Alles wat je hier kunt lezen, zul je waarschijnlijk nog nooit elders tegengekomen zijn omdat het allerhande weetjes zijn die onder de waterlijn bleven wegens niet spectaculair genoeg voor kranten en tijdschriften, maar wel interessant en aangenaam is om te lezen
Schrijf U hieronder in om verwittigd te worden van elk nieuw artikel dat verschijnt.
Loop een willekeurige supermarkt binnen en het gepiep van barcodescanners overstemt al snel het geluid van piepende winkelwagens en de door bedrijven goedgekeurde popmuziek die je oren vult. Zonder barcodes zou boodschappen doen – en het kopen van allerlei andere producten – een logistieke nachtmerrie zijn.
Sinds de eerste commerciële barcode zo’n 50 jaar geleden werd gescand, hebben deze mysterieuze verzamelingen zwart-witte lijnen de winkelervaring revolutionair veranderd door wachtrijen bij de kassa te transformeren van een vervelende beproeving naar een gestroomlijnd proces. Die lijnen zijn echter niet willekeurig – ze dragen bewust een verrassende hoeveelheid informatie over door gebruik te maken van een efficiënte, beproefde methode.
Het concept achter barcodes is bedrieglijk eenvoudig, maar tegelijkertijd ook decennia vooruit op zijn tijd: binaire code. Vroege computers gebruikten al binaire code toen de barcode voor de detailhandel eind jaren 40 werd bedacht, maar de barcode is een zeer nieuwe benadering van het gebruik van machinetaal.
De moderne universele productcode (afgekort UPC) bestaat uit twee elementen: parallelle zwarte en witte lijnen van verschillende diktes, met daaronder 13 cijfers. Omdat zwarte lijnen het licht van een laserscanner absorberen en witte lijnen het reflecteren, kan een lasergebaseerde barcodescanner de strepen vertalen naar binaire code – dezelfde taal die computers gebruiken. Zwarte lijnen staan voor “1” en witte lijnen voor “0”, terwijl de dikte van de strepen bepaalt hoeveel 1’en en 0’en er in een reeks staan. Binnen de binaire strepen bevinden zich extra, langere “begrenzingsstrepen” die als grensmarkeringen dienen.
Elk product wordt geïdentificeerd door 13 cijfers die omgezet worden in een visuele streepjescode. Deze zwarte en witte strepen zijn dus de vertaling van die cijfers om te kunnen gelezen worden door een barcodelezer. De cijfers onder de streepjescode staan erbij voor de menselijke leesbaarheid. Als de scanner de streepjescode niet kan lezen, kan de kassierster alsnog de cijfers handmatig intikken. Deze cijfercode ook EAN code genoemd, bestaat uit 4 delen:
De landcode (54 voor Belgie en 87 voor Nederland)
Bedrijfsnummer dat identificeert de fabrikant of het merk
Artikelnummer dat een unieke code is voor elk product
Controle nummer: dit is het laatste cijfer dat via een wiskundige formule afgeleverd wordt
“Het klinkt beter op vinyl.” Je hebt vast wel eens een audiofiel horen juichen over vinyl. Of de geluidskwaliteit nu echt beter is of niet, de muziek die via een platenspeler wordt afgespeeld, is in ieder geval anders dan het streamen van een album online, het afspelen van een cd of het luisteren naar de radio in je auto. Klassieke vinylplaten hebben de afgelopen twintig jaar een comeback gemaakt en overtroffen in 2022 officieel de cd-verkoop met een omzet van meer dan 1,4 miljard dollar. En hoewel de geribbelde schijven en de hoekige platenspelers je misschien bekend voorkomen, is het combineren van beide om de muziek te creëren waar we zo van houden, nog steeds een verbluffende ervaring.
Je weet waarschijnlijk wel dat de naald van de platenspeler die over de groeven van een plaat beweegt, muziek creëert, maar hoe gebeurt dat nu eigenlijk?
Muziek heeft de kracht om ons emotioneel te raken. Maar in de meest basale vorm is het eigenlijk gewoon een patroon van trillingen, oftewel geluidsgolven. Deze golven reizen door de lucht naar onze oren, waar ze worden geregistreerd als noten, songteksten of soms gewoon dissonante ruis (nou ja, ieder zijn ding). Platen zijn een analoge, of fysieke manifestatie van die geluidsgolven, geëtst op het oppervlak van plastic, eigenlijk een polymeer polyvinylchloride genaamd. Stel je een geluidsgolf voor die op en neer beweegt en een continue V-vorm in de lucht creëert. De groeven van een plaat zijn een fysieke versie van die vorm. Sterker nog, als je onder een microscoop kijkt, zie je die V-vormige ribbels die het oppervlak van de plaat doorkruisen als een reeks bergen en dalen. Zodra een album is opgenomen, wordt het afgespeeld in een machine die een platensnijder wordt genoemd. De trillingen van de geluidsgolven bewegen de naald van de snijder op en neer over het oppervlak van een lakplaat, waardoor inkepingen in de vorm van die geluidsgolven worden gesneden. De breedte en diepte van deze inkepingen beïnvloeden het volume en de frequentie. De baslijn op je vinylplaat van Queen’s “Another One Bites the Dust” heeft misschien diepere groeven met meer afstand ertussen dan de indrukwekkende hoge noten van Mariah Carey, die dichter bij elkaar liggen en minder diep zijn.Die lakplaat wordt vervolgens in een stempelmachine geplaatst, een machine die enorme druk uitoefent om, zoals de naam al suggereert, de groeven van de plaat in het polyvinylchloride te stempelen, waardoor de uiteindelijke versie van de plaat ontstaat. Het omzetten van die gestempelde plaat naar iets dat je kunt horen is iets ingewikkelder. De naald (ook wel stylus genoemd) van je platenspeler beweegt over de groeven terwijl de plaat draait. Terwijl de naald heen en weer beweegt, activeert hij een spoel en een magneet in de platenspeler (meer specifiek in een onderdeel dat de cartridge wordt genoemd, waar ook de naald zich bevindt). De trillende magneet en de spoel creëren een elektrische stroom die naar een luidspreker gaat. Vanaf daar werkt de platenspeler zoals de meeste audiospelers: de elektrische stroom laat de luidspreker trillen, waardoor een geluid wordt gereproduceerd dat door sommigen als superieur wordt beschouwd. Klinkt vinyl dus echt beter dan digitaal? Dat is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Sommige luisteraars houden van de fysieke interactie met hun platen, terwijl anderen misschien de nostalgie koesteren. Echte audiofielen geloven echter dat een vinylplaat een puurdere versie van de muziek vertegenwoordigt. Digitale muziek wordt gecomprimeerd, wat de geluidskwaliteit kan beïnvloeden, terwijl vinylplaten afkomstig zijn van de “master”-kopie, die soms wordt gezien als de meest authentieke weergave van de muziek zoals die bedoeld was. De uiteindelijke beslissing laten we aan u over, afhankelijk van welke muziek uw ziel – en uw dansvoeten – beroert.
De aannemer en klusjesman Frank Thorogood heeft in november 1993 op zijn sterfbed bekend dat hij Rolling Stones-oprichter Brian Jones had vermoord. Thorogood deed deze uitspraak vlak voor zijn dood tegen Tom Keylock, de toenmalige chauffeur en ‘fixer’ van de Rolling Stones. Hij zou hebben gezegd: “It was me that did Brian. I just finally snapped.” (“Ik was het die Brian heeft gepakt. Ik sloeg uiteindelijk gewoon door. Hij was destijds ingehuurd voor renovatiewerkzaamheden aan het landgoed van Jones (Cotchford Farm). Er was al langere tijd een felle ruzie gaande tussen de twee over onbetaald werk en geld.
Hoewel de politie de zaak later nog eens heeft bekeken naar aanleiding van deze informatie, staat de officiële doodsoorzaak van Brian Jones uit 1969 nog altijd geregistreerd als een verdrinking door een ongeval (death by misadventure), mede veroorzaak door drank- en drugsgebruik. De juistheid van de sterfbedbekentenis wordt door critici en sommige betrokkenen tot op de dag van vandaag in twijfel getrokken.
De dubieuze rol van Tom Keylock in heel deze affaire: hij was niet zomaar een chauffeur; hij was de man die de Rolling Stones uit de problemen moest houden. Volgens critici en latere documentaires speelde hij een cruciale rol in het dicteren van het officiële verhaal. Direct na de dood van Jones zou Keylock kostbaarheden, muziekinstrumenten en privédocumenten uit Cotchford Farm hebben ontvreemd. Veel van Brians bezittingen zijn nooit meer teruggevonden. Getuigen verklaarden later dat zij doodsbang waren voor Keylock. Hij zou de aanwezige vrouwen hebben bedreigd met geweld om ervoor te zorgen dat ze hun mond hielden tegen de politie. Sommige onderzoekers beweren dat Keylock de sterfbedbekentenis van Frank Thorogood zelf heeft verzonnen of aangedikt om geld te verdienen aan boekendeals en documentaires, of om de aandacht van zijn eigen betrokkenheid af te leiden. Keylock overleed zelf in 2009.
De Zweedse Anna Wohlin was destijds de vriendin van Brian Jones en was die bewuste avond op het landgoed aanwezig. Haar getuigenis spreekt het officiële politierapport direct tegen. Waar de politie sprak van een wild drank- en drugsfeest, verklaarde Wohlin dat het een heel rustige avond was. Brian had wel gedronken, maar was absoluut niet laveloos. Wohlin hielp mee om Brian uit het water te tillen. Zij hield vol dat hij nog een polsslag had toen hij op de kant lag. Ze claimde dat ze door ambulancepersoneel en omstanders werd weggeduwd toen ze hem mond-op-mondbeademing wilde geven. Direct na het incident werd een hysterische Wohlin door het management van de Stones op een vliegtuig terug naar Zweden gezet. In haar latere memoires schreef ze dat Thorogood die avond ruzie zocht en dat Brian door hem is vermoord.
Onderzoekers van de moordtheorie wijzen erop dat Brian mogelijk niet eens in het zwembad is verdronken. Er is een theorie dat Thorogood hem tijdens een ruzie met zijn hoofd onder water hield in een waterbak (trog) elders op het terrein. Pas daarna zou het lichaam naar het zwembad zijn verplaatst om het op een zwemongeval te laten lijken. De Britse autoriteiten houden de officiële documenten over de dood van Brian Jones tot op de dag van vandaag achter slot en grendel onder een 75-jarige geheimhoudingsplicht. De exacte waarheid zal daardoor pas na het jaar 2044 openbaar worden gemaakt.
Terwijl anderen de blues perfectioneerden, gaf Jimi Hendrix de rockmuziek een nieuwe impuls.
Op 12 mei 1967 werd Are You Experienced van The Jimi Hendrix Experience uitgebracht, geproduceerd door Chas Chandler. Dit album bracht een revolutie teweeg in de rockmuziek door de elektrische gitaar te transformeren tot een instrument voor ongekende sonische experimenten.
In nauwe samenwerking met geluidstechnicus Eddie Kramer beschouwde Hendrix de studio als een instrument op zich, waarbij hij texturen en effecten toevoegde die de mogelijkheden van opgenomen muziek verruimden. Een klassiek voorbeeld is het titelnummer van het album, waarin Hendrix en Kramer technieken gebruikten zoals omgekeerde tape-effecten, gelaagde gitaarsporen en gemanipuleerde audiosnelheden. Het resultaat was een gedurfd, psychedelisch geluid dat een nieuwe standaard zette voor rockgitaar – en rockmuziek in het algemeen.
Het album, dat eerst in het Verenigd Koninkrijk werd uitgebracht, onderscheidde Hendrix direct van de rest. Nummers zoals “Purple Haze”, met zijn iconische openingsriff en surrealistische teksten; “Foxy Lady”, gedreven door rauwe energie en expressieve gitaarfrasering; En “Manic Depression”, opvallend door zijn ongebruikelijke 3/4 maatsoort, combineerde bluesinvloeden met vervorming en feedback om een radicale sfeer te creëren.
“Hey Joe” liet ondertussen Hendrix’ emotionele solo’s en herinterpretatie van folkmuziek horen, en “The Wind Cries Mary” onthulde een meer lyrische, melodische kant. “Are You Experienced?” en “Third Stone from the Sun” hintten naar psychedelische en abstracte klanken, waarmee een verschuiving naar meer genre-overstijgende vormen van rock werd aangekondigd.
De impact was direct en diepgaand. Collega-muzikanten waren verbijsterd; zelfs gevestigde gitaristen als Eric Clapton en Pete Townshend zouden hun vaardigheden, stijl en status in het snel veranderende muzikale landschap opnieuw hebben moeten beoordelen. Hendrix’ gebruik van versterking, gecontroleerde feedback en innovatieve technieken verlegde niet alleen grenzen, het wiste ze uit.
Het album vatte de geest van een cultureel moment samen dat werd gekenmerkt door verandering en experiment. Het werd een hoeksteen van de psychedelische beweging van eind jaren zestig, terwijl het tegelijkertijd een sterke band met de bluestraditie behield. Daarmee sloeg Hendrix een brug tussen verleden en toekomst.
Bijna zes decennia later blijft Are You Experienced een baanbrekend debuutalbum – een album dat de evolutie van rock in één klap versnelde en het genre op een eigen, opwindende manier herdefinieerde.
Ps. Purple Haze, Hey Joe en The Wind cries Mary stonden op de Amerikaanse versie maar niet op de originele UK versie. Links op de foto zie je de originele UK-versie op het Polydor label en rechts de USA-versie op het Reprise label.
Het was mei 1944, en D-Day – de gecoördineerde landing van bijna 160.000 geallieerde soldaten langs de Normandische kust en het begin van het einde van de nazi-bezetting van Europa – was nog slechts een gefluisterd plan.
Toen technisch sergeant Edward Niland, 31 jaar oud, de oudste van vier broers uit de staat New York die zich allemaal hadden aangemeld voor het leger, op deze dag uit zijn B-25 parachute sprong toen deze boven Birma werd neergeschoten, ging zijn eenheid ervan uit dat hij was gesneuveld.
Toen brak D-Day aan. Op 6 juni offerde Edwards broer Robert (Bob), 25 jaar oud, technisch sergeant bij het 505e Parachutisten Infanterieregiment, zich op om een Duitse aanval af te weren, zodat het grootste deel van zijn eenheid kon ontsnappen. De volgende dag sneuvelde de 29-jarige tweede luitenant Preston Niland nadat hij Utah Beach was binnengedrongen en een gewonde soldaat te hulp was geschoten.
Thuis, in een klein stadje vlakbij Buffalo, ontving de familie Niland in rap tempo drie verwoestende berichten.
Het Ministerie van Oorlog, zich realiserend dat één familie al zoveel had opgeofferd, besloot dat de vierde en jongste broer, de 24-jarige Frederick (Fritz), een sergeant in het 501e Parachutistenregiment, naar huis moest worden gestuurd.
De reactie van het leger werd mede gevormd door het offer van een andere familie: de vijf broers Sullivan uit Iowa, die samen dienst namen bij de marine en allemaal sneuvelden in de Slag om Guadalcanal in 1942. Na die gebeurtenis nam het leger strengere regels aan voor het scheiden van directe familieleden – en zo kwamen de vier broers Niland in verschillende eenheden terecht. Dat beleid evolueerde uiteindelijk tot het ‘Sole Survivor Policy’, dat in 1948 officieel werd ingevoerd.
Dit verhaal klinkt misschien bekend, maar het is echt gebeurd.
Pater Francis Sampson, aalmoezenier van het 501e Parachutisten Infanterieregiment, kreeg de opdracht Fritz te vinden en in veiligheid te brengen. Fritz werd eerst naar Engeland geleid en vandaar naar huis, naar New York.
Dit is het waargebeurde familieverhaal achter Saving Private Ryan. De film neemt wat vrijheden omwille van het drama, waaronder het verzinnen van een spannende missie om Fritz te vinden.
Maar in dit geval kent de werkelijkheid een gelukkiger einde dan Hollywood: in mei 1945 werd Edward Niland levend teruggevonden in een Japans krijgsgevangenenkamp. Een tweede zoon was dus toch thuisgekomen.
Francie Schwartz was scenarioschrijfster én het liefje van Beatle Paul McCartney na zijn jeugdliefde Jane Asher en voor zijn toekomstige vrouw Linda Eastman. Hun relatie duurde vijf maanden en ze schreef haar memoires met Mr. Plump, haar troetelnaam voor Macca in haar autobiografie “Body Count” dat verscheen in november 1972 (haar “moment de gloire”). Paul noemde haar “Frannie” , soms “Clancy”.
Toen de Amerikaanse Francie Schwartz, geboren in 1944 in het voorjaar van 1968 door “Rolling Stone” bladerde, viel haar oog op een advertencie van Apple Corps. Daarin nodigden de Beatles iedereen met een creatief talent of een goed idee uit om zich bij hen te melden. Daarop vertrok ze onmiddellijk naar London met een filmscript onder de arm en op 3 april 1968 bood ze zich aan bij de Apple-burelen in Wigmore Street 95. Ze had geluk want ze liep daar direkt Paul tegen het lijf, de man die ze op het oog had om een soundtrack te schrijven voor haar film. Al snel volgde een tweede afspraak en werd het filmscript opzij geschoven en kreeg Francie een baan bij Apple als rechterhand van pers-officier Derek Taylor. Paul liet zich van zijn charmantste kant zien, flirtte met haar en ze begonnen al gauw een relatie. Paul was nog wel verloofd (4 jaar) met Jane Asher die regelmatig lange periodes van huis was voor haar succesvolle acteercarrière, wat nefast is voor een vaste verhouding tussen jonge mensen. Zij deed mij onmiddellijk denken aan Romy Schneider, die ook voor haar acteercarrière naar Hollywood trok voor de film “Good Neighbor Sam” met als tegenspeler Jack Lemmon en later terugkeerde naar Frankrijk en zag dat haar plaats was ingenomen door Francine Canovas alias Nathalie Delon en zodoende de liefde van haar leven verspilde. Hoe naïef kunnen jonge vrouwen toch zijn dat ze denken dat jonge mannen (en dan zeker beroemde partners) maanden zullen wachten om hun sexuele behoeftes te parkeren tot ze terugkeren.
Jane keerde terug en stapte binnen in Cavendish Avenue, ging naar de slaapkamer, tikte verschillende keren op de deur maar die bleef gesloten. Ze begreep het, vertrok en keerde nooit meer weer. Haar kleding en kookboeken liet ze door haar moeder ophalen.
Francie en Paul waren vaak samen op de Apple burelen, in de studio aan Abbey Road en om de hoek in Pauls’ huis aan Cavendish Avenue. Zo was Francie aanwezig bij verschillende sessies voor The White Album waaraan hard gewerkt werd. Samen met George Harrison zong ze de achtergrondkoortjes voor Revolution 1 en is ze te zien op filmbeelden naast Paul, die “Blackbird” speelt. Cavendish Avenue was tijdelijk ook de plek waar John en Yoko introkken en zo woonde Francie even onder één dak met de andere drie.
Zoals al vermeld hierboven kwam er een einde aan hun relatie toen Paul Linda Eastman ontmoette. Francie ging verder met haar leven en verdween in de anonimiteit, hield contact met George Harrison en ging op de thee bij Yoko in New York. En toen Paul later nog verloofd was met Heather Mills heeft ze hem nog een brief geschreven.
In de jaren zeventig werd een apparaat ontwikkeld dat een gitaar kon laten klinken als een viool of cello. De zogenaamde Gizmotron leek een veelbelovende uitvinding, maar wist zich uiteindelijk niet te handhaven.
Het apparaatje werd over de gitaarsnaren bevestigd en bestond uit een kastje met toetsen en kleine wieltjes. (Zie foto). Zodra een toets werd ingedrukt, brachten die wieltjes de snaren in trilling, waardoor geluid ontstond dat deed denken aan een strijkinstrument. De gitarist hield daarbij één hand vrij om akkoorden aan te slaan.
Een prototype van deze geluidshervormer werd in 1973 ontwikkeld door Kevin Godley en Lol Creme van de Engelse popgroep 10CC, doordat er het geld niet was om een strijkorkest in te huren. Samen met natuurkundige John McConnell van de University of Manchester werkten zij het idee uit, tot een eerste prototype, dat aanvankelijk “Gizmo” werd genoemd.
Hij is op nummers te horen als het instrumentale “Gizmo my way” en de elpee “Sheet Music”. Nadat Godley en Creme 10CC verlaten hadden, maakten ze in 1977 “Consequences”, een promotie-dubbelelpee voor de Gizmotron. Tijdens het experimenteren bleek dat naast vioolgeluiden ook het raspende saxofoongeluid bereikt kon worden door het versterkte geluid door de geperforeerde sigarettenvloeitjes te filteren. Met de combinatie van Gizmo en steelgitaar lukte het verder de zang van een sopraan te imiteren.
Volgens tijdgenoten gingen Godley en Creme ervan uit dat de mogelijkheden van de Gizmo op deze dubbelelpee grotendeels waren benut, al werkten zij nog met een experimenteel prototype dat met touwtjes en tape bij elkaar werd gehouden.
Later maakte ook Led Zeppelin opnames met de Gizmotron en hij is te horen bij “I’m carrying” op de elpee “London Town” van Paul McCartney. Beperkingen waren dat het apparaatje gevoelig was voor vocht en temperatuursverschillen en dat het lastig was aan te brengen en te bespelen was, waarbij alleen zeer lichte aanslagen mogelijk waren. Volgens insiders was Lol Creme één van de weinigen die er goed mee overweg kon. Over de bespeelbaarheid liepen de ervaringen uiteen.
Een bijkomend probleem was dat de wieltjes moesten functioneren bij zowel dikkere als dunnere snaren, waardoor ze ongelijk afsleten en bovendien niet vervangen konden worden. Als opvolger van de Gizmotron kan de Ebow beschouw worden, een apparaatje op batterijen dat direct met de hand boven de snaren wordt bewogen en via een magnetische veld snaren in trilling brengt en zo het geluid vervormt. De Ebow is ondermeer te horen op nummers van Frank Zappa, Elton John, Emmylou Harris en Ilse de Lange.
De Gizmotron werd ingehaald door gebruiksvriendelijkere alternatieven zoals de Ebow en de synthesizer. Het oorspronkelijke model uit de jaren zeventig verdween al snel uit de markt. In 2013 werd het apparaat nog wel door een klein team ingenieurs opnieuw onder de loep genomen en herontwikkeld, waarna in 2016 een verbeterde versie, de Gizmotron 2.0 op de markt verscheen met de steun van de oorspronkelijke mede-uitvinder Kevin Godley.
Mickie Most (geboren als Michael Peter Hayes) was een van de meest invloedrijke en succesvolle Britse muziekproducenten van de jaren ’60 en ’70. Hij stond bekend om zijn feilloze instinct voor wat een “hit” was en zijn no-nonsense aanpak in de studio. Most begon zijn carrière als zanger in de groep The Most Brothers, maar vond weinig succes in Engeland. Hij verhuisde naar Zuid-Afrika, waar hij een ster werd en leerde hoe hij commerciële popmuziek moest produceren. Bij zijn terugkeer naar Londen in 1962 besloot hij zich volledig te richten op het produceren van anderen.
De reden waarom hij verhuisde naar Zuid-Afrika was de vrouw die hij in Engeland leerde kennen, Kristina Frisco, een Zuid-Afrikaanse die daar op vakantie was. Ze trouwden en kregen kinderen en bleven samen tot aan zijn dood. Kristina’s zus was Jackie Frisco die gehuwd was met Gene Vincent en dat verklaart bovenstaande cover van één van Gene’s hits. Most en Gene Vincent waren aldus schoonbroers.
In de jaren ’60 werd Most een legende door een enorme reeks hits te produceren voor diverse artiesten. Hij had de gave om de juiste song bij de juiste artiest te vinden. Enkele van zijn grootste successen uit deze tijd waren: The Animals (hij produceerde hun wereldhit “The House of the Rising Sun”; vele hits van Herman’s Hermits waaronder “I’m into something good”; Donovan die hij transformeerde van folkzanger naar psychedelische popster met als uitschieters “Sunshine Superman” en “Mellow Yellow” en Lulu (hij produceerde haar Eurovisie-winnende nummer “Boom Bang-a-Bang”.
In 1969 richtte hij zijn eigen platenlabel op, RAK Records. In de jaren ’70 domineerde dit label de Britse hitlijsten, mede dankzij de samenwerking met het schrijversduo Chinn & Chapman. Belangrijke namen onder zijn hoede waren: Suzi Quatro, Mud, Hot Chocolate en Kim Wilde.
Bij het grote publiek werd Most ook bekend op televisie als het strenge jurylid in de talentenjacht New Faces, waar hij berucht was om zijn eerlijke (en soms harde) kritiek op kandidaten die volgens hem geen sterpotentie hadden.
Mickie Most was een van de rijkste mannen in de Britse muziekindustrie. Hij hield van snelheid en bezat een indrukwekkende collectie auto’s en zelfs een eigen helikopter om tussen studio’s te reizen. Most overleed in 2003 op 64-jarige leeftijd, aan buikvlieskanker nadat hij een jaar in behandeling was. Er wordt gespeculeerd dat de ziekte is veroorzaakt door het inslikken van asbestvezels uit isolatiemateriaal in opnamestudio’s. Zijn invloed op de popstructuur en de commerciële muziekproductie is nog altijd voelbaar.
Op 6 maart 1869 onderbrak de Russische chemicus Dmitri Mendelejev zijn werk aan het perfectioneren van kaasbereidingstechnieken om de wereld te laten zien hoe hij het bekende universum had herschikt.
Zijn artikel, “De afhankelijkheid tussen de eigenschappen van de atoomgewichten van de elementen”—het eerste periodiek systeem, horizontaal en verticaal gerangschikt op eigenschap—werd gepresenteerd op een bijeenkomst van de Russische Chemische Vereniging.
Nadat hij was toegelaten tot de universiteit (een hobbelig parcours), stortte hij zich op de wetenschap. Zijn proefschrift werd gepubliceerd in een tijdschrift over mijnbouwkunde. Zijn masterscriptie onderzocht de relatie tussen de volumes van stoffen en hun chemische eigenschappen—een teken dat hij al op zoek was naar patronen. Hij werd docent chemie aan de Universiteit van Sint-Petersburg en kreeg in 1859 de mogelijkheid om in het buitenland te studeren.
En zo belandde hij op een Duitse conferentie waar een Italiaanse chemicus baanbrekend werk presenteerde over atoomgewicht. Dat was het ontbrekende puzzelstukje in het periodiek systeem: de introductie van een standaard (zuurstof = 16) waarmee de atoomgewichten van elementen konden worden gemeten.
Terug in Rusland behaalde Mendelejev zijn doctoraat en werd hij hoogleraar scheikunde. Hij kreeg de opdracht anorganische chemie te doceren en begon daarom aan een leerboek. Tijdens dit proces begon hij elementen te ordenen.
Het eerste deel was snel klaar. Toen raakte hij afgeleid. Mendelejev gebruikte zijn vaardigheden altijd op praktische wijze om de Russische industrie te verbeteren: kaasmaken was een van zijn interesses; aardolieraffinage, het maken van koffers en scheepsbouw waren andere.
Maar hij keerde al snel terug naar het tweede deel.
In die tijd waren er ongeveer 60 elementen bekend. Niemand was er ooit in geslaagd ze te ordenen. Mendelejev merkte op dat wanneer hij een raster maakte – zoals bij de solitaire-spellen die hij graag speelde – patronen in eigenschappen zich periodiek herhaalden. Hij vertrouwde dit patroon voldoende om lege plekken te laten voor elementen die nog niet eens ontdekt waren.
Een langere versie van zijn werk werd later dat jaar gepubliceerd en in het Duits vertaald, waardoor zijn ideeën zich langzaam verspreidden. De tijd speelde ook een rol: de ontdekking van gallium, scandium en germanium een paar jaar later – met eigenschappen die Mendelejev had voorspeld – dwong chemici om aandacht te besteden aan zijn werk.
Zijn tabel was niet perfect. Hij kon onmogelijk weten dat het atoomnummer, en niet de massa, de sleutel was. Maar hij zag iets wat niemand anders had gezien.
Wetenschappers noemden element 101, mendelevium, naar hem. Mendelejev was letterlijk onderdeel geworden van zijn meesterwerk.
Voor de standaard biografische gegevens van deze begenadigde pianist verwijs ik naar Wikipedia of “Dagelijks iets degelijks” van mijn goede vriend Ronny De Schepper. Zelf wil ik als aanvulling een paar gebeurtenissen of feiten uit zijn leven vertellen.
Om te beginnen met zijn eerste liefje op de middelbare school Carole King waarmee hij samen piano speelde en nadien optrok naar de befaamde Brill Building, het gebouw dat veel hitleveranciers huisde zoals ook Neil Diamond, Barry Mann, Cynthia Weil, Jeff Barry, Ellie Greenwich, Tommy Boyce. Daar scheidden hun wegen zich toen Carole een duo vormde met haar latere eerste echtgenoot Gerry Goffin terwijl Neil samen met Howard Greenfield vele hits schreef voor zichzelf en vele anderen en in 1962 zijn echtgenote Leba Strassberg huwde en trouw bleef tot aan zijn dood, wat zeer uitzonderlijk is in dit wereldje van glitter en party’s. Ze hadden mekaar ontmoet eind jaren ’50 toen hij optrad met een band in Esther Manor, het resort van haar moeder.
Neil was begin jaren ’60 een gevestigde waarde als popidool zoals zijn tijdsgenoot Paul Anka, maar toen de “British Invasion” van de Britse popgroepen furore maakten in de USA veroorzaakte dat de zwanenzang van talloze popzangers en crooners, zoals Elvis, Sinatra, Dean Martin en RCA zijn platenmaatschappij zijn platencontract niet meer hernieuwde eind 1966. Maar Neil bleef niet bij de pakken zitten en dacht: “als zij naar hier komen, ga ik wel naar daar” en stak de plas over naar de UK en herbouwde daar zijn carrière. Op een party ontmoette Neil die andere pianovirtuoos Elton John die hem meteen een contract aanbood op zijn pas opgerichte label “Rocket Records” en meteen zijn comeback lanceerde. Het album “Sedaka’s Back” bevatte opnieuw opgenomen versies van zijn eerdere successen en nieuwe songs zoals “Laughter in the Rain”.
Neil: “In 1970 stelde een bevriend agent, Dick Fox, voor dat ik naar de Albert Hall in Engeland zou gaan; hij dacht dat het een goede manier zou zijn om weer in de muziekwereld door te breken. Ik had in het London Palladium gespeeld en kreeg al die jaren nog steeds fanmail uit Engeland. Dus ik accepteerde het optreden in de Albert Hall op voorwaarde dat ik mijn hedendaagse nummers mocht zingen – ik had toen een album uit, ‘Emergence’, en gaf duizenden dollars van mijn eigen geld uit aan de promotie ervan. Tegelijkertijd vond ik een groep in Noord-Engeland [Manchester] genaamd de Hotlegs; zij zouden later 10cc worden.”
In een aflevering uit 1965 van de quizshow I’ve Got a Secret was Sedaka’s geheim dat hij de Verenigde Staten zou vertegenwoordigen op het Tsjaikovski-pianoconcours in Moskou in 1966. Panellid Henry Morgan, die niets van Sedaka’s geheim afwist, confronteerde hem met het feit dat de Sovjetbureaucratie rock-‘n-rollmuziek had verboden en dat alle westerse muziek die jonge Russen wilden horen, het land in gesmokkeld moest worden. Nadat Sedaka’s geheim was onthuld, maakte hij indruk op de panelleden met zijn uitvoering van Frédéric Chopins “Fantaisie Impromptu”. Morgans waarschuwing bleek echter profetisch: ondanks Sedaka’s klassieke achtergrond, zorgde zijn “andere” leven als popster ervoor dat de Sovjet-Unie hem diskwalificeerde voor deelname aan de wedstrijd.
Tijdens een zakenreis naar New York medio 1971 vroeg Harvey Lisberg, een fervent bewonderaar van Sedaka, aan Don Kirshner of hij iets nieuws had geschreven. Kirshner nam Lisberg mee naar een kleine kamer met een piano waar Sedaka al zat, en hij speelde een paar liedjes. Een daarvan was de Sedaka/Greenfield-compositie “(Is This the Way to) Amarillo?”, die Lisberg prachtig vond en die hij aan zijn artiest Tony Christie gaf, die het in 1971 opnam en uitbracht. Het nummer deed het relatief goed in de Britse singleslijst en bereikte de top 20.
Sedaka was de minzaamheid in persoon. Vriendelijk, beleefd, hartelijk en altijd lachend toonde hij ook in een anekdote waar andere zangers eerder verontwaardigd en kwaad zouden reageren maar hij niet. Op 7 april 2006 trad Sedaka op in de Royal Albert Hall toen hij midden in het concert werd onderbroken door een man die vanuit de coulissen het podium op liep. Het plan was dat Sedaka zou beginnen met het zingen van “Amarillo”, en na één couplet zou het publiek verrast worden door de verschijning van Christie voor een eventueel duet. Bij de onderbreking vroeg een verwarde Sedaka: “Wat is dit?” De indringer was een vertegenwoordiger van Guinness World Records, die Sedaka een prijs van Guinness World Records: British Hit Singles and Albums kwam overhandigen voor het componeren van “(Is This the Way to) Amarillo?”, de meest succesvolle Britse single van de 21e eeuw (tot dan toe). Na de presentatie zette Sedaka “Amarillo” in, Christie betrad het podium onder luid gejuich van het publiek, en na het succesvolle duet verlieten de twee mannen triomfantelijk, arm in arm, het podium, waarmee de eerste helft van Sedaka’s concert ten einde kwam.
Sedaka schreef voor John Lennon “The Immigrant” toen die problemen had om zijn green card te verkrijgen om zich definitief te vestigen in Amerika dat Lennon ontroerde, vrienden werden en Lennon af en toe frequenteerde tijdens diens “Lost Weekend”. Sedaka was ook de inspiratie voor Stevie Wonder, wiens platen hij veel speelde waardoor Stevie’s entourage hem “Whitey” noemden in Detroit.
Ook tijdens de covid-periode hield Sedaka contact met zijn fans via zijn account op Instagram , waarin hij regelmatig zijn filmpjes postte waarin hij liedjes zong op zijn huispiano.
mjcbl 7:27 pm op oktober 5, 2019 Permalink |
ok
LikeLike