Updates from Raymond Thielens Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • Raymond Thielens 11:24 am op June 16, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Ry Cooder, meester in de schaduw 

    Ry Cooder is een illustere onbekende voor de meerderheid van muziekliefhebbers, maar een monument voor zij die dieper graven in de muziekgeschiedenis van vele artiesten,  omdat die gebruik maakten van zijn diensten, want Ry is naast een virtuoze multi-instrumentalist met een voorkeur voor slide-gitaar, ook muziekschrijver, componist van soundtracks en platenproducer.

    Ryland Peter Cooder zoals zijn volledige naam luidt, werd geboren in 1947 in Los Angeles en bekwaamde zich van kindsbeen af in gitaarspelen. Misschien hebben velen zich nog niet afgevraagd waarom hij nooit in zijn volle gezicht gefotografeerd wordt. De reden is dat zijn linkeroog beschadigd en blind is, een gevolg van toen hij als driejarige peuter zat te prutsen met een mes aan een speelgoedautootje waarbij het mes uitschoot in zijn oog. Een jaar brengt hij door in verduisterde kamers en uiteindelijk krijgt hij een glazen oog. Ry is op zichzelf aangewezen en ontdekt de radio en de muziek. Zijn latere interesse voor allerlei muziekgenres kreeg hij mee van zijn ouders die ook folk en bluesplaten in huis hadden en de radio altijd opzetten.  Toen hij als vierjarige op zijn bed ligt in zijn donkere kamer, krijgt hij bezoek van een vriend van zijn vader, een concertviolist en legt een kleine viersnarige Silvertone tenorgitaar op zijn buik. Ry is begeesterd en begint te oefenen, zodanig dat op vijfjarige leeftijd zijn vader stopt met spelen, omdat hij zijn zoontje niet meer kan volgen. Op zijn tiende krijgt hij van zijn pa een zessnarige Martin-gitaar. Ry is vertrokken en wordt later veel gevraagd als sessionmuzikant. De lijst is eindeloos bij wie en op welke platen hij meespeelde. Om met de meestbekende te beginnen: Captain Beefheart, Taj Mahal, Little Feat, Randy Newman, Johnny Cash, Rita Coolidge, Arlo Guthrie, Jackson Browne, The Rolling Stones, teveel om op te noemen. Hierbij een paar anekdotes:

    Toen Brian Jones uit de groep gezet werd, kwam Ry als eerste in beeld om hem op te volgen, maar helaas liep de verstandhouding tussen Keith en Ry spaak. De gitaarriff van Honky Tonk Women ligt hier aan de basis: onmin onstond over het eigenaarschap ervan en Ry wil nooit meer herinnerd worden aan deze fase in zijn leven. Ry voelde zich gerold.

    Lee Hazlewood maakte ook gebruik van zijn diensten en vraagt tijdens een sessie aan Ry om een fuzztonepedaal te gebruiken. De brave Ry doet tegen zijn zin wat Lee vraagt en steekt de fuzztone tussen zijn gitaar en zijn versterker, maar….er gebeurt niets. Lee reageert woedend en bijt naar Ry: ach laat maar, ga met de blokken spelen in plaats van op je gitaar. Eruit ! Ry gooit verontwaardigd de fuzztone in de prullenmand en vertrekt. Sessiegitarist Mike Deasy  haalt de fuzztone eruit en toont aan iedereen wat het probleem was: er zat geen batterij in, wat Ry niet wist. Allemaal lagen ze plat van het lachen.

    Na dit débâcle neemt Jack Nitsche hem mee naar Reprisebaas Lenny Waronker en die geeft hem een platencontract. De trein is vertrokken en nooit meer gestopt. Eén van Ry’s hoogtepunten in zijn carrière was het opvissen van de Cubaanse oude knarren om de groep Buena Vist Social Club te vormen, waarmee hij een Grammy behaalde en de wereld rondtrok. Twee van die oudjes waren ooit lid van de Cubaanse Doo-Wop groep Los Zafiros die in onze contreien nog een bescheiden hitje hadden met “Marta”.

    Ry was ook de voortrekker van het meest succesvolle album “Bring the Family” van John Hiatt. Daarna dacht Lenny Waronker, met het succes van de supergroep Travelling Willburies in zijn achterhoofd om ook zo’n supergroep op te richten: Ry Cooder, John Hiatt, Nick Lowe en drummer Jim Keltner. Dit resulteerde echter in slechts één album “Little Village”, tevens de naam van de groep. Helaas bleef het succes uit alhoewel ik hun nummer “Don’t go away mad” een aanstekelijk ritmisch vond met hitpotentie. Oordeel zelf: https://www.youtube.com/watch?v=X3FWZHXZ0X4

    Aanbevolen: Ry Cooder van Wouter Bulckaert ISBN 978-94-6267-089-1

     
    • Rony Vercauteren 1:27 pm op juni 16, 2020 Permalink | Beantwoorden

      Ry Cooder is voor mij zeker geen onbekende. Ik heb een cd van hem en ik hou van zijn bluesy gitaarstijl.
      Wist je dat Keith Richards zijn “open G tuning” (= alternartieve stemming van de 6 snaren afwijkend van de standaard E tuning) , momenteel de Keith Richards tuning genoemd o.a. van Ry Cooder en Gram Parsons opgestoken heeft? Het enige dat hij eraan gewijzigd heeft is de low E snaar afeknipt omdat hij die bijna nooit gebruikt. De grootste hits van de Stones worden door Keith gespeeld in open G, terwijl de 2de gitaar dikwijls in de zgn Nashville tuning speelt. Deze tuning komt dan weer van de eerste vervanger van Brian Jones nl Mick Tailor een fantastische bluesgitarist.
      Het nummer Honky Tonk Women was origineel bedoeld als een country nummer en deze versie staat op de lp Let it Bleed. Het nummer werd ontstond tijdens een vakantie in Brazilië van Keith en Mick en werd nadien in de studio bewerkt tot de gekende hitversie. Een gesprek tussen beide heren over het ontstaan staat op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=_xwsqX42Wf4

      Like

      • Raymond Thielens 4:04 pm op juni 16, 2020 Permalink | Beantwoorden

        Een gesprek tussen de heren Jagger en Richards bewijst juist niks. Sla er de literatuur op internet maar op na. Er zijn meer dan genoeg artikels over verschenen dat Ry Cooder het gelijk aan zijn kant heeft. Tenandere in Rolling Stone, het prestigieuze Amerikaanse muziektijdschrift heeft in een interview met Cooder open en duidelijk geschreven dat Richards de introriff gestolen heeft. Er is nooit enige reactie op gekomen van Keith. Zegt meer dan genoeg. Elk zinnig mens die beschuldigd wordt van diefstal, zou toch een geding aanspannen, niet?

        Like

  • Raymond Thielens 9:00 am op June 13, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Heeft U ooit al eens gehoord van Hubertus Strughold? 

    Het zou mij verwonderen van wel, alhoewel de man één van de grootste oorlogsmisdadigers was in de Tweede Wereldoorlog en normaal gezien mee had moeten terechtstaan op het proces van Neurenberg. Waarom dit niet gebeurd is, leest U hierna.

    Professor Strughold (Struggie voor de vrienden) was een luchtvaartarts in dienst van de nazi’s, en later een pionier in de Amerikaanse ruimtevaartgeneeskunde. De Amerikanen waren op de hoogte van zijn experimenten op mensen, en toch stond hij op nummer 2 op de lijst van wetenschappers die ze wilden inpikken (Von Braun was de nummer 1). Met de hulp van de yanks was Strughold een kei in het herschrijven van zijn voorgeschiedenis. Strughold met zijn witte laboratoriumjas, vlinderdasje, pijp en dunner wordende witte haar was het schoolvoorbeeld van de stijve intellectueel, die alleen geïnteresseerd was in de wetenschap. Voor de Amerikanen was het voldoende dat hij een “officiële” verklaring aflegde dat hij geen overtuigde nazi was. En daarmee was zijn misdadig verleden van de kaart geveegd en werd hij in de armen gesloten en mee ingeschakeld voor het Project Paperclip (= geheime operatie van de Verenigde Staten om zoveel mogelijk technische vernieuwingen die de Duitsers ontwikkeld hadden, mee te nemen naar hun thuisland). Hij werd vrijwel onmiddellijk aangesteld als topwetenschapper in het medisch luchtvaartprogramma van San Antonio. Van daaruit volgde hij met meer dan gewone belangstelling het Neurenbergproces, temeer daar zijn naam verschillende keren gevallen is (61 keer) tijdens de ondervragingen van zijn collega-oorlogsmisdadigers. Zoals hij daar afgeschermd werd door de Amerikanen, werd hij in latere jaren ook beschermd tegen nazi-jagers, die er hun tanden op stuk beten. Strughold is dan ook gestorven in volle vrijheid zonder dat hem een strobreed in de weg gelegd werd in San Antonio in 1986.

    Als u zich afvraagt wat deze man allemaal uitgespookt heeft tijdens de oorlog, dan kan ik u zeggen dat zijn experimenten op mensen dichter stonden bij martelpraktijken dan bij medische onderzoeken, allemaal in naam van de wetenschap. Zijn banden met de nazi’s werden gebagatelliseerd. Bij één van zijn testen op mensen in vliegsimulatoren om te zien of mensen het een week lang konden uithouden in de ruimte bij luchtdrukverandering vonden zijn collega’s het meer opportuun om een hond in te schakelen, maar Strughold hield voet bij stuk en gelukkig voor de mens in kwestie liep het niet faliekant af. Lyndon B. Johnson, toen nog senator, schudde Struggie de hand om hem te feliciteren, wat op foto vastgelegd werd, en wat Hubertus de sarcastische quote ontlokte: “ik betwijfel of Johnson erbij zou geweest zijn als hij een hond de hand had moeten schudden”.

    Wie nog meer over dit monster wil lezen: https://dirkdeklein.net/2016/11/05/hubertus-strughold-father-of-space-medicinebut-at-what-cost/

     
  • Raymond Thielens 7:48 am op March 29, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Heeft George Martin de Beatles ontdekt? 

    Er wordt altijd beweerd dat het George Martin was die bij een auditie The Beatles een platencontract gaf. Dit is waar, MAAR daar hoort wel een kanttekening bij geplaatst te worden.

    Toen de Beatles uitgenodigd werden voor deze auditie was George Martin in eerste instantie niet aanwezig. Het was zijn assistent Ron Richards samen met producer Norman Smith die de auditie afnamen, en het waren zij die onder mekaar zeiden dat dat groepje wel de moeite waard was om hun baas erbij te halen, want die baas, George Martin zat op die eigenste moment in de kantine. DUS als zij dit besluit niet genomen hadden…had Martin er ook naast gegrepen en dan was de vraag: zou er dan van deze Beatles-carrière sprake geweest zijn? God Only Knows!!!

    En om op de vraag terug te komen: wie heeft George Martin nu ontdekt met wat ge nu weet? Of is hier ook de baas gaan lopen met de pluimen van zijn ondergeschikten?

     
  • Raymond Thielens 6:44 pm op March 26, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Heb je al eens gekeken wat er op elke ritssluiting staat? 


    Wedden dat je nu gaat kijken omdat je daar nog nooit naar gekeken hebt?

    De kans dat je een kledingstuk draagt met een ritssluiting van het merk YKK is één op twee, omdat het Japanse Yoshida Kogyo Kabushikikaisha (YKK) de helft van alle ritssluitingen ter wereld maakt.

    Nochtans is het een Amerikaan Whitcomb L. Judson de uitvinder die het kleinood demonstreerde op de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago, maar het lukte hem niet om te commercialiseren.

    Een Zweeds-Amerikaanse ingenieur Gideon Sundback verbeterde de uitvinding en noemde die “zipper”, maar het was de bekende B.F. Goodrich Company (van de banden) die zijn versie in 1923 introduceerde in rubberlaarzen voor het Amerikaanse leger.

    De Amerikanen domineerden de markt voor ritsen en produceerden wereldwijd 7 op de 10 ritsen met het bedrijf Talon, maar het bedrijf dacht dat zijn monopoliepositie onaantastbaar was en verloor in een decennium de helft van zijn marktaandeel omdat ze de kansen niet zagen, die  Japanners wel zagen. Deze laatsten innoveerden, en boorden de handtassen- en reiskoffersmarkt aan, en gingen wereldwijd, terwijl de Amerikanen zich beperkten tot hun eigen continent.

    Yoshida Kogyo Kabushikikaisha startte in 1964 de productie van ritsen in het Nederlandse Sneek. Al snel wist het merk YKK de prestigieuze modehuizen Louis Vuitton en Tommy Hilfiger aan zich te binden en hun trein was vertrokken. Ze openden 100 filialen in 73 landen.

    Maar de chinezen bleven ook niet bij de pakken zitten en het bedrijf SBS snoepte steeds meer klanten af van YKK, omdat ze aan goedkopere prijzen leverden aan Adidas en Decathlon. SBS dateert van 1984 en richt zich met de namen YCC, YQQ en nog andere drieletterafkortingen op een markt van goedkopere kledij. Ondertussen heeft uitdager SBS zich beter georganiseerd en hun productieproces verbeterd, waardoor de markt nu meer een duopolie geworden is. Maar YKK laat zich niet kisten en valt nu ook het goedkopere marktsegment aan dat voorheen uitsluitend voor SBS was. En de Japanners hebben in de eerste succesvolle jaren toen ze alleenheerser waren een financiële oorlogskas opgebouwd. De oorlog is nog altijd bezig.

    En, heb je nu al eens gekeken wat erop staat?

     
  • Raymond Thielens 6:47 pm op March 9, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Victoria Woodhull…wie? 

    Iedereen denkt dat Hillary Clinton de eerste vrouwelijke kandidate was voor de presidentsfunctie in Amerika, wat helemaal niet waar is. In 1870 stelde Victoria Woodhull zichzelf kandidaat voor het presidentschap. Echt kans maakte ze niet omwille van haar ouderdom, ze was namelijk 34 jaar en de grondwet schrijft voor dat ge op de dag van de inauguratie minstens 35 jaar moet zijn. Bovendien hadden ze haar de dag van de verkiezingen de doos in gedraaid, zodat ze zelf nog niet kon gaan kiezen. Zo zie je maar dat die zogenaamde “democratische hoogmissen” niet alleen in België (cordon sanitaire van VB en scheiding der machten???) verkracht worden, want de reden hiervoor was dat een rechter vond dat ze een obsceen artikel gepubliceerd had, waarin ze de buitenechtelijke relatie van een New Yorkse dominee publiek maakte.

    Victoria was wel geen gewone vrouw, maar zeker een visionaire: in die tijd was er zelfs geen vrouwenstemrecht, maar een vrouw mocht zich dan wel verkiesbaar stellen en zij maakte gebruik van dat recht. Zij zette zich dan ook volledig in voor dat vrouwenstemrecht dat pas in 1920 in voege kwam (in België nog later in 1948). En ze vocht ook voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen zeker als er gescheiden werd, dat beschouwd werd als een groot schandaal en de vrouw zwaar aangerekend werd (bij ons werd ge in 1980 nog scheef bekeken als ge ging scheiden). Zij wist van wanten want ze trouwde drie keer en was voorstander van de vrije liefde. Ze was haar tijd veel vooruit want ze pleitte ook voor een achturendag en progressieve belastingen (toen waren belastingparadijzen om winsten door te sluizen nog niet nodig).  Ook voor zwarten sprong ze in de bres, wat blijkt uit het feit dat een voormalige slaaf Frederick Douglass (zie foto) werd genomineerd als vice-president, terwijl de man zelfs niet op de hoogte was omdat hij de conventie niet bijwoonde. Zijn nominatie zorgde voor veel ophef. De zwarte bevolking zal nog moeten wachten tot in de 21ste eeuw om een donkere president te krijgen (Obama). De presidentverkiezingen van 1872 werden gewonnen door zittend president Ulysses Grant, blank natuurlijk.

     
  • Raymond Thielens 3:01 pm op February 27, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    Elvis en Frank 

    De verstandhouding tussen Frank Sinatra en Elvis Presley is niet altijd goed geweest, niet alleen omwille van concurrentie tussen beider populariteit, maar ook een vrouw speelde daar een rol in.

    Bij de opkomst van Rock’n Roll sprak Frank zich zeer denigrerend uit en in het bijzonder over Elvis in een interview in 1956: “Zijn soort muziek is betreurenswaardig, een ranzig ruikend afrodisiacum. Het bevordert bijna volledig negatieve en destructieve reacties bij jonge mensen.” Maar toen Ol’ Blue Eyes zijn populariteit zag zakken en de kijkcijfers van The Frank Sinatra Show, gesponsord door Timex, de dieperik ingingen, terwijl The Ed Sullivan Show hoog scoorde met de “rentree” van Elvis na zijn legerdienst, suggereerde Timex bij Sinatra om zijn trots in te slikken en Elvis te engageren voor een show met als titel: “Welcome Home Elvis”. Frank’s komedie ging nog verder toen hij op het scherm openlijk zei: “blij te zien Elvis, dat het leger je niet veranderd heeft”, terwijl iedereen kon zien dat dit wel het geval was. De Elvis tot 1958 was helemaal niet de Elvis na 1960, naast zijn afgeborsteld voorkomen werd zelfs zijn repertoire anders, softer.

    Eén anekdote die zich in de coulissen van deze show afspeelde, wil ik u niet onthouden. Joey Bishop, een rat-pack lid van de Sinatra-clan, vroeg aan Elvis een handtekening, waarop de aanwezige Colonel Parker hem hiervoor één dollar aanrekende. Dit tekent de man ten voeten uit en zal nog meer uit de verf komen als hij Elvis financieel uitperst door hem teveel live-optredens op te dringen in zijn latere jaren.

    De vrouw die zowel Elvis’ pad als Frank’s pad kruiste was de Zuid-Afrikaanse Juliet Prowse, beroemd om haar formidabele ondercarrosserie. Benen en billen om van weg te dromen die Frank niet onbetuigd lieten, maar zijn bedoelingen waren niet altijd koosjer want hij gebruikte haar wel om Marilyn Monroe te straffen omdat die een affaire begon met Jack Kennedy. Sinatra was te zeer nieuwsgierig naar de geschoren poes van de rosharige en binnen het jaar schopte  ze het van gesprekspartner tot verloofde. Nadat Juliet meegespeeld had in de Sinatra-film Can-Can waarin haar dansprestaties dermate gesmaakt werden door Hal Wallis, boekte de producer haar om de co-ster te worden van Elvis in de eerste film na diens legerdienst, “G.I.Blues”.  De twee konden het zo goed met mekaar vinden dat regisseur Norman Taurog vertelde dat hij verschillende keren “cut” moest roepen om de twee kussende acteurs te scheiden. Prowse prees Elvis ook voor zijn danstalent: “hij zou een zeer goede danser zijn want hij heeft een formidabel gevoel voor ritme”. De vraag is of het geflirt tussen de twee ter ore gekomen is van The Voice, want ik meen mij te herinneren dat Frank nadien doodsbedreigingen zou geuit hebben tegen Elvis als hij nog toenadering zou zoeken tot Prowse.  Of het louter roddels zijn, kan ik niet bevestigen omdat ik er niks van terugvind op internet, alhoewel het mij niet zou verwonderen, want Sinatra draaide zijn hand er niet voor om, om iemand in elkaar te laten timmeren door een lid van zijn maffiavrienden. En of hij bij het volgende feit ook een stokje voor gestoken heeft, zou ook wel eens kunnen. Nog voor de release in de cinema’s van G.I.Blues had Hal Wallis voorvertoningen georganiseerd en zag de enthousiaste reacties van het publiek dat hij besloot om er een vervolg aan te breien met het gouden koppel. Zijn bedoeling was een volgende Paramount film met voorlopige titel: “Hawaii Beach Boy” in te blikken en ondernam stappen bij 20th Century Fox  voor een tweede uitlening van Prowse, die daar onder contract lag. Er was op 19 oktober 1960 al een persartikel dat gewaagde van eerste fimscènes voor “Waikiki Beach Boy” met Elvis en Juliet als duo, gepland bij de internationale surf wedstrijd in Makaha. Maar begin maart 1961 verschenen roddels dat Prowse gedwongen werd zich terug te trekken. De officiele versie was dat Prowse’s eisen te hoog gegrepen waren en ook dat 20th Century Fox haar dwong om uiteindelijk de rol te weigeren. Was het een combinatie van de twee, het zou mij niks verbazen, zelfs als er inbreng was van Sinatra himself. De film kwam er dan toch als “Blue Hawai” maar zonder Prowse uiteraard.

    Ten langen leste dumpte Sinatra Prowse een maand na hun officiële verloving omdat zij weigerde huisvrouw te spelen voor hem en haar carrière op te geven. En Elvis….heeft nooit nog contact gehad met haar.

     
  • Raymond Thielens 10:41 am op February 23, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    De gelijkenissen tussen James Last en Dave Bartholomew 

    Beide muzikanten waren ambitieus om naam en fortuin te maken in de amusementswereld, waarin ze allebei meer dan geslaagd zijn, Last als basgitarist die zich later ontpopte tot een orkestleider die populaire hits herwerkte als ambiancemakers, zie zelfs muziek-analfabeten van hun stoel kregen om de dansvloer onveilig te maken. Bartholomew als trompettist die als solo-artiest geen voet aan de grond kreeg om het beoogde succes te bereiken, tot hij kennismaakte met Fats Domino, “a match made in heaven” zoals gezegd en als een duo de top bereikt. Toch eerst even terug in de tijd om hun beginperiode te schetsen.

    Na een paar omzwervingen in de jazz-wereld vormde hij met zijn neus voor muzikaal talent een groep die de huisband werd van Imperial Records. Naast componist en bandleader werd hij ook talentscout voor het label en engageerde zo naast Fats Domino ook Smiley Lewis (One Night of Sin), Lloyd Price (Personality), Frankie Ford (Sea Cruise), Chris Kenner (Sick and Tired), Shirley Lee (Let the Good Times roll). Als componist vormde hij met Fats Domino een team die ontelbare hits uit hun hoed toverden: Ain’t that a shame, I’m Walkin’, The Fat Man, I’m in love again, So Long, Valley of Tears, My Girl Josephine, om het bij de bekendste te houden. Andere artiesten wisten ook zijn composities te smaken door ze te coveren: Elvis (Witchcraft en One Night) en vooral Chuck Berry die met Dave’s My Ding-a-Ling zijn enige nummer één hit in de UK haalde.

    Zelf heb ik de man tweemaal mogen meemaken als frontman van het Fats Domino combo, waarbij hij met zijn zakdoek vooraan de vliegen wegjoeg en er af en toe zijn zweet mee afkuiste. Eén keer heb ik hem trompet weten spelen, meestal met één hand, in de andere hand zijn zakdoek natuurlijk. Een opmerkelijk man, die door Fats Domino mee kon genieten van het succes tijdens hun tournees en uiteindelijk op de voorgrond kon treden door als zogezegde “dirigent” het publiek mee opzweepte. En daar begint de gelijkenis met James Last, die hetzelfde deed, maar dan zonder zakdoek.

    Last, een geboren Duitser die Hans heette, maar zijn naam gewijzigd zag door zijn platenmaatschappij,  toen hij begon populair te worden in James, om internationaal meer “touch” te krijgen. Drie jaar op rij behaalde hij de titel van beste jazzbassist in Duitsland. Maar zijn ambitie ging verder dan louter muzikant te zijn in een orkest en al vlug begon hij te componeren o.a. voor Freddy Quinn, die bij het Polydor label zat. Zo kreeg Last een exclusiviteitscontract en vormde zijn eigen orkest waarmee hij de “Happy Party Sound” ontwikkelde en in 1965 zijn lp “Non Stop Dancing” de hit-parade bereikte. Dit was de start van een hele reeks hit-lp’s gevuld met bestaande hits, waar hij een ambiance-sausje overgoot en met succes. Als componist gingen zijn songs wereldwijd, met als bekendste: Lingerin’ On, Games That Lovers Play. Met zijn eigen orkest scoorde hij een monsterhit met Biscaya.

    Nu, zoals gezegd, de gelijkenis met Bartholomew, de molenwiekende frontman die hier zijn succes niet moest delen met een solo-artiest maar met een heel orkest, waarvan je zag dat de leden naast inspanningen, plezier vonden in hun optredens. James deed er nog een schep bovenop door hen aan te vuren om speelse sprongen te maken. Hij gunde zijn “vrienden” ook solo’s, waarbij hijzelf opzij ging staan en zelf stond te genieten van de muziek.

     
  • Raymond Thielens 11:01 am op January 5, 2020 Permalink | Beantwoorden  

    George Gershwin en zijn Rhapsody in Blue 

    “Rhapsody in Blue” is ontstaan door suggestie en onder druk van orkestleider Paul Whiteman. Hij kon Gershwin overtuigen met het argument dat hij enkel de pianopartij moest leveren, en dat Ferde Grofé als arrangeur voor de orkestratie zou zorgen. George begon eraan te schrijven op 7 januari 1924 tijdens een treinreis naar Boston en op 12 februari ging het stuk in première. Paul Whiteman dirigeerde een jazzband aangevuld met een strijkerssectie, terwijl George zelf de pianosolo speelde. Gershwin was toen 25 jaar.
    Paul Whiteman zei over Gershwin: “George was een uitzonderlijk mens. Ik zal altijd een speciale plek in mijn hart voorbehouden voor hem. Vóór hem waren er honderden grote songschrijvers geweest, maar zij haalden nooit zijn geniale niveau. Hun werk bleef verstoken van technische en muzikale kwaliteiten die de jazzmuziek op het concertpodium hadden kunnen tillen. Er moest iemand komen als Gershwin om allure te verlenen aan een expressiemiddel dat vóór zijn tijd toch wat minderwaardig gevonden werd. Met zijn kennis en vaardigheid schreef hij nummers die muzikale mijlpalen zijn geworden. Hij kon ook hits schrijven en baande het pad voor anderen.”
    Arrangeur Ferde Grofé zei over hem: “Ik heb Rhapsody georkestreerd naar de zetting van de componist voor twee piano’s. George woonde toen nog bij zijn ouders, broers en zus. Hij en zijn broer Ira hadden een kamer aan de achterkant van hun appartement, waar de piano stond en dat was de plek waar Rhapsody tot stand is gekomen.”
    Zelf zei Gershwin over zijn Rhapsody in Blue: “Dit is het resultaat van wat ik sinds mijn vroegste compositie heb trachten te verwezenlijken. Ik wilde laten zien dat jazz een idioom is dat niet moet worden beperkt tot alleen maar een liedje en refrein met een duur van drie minuten. Het is me gelukt om aan te tonen dat jazz geen simpele dans is, maar grotere thema’s en doelstellingen omvat.”
    “In de Rhapsody heb ik uitdrukking willen geven aan onze manier van leven, het tempo van leven, het tempo van ons modern bestaan, jachtig, chaotisch en dynamisch (toen al in 1924!!!). Ik beschouw de Rhapsody meer als expressie van een gevoelswereld dan als toonzetting van specifieke scènes uit het Amerikaanse leven.”
    “Toen ik de Rhapsody in Blue schreef, koos ik de ‘blues’ en verwerkte die in een ruimere en meer serieuze vorm. Inmiddels is dat twaalf jaar geleden en de Rhapsody in Blue is nog steeds springlevend; maar had ik diezelfde thema’s gekozen en in songs verwerkt, dan waren ze nu al morsdood geweest.”

    En “Rhapsody in Blue” is nog nooit zo levendig geweest als nu!!!

     
  • Raymond Thielens 11:48 am op December 13, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    De mythe van Rocket 88 

    Iedereen is het erover eens dat Rock ’n Roll zijn wortels heeft bij de Blues, die op zichzelf al een rijke geschiedenis had. Maar wat de eerste Rock ’n Roll single betreft wordt in de meeste naslagwerken “Rocket 88” beschouwd als de pionier. Ten onrechte echter zoals hierna zal blijken.

    Het was Ike Turner’s band The Kings of Rhythm die met zanger-saxofonist  Jackie Brenston het nummer Rocket 88 opnam voor het Sun label van Sam Phillips maar in 1951 uitgebracht werd als Jackie Brenston and his Delta Cats, een band die nooit bestaan heeft. Het nummer was gebaseerd op eerdere Jump-Blues liedjes. Dat Rocket 88 de zogenaamde eerste Rock ’n Roll single werd, was een door Sam Phillips zelfverzonnen verhaaltje om zichzelf en zijn firma te promoten. Maar wat was dan wel de eerste Rock ’n Roll plaat?De eerste Rock ’n Roll platen werden door radio-DJ Alan Freed de ether ingestuurd onder de naam van Jump-Blues en/of Boogiewoogie platen.

    De woorden Rock + Roll werden eerst gelinkt in 1922 in de, op het Black Swan label opgenomen, song “My Man Rocks Me (with one steady Roll)”, gezongen door Trixie Smith en gecomponeerd door een zwarte muzikant uit Kentucky: J. Bernie Barbour (1881-1936). Trixie werd later een filmster. Barbours’ naam deemsterde weg in de onbekendheid, alhoewel hij nog werkzaam was in de musicalwereld van Broadway. De tweede die melding maakte van Rock ’n Roll nog voor 1951 was Muddy Waters die zei: “de Blues heeft een baby gebaard en het is Rock ’n Roll”. 

    Maar in 1949 was het Jimmie Preston & His Prestonians die “Rock the Joint” uitbracht, een authentiek Rock ’n Roll nummer, dat niemand kan ontkennen. Het werd door Bill Haley & his Saddlemen ontdekt en gecoverd in 1952 als  een regelrecht Rock ’n Roll nummer. 

    Het is wel verwarrend om te zien dat Rocket 88 op het Chess label afgebeeld staat. De waarheid is dat Sam Phillips de song opnam in de Memphis Recording Studio en het aan Chess gaf om te persen en distribueren. Ike Turner heeft het Phillips altijd kwalijk genomen dat hij het weggaf. Phillips zag ook zijn fout in omdat hij zag dat Chess met het grote geld ging lopen, en besloot daarom zijn eigen Studio en label op te richten: SUN.

     
  • Raymond Thielens 5:44 pm op December 5, 2019 Permalink | Beantwoorden  

    Ontstaan van de Davis Cup 

    Meestal spelen tennissers voor zichzelf, maar tijdens de Davis Cup komen ze uit voor hun land. Dit jaarlijks terugkerende internationaal landenteamtornooi voor heren enkel- en dubbelspel werd in 1900 voor het eerst gespeeld onder de naam “International Lawn Tennis Challenge”. Pas vanaf 1945 spreekt men echter van de Davis Cup, als eerbetoon aan de man die de allereerste editie organiseerde: Dwight Davis (1879-1945).

    Dwight Davis (links op foto) was een verdienstelijk tennisser in zowel enkelspel als dubbelspel. Hij speelde samen met zijn partner Holcombe Ward (zie foto rechts). Hij bedacht de structuur van het jaarlijks weerkerend tornooi, dat voor het eerst gespeeld werd op Longwood Cricket Club in London tussen de UK en de Verenigde Staten. Davis kocht van zijn eigen geld een trofee die aan de overwinnaar overhandigd werd en die ontworpen werd door William Durgin.

    Vanaf 1904  sloten Frankrijk en België aan. Andere landen volgden later en nu nemen er meer dan honderd landen deel. België en Nederland wonnen de Davis Cup nog nooit. België was er wel een paar keer dichtbij. In 1904, 2015 en 2017 was België verliezend finalist.

    In 2019 kreeg het toernooi een nieuwe opzet. Achttien landen, die voorheen onderdeel uitmaakten van de Wereldgroep, speelden een toernooi in Madrid. De landen waren verdeeld in 6 poules van 3 landen die ieder 2 wedstrijden speelden. De nummers 1 van de poules plaatsten zich direct voor de kwartfinales, samen met de twee beste nummers 2. Vanaf dat moment speelden de landen in een knock-out systeem tegen elkaar, tot en met de finale. De eerste editie van deze nieuwe opzet werd gewonnen door gastland Spanje.

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren