoge noten van Mariah Carey, die dichter bij elkaar liggen en minder diep zijn.Die lakplaat wordt vervolgens in een stempelmachine geplaatst, een machine die enorme druk uitoefent om, zoals de naam al suggereert, de groeven van de plaat in het polyvinylchloride te stempelen, waardoor de uiteindelijke versie van de plaat ontstaat. Het omzetten van die gestempelde plaat naar iets dat je kunt horen is iets ingewikkelder. De naald (ook wel stylus genoemd) van je platenspeler beweegt over de groeven terwijl de plaat draait. Terwijl de naald heen en weer beweegt, activeert hij een spoel en een magneet in de platenspeler (meer specifiek in een onderdeel dat de cartridge wordt genoemd, waar ook de naald zich bevindt). De trillende magneet en de spoel creëren een elektrische stroom die naar een luidspreker gaat. Vanaf daar werkt de platenspeler zoals de meeste audiospelers: de elektrische stroom laat de luidspreker trillen, waardoor een geluid wordt gereproduceerd dat door sommigen als superieur wordt beschouwd. Klinkt vinyl dus echt beter dan digitaal? Dat is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Sommige luisteraars houden van de fysieke interactie met hun platen, terwijl anderen misschien de nostalgie koesteren. Echte audiofielen geloven echter dat een vinylplaat een puurdere versie van de muziek vertegenwoordigt. Digitale muziek wordt gecomprimeerd, wat de geluidskwaliteit kan beïnvloeden, terwijl vinylplaten afkomstig zijn van de “master”-kopie, die soms wordt gezien als de meest authentieke weergave van de muziek zoals die bedoeld was. De uiteindelijke beslissing laten we aan u over, afhankelijk van welke muziek uw ziel – en uw dansvoeten – beroert.
De aannemer en klusjesman Frank Thorogood heeft in november 1993 op zijn sterfbed bekend dat hij Rolling Stones-oprichter Brian Jones had vermoord. Thorogood deed deze uitspraak vlak voor zijn dood tegen Tom Keylock, de toenmalige chauffeur en ‘fixer’ van de Rolling Stones. Hij zou hebben gezegd: “It was me that did Brian. I just finally snapped.” (“Ik was het die Brian heeft gepakt. Ik sloeg uiteindelijk gewoon door. Hij was destijds ingehuurd voor renovatiewerkzaamheden aan het landgoed van Jones (Cotchford Farm). Er was al langere tijd een felle ruzie gaande tussen de twee over onbetaald werk en geld.
Hoewel de politie de zaak later nog eens heeft bekeken naar aanleiding van deze informatie, staat de officiële doodsoorzaak van Brian Jones uit 1969 nog altijd geregistreerd als een verdrinking door een ongeval (death by misadventure), mede veroorzaak door drank- en drugsgebruik. De juistheid van de sterfbedbekentenis wordt door critici en sommige betrokkenen tot op de dag van vandaag in twijfel getrokken.
De dubieuze rol van Tom Keylock in heel deze affaire: hij was niet zomaar een chauffeur; hij was de man die de Rolling Stones uit de problemen moest houden. Volgens critici en latere documentaires speelde hij een cruciale rol in het dicteren van het officiële verhaal. Direct na de dood van Jones zou Keylock kostbaarheden, muziekinstrumenten en privédocumenten uit Cotchford Farm hebben ontvreemd. Veel van Brians bezittingen zijn nooit meer teruggevonden. Getuigen verklaarden later dat zij doodsbang waren voor Keylock. Hij zou de aanwezige vrouwen hebben bedreigd met geweld om ervoor te zorgen dat ze hun mond hielden tegen de politie. Sommige onderzoekers beweren dat Keylock de sterfbedbekentenis van Frank Thorogood zelf heeft verzonnen of aangedikt om geld te verdienen aan boekendeals en documentaires, of om de aandacht van zijn eigen betrokkenheid af te leiden. Keylock overleed zelf in 2009.
De Zweedse Anna Wohlin was destijds de vriendin van Brian Jones en was die bewuste avond op het landgoed aanwezig. Haar getuigenis spreekt het officiële politierapport direct tegen. Waar de politie sprak van een wild drank- en drugsfeest, verklaarde Wohlin dat het een heel rustige avond was. Brian had wel gedronken, maar was absoluut niet laveloos. Wohlin hielp mee om Brian uit het water te tillen. Zij hield vol dat hij nog een polsslag had toen hij op de kant lag. Ze claimde dat ze door ambulancepersoneel en omstanders werd weggeduwd toen ze hem mond-op-mondbeademing wilde geven. Direct na het incident werd een hysterische Wohlin door het management van de Stones op een vliegtuig terug naar Zweden gezet. In haar latere memoires schreef ze dat Thorogood die avond ruzie zocht en dat Brian door hem is vermoord.
Onderzoekers van de moordtheorie wijzen erop dat Brian mogelijk niet eens in het zwembad is verdronken. Er is een theorie dat Thorogood hem tijdens een ruzie met zijn hoofd onder water hield in een waterbak (trog) elders op het terrein. Pas daarna zou het lichaam naar het zwembad zijn verplaatst om het op een zwemongeval te laten lijken. De Britse autoriteiten houden de officiële documenten over de dood van Brian Jones tot op de dag van vandaag achter slot en grendel onder een 75-jarige geheimhoudingsplicht. De exacte waarheid zal daardoor pas na het jaar 2044 openbaar worden gemaakt.
Terwijl anderen de blues perfectioneerden, gaf Jimi Hendrix de rockmuziek een nieuwe impuls.
Op 12 mei 1967 werd Are You Experienced van The Jimi Hendrix Experience uitgebracht, geproduceerd door Chas Chandler. Dit album bracht een revolutie teweeg in de rockmuziek door de elektrische gitaar te transformeren tot een instrument voor ongekende sonische experimenten.
In nauwe samenwerking met geluidstechnicus Eddie Kramer beschouwde Hendrix de studio als een instrument op zich, waarbij hij texturen en effecten toevoegde die de mogelijkheden van opgenomen muziek verruimden. Een klassiek voorbeeld is het titelnummer van het album, waarin Hendrix en Kramer technieken gebruikten zoals omgekeerde tape-effecten, gelaagde gitaarsporen en gemanipuleerde audiosnelheden. Het resultaat was een gedurfd, psychedelisch geluid dat een nieuwe standaard zette voor rockgitaar – en rockmuziek in het algemeen.
Het album, dat eerst in het Verenigd Koninkrijk werd uitgebracht, onderscheidde Hendrix direct van de rest. Nummers zoals “Purple Haze”, met zijn iconische openingsriff en surrealistische teksten; “Foxy Lady”, gedreven door rauwe energie en expressieve gitaarfrasering; En “Manic Depression”, opvallend door zijn ongebruikelijke 3/4 maatsoort, combineerde bluesinvloeden met vervorming en feedback om een radicale sfeer te creëren.
“Hey Joe” liet ondertussen Hendrix’ emotionele solo’s en herinterpretatie van folkmuziek horen, en “The Wind Cries Mary” onthulde een meer lyrische, melodische kant. “Are You Experienced?” en “Third Stone from the Sun” hintten naar psychedelische en abstracte klanken, waarmee een verschuiving naar meer genre-overstijgende vormen van rock werd aangekondigd.
De impact was direct en diepgaand. Collega-muzikanten waren verbijsterd; zelfs gevestigde gitaristen als Eric Clapton en Pete Townshend zouden hun vaardigheden, stijl en status in het snel veranderende muzikale landschap opnieuw hebben moeten beoordelen. Hendrix’ gebruik van versterking, gecontroleerde feedback en innovatieve technieken verlegde niet alleen grenzen, het wiste ze uit.
Het album vatte de geest van een cultureel moment samen dat werd gekenmerkt door verandering en experiment. Het werd een hoeksteen van de psychedelische beweging van eind jaren zestig, terwijl het tegelijkertijd een sterke band met de bluestraditie behield. Daarmee sloeg Hendrix een brug tussen verleden en toekomst.
Bijna zes decennia later blijft Are You Experienced een baanbrekend debuutalbum – een album dat de evolutie van rock in één klap versnelde en het genre op een eigen, opwindende manier herdefinieerde.
Ps. Purple Haze, Hey Joe en The Wind cries Mary stonden op de Amerikaanse versie maar niet op de originele UK versie. Links op de foto zie je de originele UK-versie op het Polydor label en rechts de USA-versie op het Reprise label.
Het was mei 1944, en D-Day – de gecoördineerde landing van bijna 160.000 geallieerde soldaten langs de Normandische kust en het begin van het einde van de nazi-bezetting van Europa – was nog slechts een gefluisterd plan.
Toen technisch sergeant Edward Niland, 31 jaar oud, de oudste van vier broers uit de staat New York die zich allemaal hadden aangemeld voor het leger, op deze dag uit zijn B-25 parachute sprong toen deze boven Birma werd neergeschoten, ging zijn eenheid ervan uit dat hij was gesneuveld.
Toen brak D-Day aan. Op 6 juni offerde Edwards broer Robert (Bob), 25 jaar oud, technisch sergeant bij het 505e Parachutisten Infanterieregiment, zich op om een Duitse aanval af te weren, zodat het grootste deel van zijn eenheid kon ontsnappen. De volgende dag sneuvelde de 29-jarige tweede luitenant Preston Niland nadat hij Utah Beach was binnengedrongen en een gewonde soldaat te hulp was geschoten.
Thuis, in een klein stadje vlakbij Buffalo, ontving de familie Niland in rap tempo drie verwoestende berichten.
Het Ministerie van Oorlog, zich realiserend dat één familie al zoveel had opgeofferd, besloot dat de vierde en jongste broer, de 24-jarige Frederick (Fritz), een sergeant in het 501e Parachutistenregiment, naar huis moest worden gestuurd.
De reactie van het leger werd mede gevormd door het offer van een andere familie: de vijf broers Sullivan uit Iowa, die samen dienst namen bij de marine en allemaal sneuvelden in de Slag om Guadalcanal in 1942. Na die gebeurtenis nam het leger strengere regels aan voor het scheiden van directe familieleden – en zo kwamen de vier broers Niland in verschillende eenheden terecht. Dat beleid evolueerde uiteindelijk tot het ‘Sole Survivor Policy’, dat in 1948 officieel werd ingevoerd.
Dit verhaal klinkt misschien bekend, maar het is echt gebeurd.
Pater Francis Sampson, aalmoezenier van het 501e Parachutisten Infanterieregiment, kreeg de opdracht Fritz te vinden en in veiligheid te brengen. Fritz werd eerst naar Engeland geleid en vandaar naar huis, naar New York.
Dit is het waargebeurde familieverhaal achter Saving Private Ryan. De film neemt wat vrijheden omwille van het drama, waaronder het verzinnen van een spannende missie om Fritz te vinden.
Maar in dit geval kent de werkelijkheid een gelukkiger einde dan Hollywood: in mei 1945 werd Edward Niland levend teruggevonden in een Japans krijgsgevangenenkamp. Een tweede zoon was dus toch thuisgekomen.
mjcbl 7:27 pm op oktober 5, 2019 Permalink |
ok
LikeLike