Recente updates Pagina 3 Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 5:12 pm op July 29, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Hoe een dubbeltje rollen kan… 

    Mijn beroepsleven speelde zich grotendeels af in de voedingsnijverheid ttz in twee bedrijven die in Vlaanderen bekend stonden als Clark’s Gum en Côte d’Or. Maar weinigen weten hoe dat ene Amerikaans bedrijf en dat andere Belgisch bedrijf in handen kwamen van multinationals en beide zelfs even in handen van dezelfde sigarettenfabrikant Philip Morris, omdat die de hete adem voelde van advocaten die financiële claims ingezet door familieleden van overleden kankerpatiënten tengevolge van hun verslaving aan de sigaret. Daarom wilden de aandeelhouders hun kapitaal veilig stellen en diversifiëren maw risicospreiding.

    Maar laten we starten bij het begin, Clark’s Gum. In de hete zomer van 1976 kwam ik in dienst als supervisor van een inpakafdeling met gemiddeld 70 vrouwen en 10 mekaniekers als personeelsbestand in een afdeling gevestigd in Bornem, Klein-Brabant.

    Clark Gum werd in België bekendgemaakt door de Amerikaanse G.I.s met hun Tendermint kauwgom, die ze meebrachten naar ons tijdens de Tweede Wereldoorlog en vanaf 1946 naar ons land geëxporteerd werd. De vlug aangroeiende exporten van Clark’s Gum naar Belgie waren de oorzaak om een fabriek op te richten in Europa. De beslissing om een Bornemse fabriek te bouwen vloeide voort uit het succes van verkoop van Tendermint in België. Bijkomende argumenten waren dat België centraal gelegen was in de toenmalige Europese Economische Gemeenschap (EEG) én de Belgische mentaliteit (zeg maar de Vlaamse): Vice-President John F. Morrissey zei “we werden getroffen door de vriendelijkheid van de mensen, hun traditioneel hard werken en hun vakmanschap”. En vanaf het begin van de operatie kregen ze van de Belgische regering volledige medewerking. Bijgevolg werkten ze met uitsluitend Vlaams personeel, uitgezonderd hun directeur Mr. Weed. De productie was naast de verkoop in België, ook voor uitvoer naar Holland, West-Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië. Zelf heb ik nog laten produceren voor de UK.

    Screenshot

    Maar zoals reeds gezegd, Philip Morris eigende zich Clark Bros Chewing Gum U.S.A. toe waartoe de Bornemse vestiging ook behoorde. En na de oliecrisis drong zich uit financiële overwegingen de synergetisch politiek op om te fusioneren en werd de Rotterdamse vestiging opgedoekt en overgebracht naar Bornem.

    Toen kwam die andere multinational in beeld: Warner-Lambert die ook de farmaceutisch fabriek Parke-Davis in handen had en een aandeel in nog een farmaceut Capsugel. Deze drie entiteiten lagen aan beide kanten van de Rijksweg. Tijdens mijn laatste jaren bij Clark’s Gum was er sprake om de Spaanse afdeling in Barcelona ook over te plaatsen naar Bornem. Zelf heb ik die fabriek nog bezocht om te bekijken wat er kon overgebracht worden, maar de vakbonden hebben het in de tegengestelde richting geduwd en na een paar jaren later was de sluiting van Bornem een feit.

    Maar in 1989 verliet ik Clark’s Gum om te beginnen bij Côte d’Or, toen al in handen van de Zwitserse chocolade- en koffie-gigant Jacobs Suchard. Maar in 2001 kwam het bedrijf in handen van Kraft Foods, dat een onderdeel was van…Philip Morris. (de cirkel was rond).

    Maar laat mij nu eerst opnieuw beginnen bij de start van het bedrijf Côte d’Or, dat in 1870 opgericht werd door Charles Neuhaus die in 1883 het merk “Chocolade de Côte d’Or” deponeert. In 1889 neemt de familie Bieswal de zaak over en vestigt zich in de Paleizenstraat in Brussel, waar de overgrootvader van Baudouin Michiels als banketbakker ook een stek had. In 1899 werd de straat onteigend en kochten de twee samen het pand in de Bara-straat aan het Zuidstation, ook bekend als de Midi. Daar heb ik nog één jaar gezeten nadat alles verhuisd werd naar een splinternieuwe fabriek in een industriezone in Halle naast de alombekende Colruyt. Beide fabrieken hadden (nu misschien nog?) daar nog een gemeenschappelijk waterzuiveringsstation. Ten tijde van het beheersschap van de familie Michiels-Bieswal was Côte d’Or de hofleverancier van ons koningshuis, maar omdat deze titel persoonsgebonden is, verloor het merk deze privilege nadat het overgenomen was door Jacobs-Suchard. Zelf heb ik de zoons uit de vierde generatie nog gekend: Baudouin Michiels was de marketeer-verkoper terwijl Michel Bieswal de techneut was die sleutelde aan de machines.

    Nu nog even iets over het ontstaan van de “olifant”, het sterke merksymbool. De inspiratie voor de merknaam lag in Ghana. Tot in 1957 was het een Britse kolonie onder de naam Gold Coast. Neuhaus haalde een deel van zijn cacaobonen in de Côte d’Or en zo was de naam geboren. Maar de overgrootvader van Baudouin Michiels had een bijzondere fascinatie voor alles wat exotisch was. Hij keek altijd uit naar de postzegels op de brieven die hij ontving uit Afrika. Op een dag prijkte op een brief met factuur uit Ghana een postzegel met een olifant, piramide en een palmboom. Dit is het moet hij gedacht hebben en zoveel jaren later kennen we nog de “olifant” en zal hij nog veel verjaardagen meemaken.

    Tijdens mijn laatste jaar voor mijn pensionering was de firma weer overgenomen door Mondelez en later werd de productie-unit overgenomen door Callebaut uit Wieze, en de andere koekjes-productiefabriek (LU) in Herentals nog actief blijft onder Mondelez. Alle andere chocoladeproducties werden afgestoten en getransplanteerd naar de Oost-Europese landen omwille van de lagere loonkosten.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 8:02 am op June 17, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Earl Palmer, onbekende drumlegende 

    Zijn naam zal u niet bekend in de oren klinken niettegenstaande hij een indrukwekkend palmares bij mekaar geroffeld heeft. Want hij werkte als sessiemuzikant bij een ontelbaar aantal muziekopnames van artiesten die ge zeker kent: Fats Domino, Sam Cooke, Frank Sinatra, The Everly Brothers, Neil Young, Little Richard, Larry Williams, Ray Charles, Monkees, en vooral Phil Spector.

    Omdat hij als sessiemuzikant niet verbonden was aan een groep, scoren andere drummers beter in de populariteitsranking en eindigen hoger, zoals Ringo Starr (Beatles), John Bonham (Led Zeppelin), Keith Moon (The Who), Charlie Watts (The Rolling Stones), Stewart Copeland (The Police), Ginger Baker (Cream), Mitch Mitchell (Jimi Hendrix Experience). Drummer-sessiemuzikanten zijn daardoor minder bekend en tot die categorie behoren ook Hal Blaine, Buddy Rich, Gene Krupa, D.J. Fontana en natuurlijk Earl Palmer.

    Earl Palmer werd geboren op 25 October 1924 en ritme zat in zijn bloed en als vierjarige begon hij met tapdansen, maar ruilde zijn tapschoenen in voor drumsticks. Bebop Jazz was zijn eerste liefde maar het was Rythm & Blues die zaad in het bakje bracht om de rekeningen te betalen en zodoende sloot hij zich aan bij Dave Bartholomew’s band, de begeleiding van Fats Domino. Met zijn gevoel voor ritme was hij de eerste die dat soort ritme gebruikte in de Rock ’n Roll muziek, ook backbeat genoemd, de klap op de snaredrum op de tweede en vierde tel van de maat.

    Earl werkte ook voor Motown en muziekproducer Spector, zoals reeds vernoemd. Vooral zijn medewerking bij de opnames voor Phil’s meesterwerk “River Deep, Mountain High” is van tel. Ook in het oog springend is zijn drumwerk bij het tv-thema voor The Flintstones.

    Privé huwde hij vier keer en had zeven kinderen. Eind 2004 trouwde hij met zijn vierde vrouw, Jeline Paler. Hij overleed na een slepende ziekte op 19 september 2008.

    Zijn collega, Hal Blaine die hetzelfde levensparcours en beroep leidde, heeft het perfect verwoord in zijn laatste interview: “Professioneel was ik de gelukkigste man op de wereld maar op de thuisbasis was het scheiding na scheiding. Een vrouw ziet je drummen, leert je kennen en begint te daten en je wordt verliefd en ze is de perfecte vrouw voor u en ge wilt trouwen met haar. Ze ziet dat je in een groot huis woont, rijdt met een Rolls Royce en ge behandelt haar zoals een koningin. Ge geeft haar luxe, er komt genoeg geld binnen, maar na een paar jaar zegt ze, waarom moet je elke dag gaan werken. Ze beseft niet dat mijn instrument mijn eerste liefde was, lang voor ik haar leerde kennen, ik studeerde lang, vele jaren om te kunnen wat ik nu kan. En plotseling krijgt ge van de ene dag op de andere scheidingspapieren overhandigd en wordt ge opgezadeld met een alimentatieplicht overeenkomstig de weelde die ge haar gaf. Maar de tijd vliegt snel en nadien constateren ze dat de luxe vermindert en ze “alleen” en ongelukkig oud worden.”

    Hieronder kun je Palmer aan het werk zien in een sessie:

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 5:13 pm op June 22, 2024 Permalink | Beantwoorden  

    De Rijke Geschiedenis van Amerika langs ROUTE 66 

    US Route 66 is wel de bekendste weg ter wereld. De weg die officieel in 1985 werd opgeheven, liep van Chicago naar Los Angeles en heeft de reputatie als de moeder van alle snelwegen.

    Screenshot

    Route 66 werd in 1926 aangelegd als deel van het in aanbouw zijnde netwerk van US highways. Dat netwerk moest het mogelijk maken om de Verenigde Staten gemakkelijk per auto te doorkruisen. Het initiatief voor zo’n netwerk werd al in 1903 genomen. Om die netwerken te standaardiseren werd het netwerk van US highways in het leven geroepen. De belangrijke routes werden aangeduid met nummers, die op borden langs de wegen werden gezet. Hoewel dat een belangrijke stap vooruit was voor het Amerikaanse wegennet, was er ook kritiek. Steden die op grotere afstand van de belangrijke hoofdroutes lagen, waren bang om verkeer mis te lopen. Op die manier ontstond er discussie tussen de staten Missouri en Oklahoma om het traject van route 60. Een compromis leidde uiteindelijk tot route 66, die vanuit Chicago eerst richting het zuiden ging, en van Oklahoma city naar het westen. Tijdens de crisis van de jaren ’30 trokken veel mensen over deze route naar het westen op zoek naar een plek waar het leven beter was dan in de door droogte en armoede geteisterde Dust Bowl (zie wikipedia). Daarmee werd de route een symbool voor de American Dream. Bobby Troup bezong als eerste de weg met zijn compositie maar Nat King Cole publiceerde de Original. Meer dan 460 keer werd het gecoverd o.a. door Chuck Berry en The ROLLING STONES.

    President Eisenhower had in Duitsland de Autobahnen gezien en wilde voor de Verenigde Staten een vergelijkbaar wegennet. De nieuwe interstates vervingen de Highways en route 66 raakte langzaam in verval. In 1985 werd de route officieel opgeheven.

    Vandaag is de Route 66 dan ook geen belangrijke verbindingsroute meer . Sommige delen van de weg zijn al jaren niet meer onderhouden en langzaam afgebrokkeld. Delen die nog wel open zijn, worden als Historic Route aangeduid (zie foto bovenaan) en zijn populair onder toeristen die met de auto een rondreis Amerka maken en langs de route de geschiedenis van Amerika willen zien.

    Zanger Günther Neefs en radiopresentator Guy De Pré reisden in 2018 van de oostkust naar de westkust van de USA via de legendarische Route 66 (zie hieronder).

    Bronnen: IsGeschiedenis.nl en YouTube

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 11:09 am op June 16, 2024 Permalink | Beantwoorden  

    Johnnie Johnson, dé Johnny B Goode 

    Op 8 juli 2024 zou de “vader van Rock ’n Roll” honderd jaar geworden zijn. Johnson werd geboren in Fairmant, West Virginia. Hij begon piano te spelen in 1928. Tijdens Wereldoorlog II vervoegde hij het US Marine korps en werd lid van Bobby Troup’s (*) jazz orkest, The Barracudas. Na zijn legerdienst verhuisde hij van Detroit naar Chicago waar hij gevestigde artiesten begeleidde zoals Muddy Waters en Little Walter.

    Opnieuw verhuisde hij naar St. Louis, Missouri in en stelde onmiddellijk een jazz en blues combo samen, de Sir John Trio met als drummer Ebby Hardy en saxofonist Alvin Bennett(**). Ze speelden op regelmatige basis in de Cosmopolitan Club in East St.Louis. Op nieuwjaarsavond van 1952 kreeg Alvin Bennett een hartinfarct waardoor hij niet kon optreden en Johnson een “last-minute” vervanger zocht en vond bij een jonge man Chuck Berry, de enige muzikant die niet op nieuwjaarsavond moest spelen wegens zijn onervarenheid en daarom bereid was in te springen. Ondanks zijn toen nog beperkte gitaarbehendigheid voegde Berry zang en show toe en omdat Bennett niet meer kon optreden huurde Johnnie Berry in als permanent lid van het trio.

    Ida Red, een song van Bob Wills stond op de setlist van het trio dat Berry herwerkte tot Maybellene en haalde de Bilboard hitlijst in 1955. Berry werd geëngageerd als solo act en zodoende werden Johnson en Hardy lid van Berry’s band. Johnson opperde: “het was gemakkelijker voor mij overal met Berry te spelen omdat die een eigen wagen had om rond te reizen voor optredens”. De volgende twintig jaar werkten de twee samen op Chuck’s liedjes zoals School Days, Roll over Beethoven, Carol en Nadine. “Johnny B. Good” was een eerbetoon van Berry aan zijn vaste pianist, wel verwijzend naar Johnson’s gedrag wanneer hij dronken was.

    Berry en Johnson speelden en toerden samen tot 1973. Nadien stond Johnson niet meer op de loonlijst van Berry alhoewel ze nog af en toe eens samen speelden, tot…Berry juridisch vervolgd werd voor credits en royalties voor liedjes die ze samen schreven.

    Johnson had een drankprobleem en Berry verbood hem te drinken tijdens het reizen per auto. Johnson gaf het drinken op in 1991 nadat hij nauwelijks aan een hartinfarct ontsnapte bij een optreden samen met Eric Clapton.

    Johnson kreeg verder weinig erkenning en kwam aan de kost als buschauffeur tot de documentaire verscheen van het Chuck Berry concert “Hail, Hail Rock ’n Roll” in 1987. Dit optreden zorgde voor een permanente band tussen hem en Keith Richards, Eric Clapton en Steve Jordan (drummer) maar vooral voor zijn terugkeer op de muziekscène. Hij maakte zijn eerste solo-album “Blue Hand Johnnie” en Johnson begon terug wereldwijd op te treden. Eric Clapton huurde hem in als aanbevolen muzikant voor zijn jaarlijks optreden in de Royal Albert Hall, Keith Richard vroeg hem voor zijn eerste solo-album “Talk is cheap”. Verder trad hij op met Buddy Guy, John Lee Hooper, Bo Diddley en George Thorogood en toerde met Bob Weir’s band “Ratdog”.

    In 1998 vertelde Johnson zelf dat “Johnny B Good” een eerbetoon was aan hem: “Ik werkte samen met Chuck Berry aan verschillende liedjes maar niet bij deze. Op een avond in Chicago speelde Berry het en vertelde mij naderhand dat het een eerbetoon aan mij was dat hij helemaal alleen gecomponeerd had en waarvan ik niks wist en waarover ik dan ook nooit gediscussieerd heb.”

    In 2001 werd Johnson door Keith Richard ingewijd bij de Rock and Roll Hall of Fame als begeleider en op 80-jarige leeftijd stierf hij in 2005 aan een nierziekte en longontsteking.

    (*) Bobby Troup was de componist van de klassieker “Route 66” en de echtgenoot van zangeres Julie London.

    (**) Deze Alvin Bennett was niet de Alvin Bennett die later Liberty Records financieel gezond maakte als vice-president en inspiratie was voor de drie eekhoorns in de “Chipmunk Song”: Alvin, Simon en Theodore, alledrie bedrijfsleiders.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 6:37 pm op February 14, 2023 Permalink | Beantwoorden  

    Gene Pitney 

    Gene Francis Allan Pitney werd geboren op 17 februari 1940 in Hartfort als middelste van vijf kinderen. Hij werd grootgebracht in het nabijgelegen Rockville, waar hij les kreeg op piano, drums en gitaar. Hij was een ongewoon en eenzaam kind dat niet American Football speelde met zijn vrienden, maar zich amuseerde door te jagen op muskusratten, nertsen en wasbeertjes die hij vilde en opzette.

    Hij studeerde voor electrotechnicus en op school trad hij voor het eerst op. Nadien trad hij op met een groepje The Embers en nog later als duo Jamie en Janie (Gene Pitney en Ginny Arnell. Daarna maakte hij zijn eerste plaatjes onder de naam Billy Bryan maar toen de platenmaatschappij hem voorstelde om voortaan de naam Homer Muze te gebruiken, besloot hij verder te gaan onder zijn eigen naam. Hij verdiende zijn eerste goede geld met het schrijven van “Rubber Ball” voor Bobby Vee maar tekende met zijn moeders’ naam Orlowski omwille van contractuele belangenconflicten. Nadien schreef hij ook “Hello Mary Lou” waarmee Ricky Nelson een grote hit scoorde.

    Dan kwam hij in contact met Aaron Schroeder, de eigenaar van het Musicor label waar Gene voortaan meerdere hits zou opnemen. Er kwam een samenwerkingsverband tussen het duo Schroeder/Wally Gold en dat andere gouden duo Burt Bacharach/Hal David. De hits volgend mekaar op maar toen in 1964 de Engelse invasie van popgroepen Amerika overspoelde begon zijn succes te tanen, maar in de UK bleef hij populair. Daarom stak hij de plas over om te touren, en daar werd zijn publiciteitsagent gebeld door de Rolling Stones manager Andrew Loog Oldham vanuit Parijs met de vraag of hij niet wilde meespelen bij een paar opnames van de Rolling Stones die nog in kinderschoenen stond. Samen met Phil Spector (die de sambaballen hanteerde) speelde hij mee op “Little by Little” en “Not fade away”. Jagger/Richards schreven de hit “That girl belongs to yesterday” voor hem. Zo kwam hij ook in contact met Marianne Faithfull, de toenmalige vriendin van Jagger en kreeg een kortstondige relatie met haar.

    Gene keerde in 1966 evenwel terug naar de States om te huwen met zijn jeugdliefde Lynne Gayton waarmee hij drie kinderen kreeg en gehuwd bleef tot aan zijn dood in 2006. Gene’s stembereik ging over drie octaven.

    Het componistenduo Aaron Schroeder/Wally Gold bewerkten de klassieker O’ Solo Mio voor Elvis Presley tot “It’s Now Or Never” , zijn grootste hit. Op dezelfde manier bewerkten zij Pathétique van Tjaikowski tot “Take Me Tonight” voor Gene.

    Gene’s hit “It Hurts To Be In Love” werd eerst opgenomen door Neil Sedaka maar werd weerhouden door RCA omdat de opname gebeurd was in een studio buiten RCA. De opname werd overdubbed met Gene’s stem en werd een grote hit. Opmerkelijk was dat Neils’ vrouw Leba samen met Toni Wine en Helen Miller (die de tekst schreef) samen instonden voor de backing vocals. https://www.youtube.com/watch?v=stzl0yHUcOw

    Bekijk vanaf 5:24 deze YouTube van een optreden van Gene op BBC: https://www.youtube.com/watch?v=-PJcKL4lOLU

     
    • Jan Stacino's avatar

      Jan Stacino 3:51 pm op februari 15, 2023 Permalink | Beantwoorden

      INTERESSANT ARTIKEL WAT DE COMMERCIELE MUZIEK BETREFT

      Like

  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 6:53 pm op July 26, 2022 Permalink | Beantwoorden  

    Karel Bossart alias Mister Atlas 

    Vrijwel niemand kent de dag van vandaag nog deze opmerkelijke Vlaming, afkomstig uit Kalmthout, die carrière maakte in de ruimtevaart in Cape Canaveral, USA. Cape Canaveral was de lanceerbasis voor de raketten, maar veranderde tijdelijk van naam van 1963 tot 1973 in Cape Kennedy naar aanleiding van de dood van President Kennedy. Maar laten we beginnen met te vertellen hoe Karel (later Charlie voor “the incrowd”) Bossart daar terecht kwam en de concurrent werd van Wernher Von Braun als raketontwerper.

    Geboren op 9 februari 1904 in Antwerpen ondervonden zijn ouders, een onderwijskoppel dat hij begaafder was dan zijn kameraden in het lager onderwijs en daarom besloten zij hem thuisonderwijs te geven. Daardoor slaagde hij al op zijn 16de voor het toegangsexamen voor de ULB waar hij op zijn 21ste afstudeerde als mijningenieur. Met een studiebeurs trok hij richting de VS om zich te bekwamen in de vliegtuigbouw. Op zijn 23ste studeerde hij af als Master, vervulde daarna zijn dienstplicht in België, waarna hij emigreerde naar de VS en ging werken bij Sikorsky (bekend van helicopters) Aircraft Corporation.

    Via omzwervingen bij Vultee Aircraft waar hij meewerkte aan supersonische vliegtuigen, kwam hij terecht bij Convair, die werkten aan intercontinentale raketten. Daar kreeg hij de leiding voor de ontwikkeling van een nieuwe raket die moest concurreren met de Sovjet-Russische raket R7 van Koroljov in de race naar de ruimte en de maan in het bijzonder. Hij noemde zijn nieuw ontwerp de Atlas raket, naar de Griekse god, die de aarde op zijn schouders torste.

    Tegelijkertijd was er ook de concurrentie met Wernher Von Braun die in opdracht van de NASA werkte in diezelfde race en die minachtend keek naar Bossarts ontwerp. Het ontwerp van Bossart was heel merkwaardig, innovatief en eenvoudig in tegenstelling tot de uiterst zware “kamion met aanhangwagens” van Von Braun, de meertrapsraket, aangedreven door heel zware motoren, die enorm veel brandstof meesleurden om in de ruimte te geraken. Bossart opteerde voor het “ballontank”-principe: hoe hoger de raket raakte, hoe meer brandstof verbrandde, des te lichter werd de raket om verder op te stijgen. Hiervoor kreeg hij de medewerking van een andere Peenemünde veteraan, Krafft Ehricke die ook in onmin leefde met Von Braun. Ehricke en Bossart konden het goed met mekaar vinden en het was Ehricke die de tweede rakettrap plaatste boven de Atlas en Bossart zo de oplossing bood om te ontsnappen aan de zwaartekracht van de aarde.

    Als Von Braun verneemt dat de NASA ook laaiend enthousiast is over het concept van het duo Bossart-Ehricke en daarvoor aanzienlijke fondsen toegeschoven krijgt, ontstaat de clash Von Braun-Bossart. Het team Von Braun is helemaal sceptisch over Bossarts ballonprincipe dat ze een confrontatie aangaan in San Diego, waarbij de ijdele Von Braun zijn secondant Willi Mrazek afvaardigt om Karels raket te gaan inspecteren buiten de vergaderzaal, die klaarlag om verder afgewerkt te worden. Daarbij overhandigde Karel een zware hamer aan de Duitser met de uitnodiging om zo hard mogelijk op de metalen romp te slaan. Toen die romp geen krimp gaf, zei Karel: “maar Willi, sla eens echt zo hard je kan”, waarop Willi een stap achteruit zette om met al zijn geweld te meppen op de metalen wand. Hij klopte er een bluts in maar de tank nam direct zijn oorspronkelijke vorm aan, terwijl alle omstaanders begonnen te schaterlachen. Door dit incident waarbij Von Brauns eerste man belachelijk gemaakt werd, zouden beide teams nooit samenwerken. De verstandhouding met Von Braun was al niet optimaal te noemen en zakte hiermee onder het nulpunt.

    Dankzij Atlas wist de Verenigde Staten de USSR bij te benen om de race naar de maan te winnen. En Bossarts Atlas raket wordt nog tot op heden nog altijd gebruikt om de ruimte te verkennen. De laatste Atlas V raket werd gelanceerd op 16 oktober 2021 om op onderzoek te gaan naar asteroïden rond Jupiter.

    Karel Bossart is op 3 augustus 1975 thuis in La Jolla USA overleden tengevolge een maagbloeding.

    Bron: Voorbij de Maan, België en de ruimtevaart van Cynrik De Decker

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 6:17 pm op May 10, 2022 Permalink | Beantwoorden  

    Randy Newman, kampioen van de nominaties 

    Wie nog nooit gehoord heeft van Randy Newman, moet zijn naam maar eens googelen en hij zal versteld staan van wat die man allemaal gepresteerd heeft op muzikaal gebied. Hij heeft het dan ook meegekregen met de genen want in zijn familie zitten bekende componisten zoals Lionel en Alfred Newman.

    Zelf leerde ik hem kennen halfweg de jaren ’70 vorige eeuw toen ik op de radio zijn “Mr. President” hoorde en dat klonk zo fris en vernieuwend in mijn oren, dat ik direct op zoek ging naar de uitvoerder en de bijhorende lp (Good Old Boys). Omdat ik de hele lp prachtig vond, kocht ik ook de voorgaande lp “Sail Away”, waarvoor John Lennon en Harry Nilsson positieve liner notes leverden op de hoes. Harry zong zelfs een hele lp vol met Randy’s composities: “Nilsson sings Newman”. Verder opzoekwerk toonde aan dat Newman in de jaren ’60 zijn sporen al verdiend had door songs te schrijven voor gevestigde waarden zoals Gene Pitney, Jerry Butler, Alan Price, Eric Burdon, Erma Franklin, Vic Dana en Irma Thomas, Judy Collins, Three Dog Night. Daarop besloot hij het zelf te wagen om zijn eigen nummers te vertolken, beseffend dat hij een eigen sound had met een zeer herkenbare (geraspte) stem en daarom noemde hij zijn eerste lp: “Randy Newman creates something new under the sun”, maar die verkocht voor geen meter. Binnen de kortste keren werden zijn nummers gecoverd door diverse artiesten. Daardoor werd hij wel meer en meer ontdekt door een beperkt publiek, maar een grote populariteit zou “bompa Randy” nooit krijgen bij de jeugd. Daarvoor had hij niet de présence, evenmin als John D. Loudermilk, die andere songleverancier voor veel uitvoerders, ook omwille van zijn uiterlijk. Newman wist zich ook te omringen met uitstekende muzikanten die mee zijn unieke geluid bepaalden, zoals Ry Cooder, Jim Keltner, Earl Palmer, Milt Holland, Russ Titelman, Clarence White, Gene Parsons en een producer uit de duizend: Lenny Waronker.

    Om meer zaad in ’t bakje te krijgen wierp hij zich op het componeren van soundtracks. Hollywood, here I come ! En met succes. Niemand heeft ooit zoveel Grammy’s en Emmy’s verzameld als Randy, maar toch had hij alle hoop al opgegeven om ooit nog eens een nominatie te kunnen verzilveren als een Oscar. Zelf bleef hij er stoïcijns bij en grapte dat hij er wel eens eentje zou krijgen uit medelijden of postuum voor zijn hele oeuvre. Maar op het moment dat hij het totaal niet meer verwachtte, wint hij toch een Oscar voor “Best Original Song”. Jennifer Lopez had zijn naam nog niet volledig uitgesproken , als er een gigantisch applaus losbarstte. Newman was aangeslagen en prevelde bedremmeld een “dankuwel” en terwijl hij de muzikanten van het orkest bedankte, stonden die allemaal spontaan recht om naar hem te applaudisseren, terwijl dat helemaal niet mocht. En dat was belangrijker voor hem dat hij zag dat hij gerespecteerd werd door de musici. De jaren nadien bleef hij de Oscar Nominaties aaneenrijgen.

    Wat de meeste mensen wel kennen van hem, maar niet altijd weten dat het van hem is, is de Nederlandstalige versie van zijn Toy Story-hit “You’ve got a friend in me”, door Arno gebracht als “Jij bent een vriend van mij”. Niet toevallig dat ze Arno hiervoor vroegen, want hij heeft hetzelfde stemtimbre als Randy.

    Bronnen: Boek “Randy Newman” van Wouter Bulckaert ISBN 978 94 62673 24 en SecondHandSongs op internet.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 10:58 am op January 30, 2022 Permalink | Beantwoorden  

    The Great Pretenders 

    Bij toeval kon ik vrijdagavond 28/01/2022 het concert van De Great Pretenders meemaken en deze avond zal mij nog lang heugen, zo was ik onder de indruk van hun vocale kwaliteiten. Vanaf de eerste noten was het volop genieten. Lang geleden dat ik nog van een optreden versteld stond. Deze mensen brachten live muziek en het verschil met aan knopjesdraaiende molenwiekende platenruiters was immens groot, een streling voor oog en oor. Dit quintet bestaande uit een bas (Marc Meersman), een bariton (Joris Derder), en drie tenoren (Adriaan De Koster, Frank François en Henk Pringels, allemaal klassiek geschoold, waagde zich aan muziek uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Hun liedjeskeuze kon onmogelijk compleet zijn, maar was zeker perfect, qua ritme-afwisseling en liet verveling geen kans. Oké Marc Meersman heeft een prachtige basstem maar om een hele avond naar hem luisteren zou mij niet blijven boeien, maar deze geblende stemmen waren fris en verrassend. Tenor De Koster deed mij onmiddellijk denken aan de zoetgevooisde klanken van Sam Cooke en begon die toch wel Chain Gang te zingen zeker. Cooke’s Cupid liet hij over aan zijn compagnon Frank François.

    Een greep uit hun programma: Ramona, Only You, Twilight Time, Smoke Gets In Your Eyes, That’s Amore (Dean Martin), Harbor Lights, Little Darlin’ (Diamonds en Presley), Remember When (uitschieter van The Platters door De Koster!), When (Kalin Twins), Just A Gigolo (Louis Prima), Sugar Baby Love (Rubettes), Music To Watch The Girls Go By (Andy Williams), Cupid, Chain Gang, Loves Me Like A Rock (Paul Simon), Chanson d’Amour (Manhattan Transfer), The Lion Sleeps Tonight (The Tokens), Silhouettes (Herman’s Hermits), een medley van The Book of Love/Blue Moon/Do You Wanna Dance/Chantilly Lace en natuurlijk het obligate The Great Pretender van The Platters waarmee ze hun concert openden.

    Als ik dan toch enige vorm van kritiek moet geven dan waren het de bindteksten die Meersman ten berde bracht, kinderachtig en potsierlijk….niet alle senioren lijden aan een begin van dementie. André Rieu vertoont hetzelfde gedrag bij zijn optredens. Beter ware geweest dat Meersman wat achtergrondinformatie zou geven bij hun songs, zoals Willy Claes deed bij zijn concerten.

    Als de beroemde rocker/producer Peter Koelewijn zegt: “als ik hun cd niet gratis gekregen had van hun boekingskantoor, was ik deze zeker gaan kopen”. Om dit uit de mond te horen van een Hollander is heel uitzonderlijk. 😂

    Hier kun je een impressie zien van deze uitmuntende groep:

     
    • Rony Vercauteren's avatar

      Rony Vercauteren 3:35 pm op januari 31, 2022 Permalink | Beantwoorden

      Prachtige close harmony songs en individuele nummers van deze heren. Lijkt mij idd de moeite waard.
      Doet mij denken aan zeer lang geleden filmbezoeken met mijn ouders in de Roxy in Temse. Waar vóór de film begon tracks van Sam Cooke werden gespeeld. Jaren later heb ik 2 cd’s van hem gekocht met zijn greatest hits, spijtig dat hij zo jong vermoord is.

      Like

  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 4:23 pm op August 4, 2021 Permalink | Beantwoorden  

    De ene Shorty Long is de andere niet 

    Elke muziekliefhebber linkt de naam Shorty Long aan de hit “Here Comes the Judge”, maar er is nog een tweede Shorty Long, die piano speelde op de eerste RCA-studio-opnames van Elvis Presley in het jaar 1956.

    De jongste van de twee was de Amerikaanse soulzanger, Frederick Earl Long, geboren in het Amerikaanse Birmingham op 20 mei 1940. Frederick werd opgemerkt door Gwen Gordy (zus van Berry) en haar man Harvey Fuqua. Zij brachten hem bij Berry’s Motown label, waarop hij zijn eerste opname maakte “Devil with the Blue dress on”, later bekend geworden door Mitch Ryder and the Detroit Wheels. Maar Shorty, zoals hij zich liet noemen, had zijn grootste hit in juli 1968 met “Here Comes the Judge”, en bereikte hiermee de 8ste plaats van de Bilboard 100. Helaas verdronk hij een jaar later op 29 juni samen met zijn vriend toen zijn boot crashte op de Detroit rivier in Michigan.

    De oudste Shorty Long heette eigenlijk Emidio Vagnoni en werd geboren op 31 October 1923 in Reading, Pennsylvania. Hij begon op 14-jarige leeftijd klassieke muziek en viool te studeren. Later speelde hij ook accordeon en country viool (fiddle). Als tenor nam hij verschillende singles op in de jaren ’40 en als leider van The Santa Fe Rangers trad hij op in de film “Powder River Gunfire” in 1948. Samen met zijn vrouw Dolly Dimples trad hij op in country-muziekshows in Pennsylvania waar hij zich gesetteld had. En zoals reeds gezegd, speelde hij piano op de eerste RCA-singles van Elvis. Shorty overleed op 25 October 1991.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 10:15 pm op June 9, 2021 Permalink | Beantwoorden  

    I Just Want To Make Love To You… 

    Iedereen of toch heel velen onder ons hebben de Coca-Cola promo clip gezien in 1996 waarbij de secretaresses mekaar verwittigen om tijdens de break de atletische bouwvakkers aan het raam te bekijken:

    De song “I just want to make love to you” werd gezongen door Etta James, maar de song zelf die door velen gecoverd werd (ik ken 132 versies) werd geschreven door Willie Dixon.  De originele uitvoering was van Muddy Waters in 1954, maar wat weinigen weten is dat het lied gecomponeerd werd door de grandioze Willie Dixon. Wie nog nooit gehoord heeft over deze uitzonderlijke man, moet zijn naam maar eens Googlen, hij zal versteld staan hoeveel topartiesten uit de jaren ’60 schatplichtig zijn aan deze man, en dat waren niet van de minsten, zoals The Rolling Stones met hun uitvoering van “Little Red Rooster”. Als notoire bewonderaars van de Chicago Blues trokken ze naar de Chess studio om daar de “lucht” op te snuiven. Hun verwondering was totaal toen ze aan de klusjesman-schilder uitleg vroegen en bleek dat dat Muddy Waters was, uitgerekend het uithangbord van de blues met als hits: The Hooche Coochie man,  You need love, Just make love to me, allemaal composities van….jawel Dé Willie.

    Willie deed bijna alles, piano, basspeler, arrangeur, bandleader van de studio-muzikanten, componist en zakenman, want hij had zijn zaakjes goed op orde door een muziekfirma te stichten: The Hoochie Coochie Music, heden ten dage gerund door BMG. Wie ook zijn “genius” erkende was de Rock ’n Roll pionier Chuck Berry. Sla er zijn discografie maar op na en je zal Dixon aantreffen als bassist op vele nummers zoals Maybellene, Thirty days, No money down, Brown eyed handsome man, You can’t catch me ….

    Wie de man zelf aan de bas bezig wil zien:

    Mijn adoratie voor deze invloedrijke blues-pionier begon toen ik zijn compositie hoorde: “I love the life I live”. Het werd meteen mijn lijflied:

    Dit is zijn eigen heruitgave op de cd Hidden Charms, bekroond met een Grammy in 1988. Wie deze cd in zijn bezit wil krijgen, moet er wel een goeie vijftig euro voor veil hebben. Vergis u niet, via Amazon is het goedkoper, maar de verzendkosten bijgerekend, kom je op hetzelfde uit.

    Ik weet niet meer welk jaar het was toen op de Antwerpse boekenbeurs mijn oog viel op een klein boekje met de titel: You can’t judge a book by the cover, wat wilde zeggen dat er meer schuilt achter een hoesje, refererend naar originals van songs. Het was de eerste editie uit 1987 van Arnold Rypens’ Originals boek(*). Inmiddels gaf hij 5 edities uit en kun je het ook raadplegen op internet. Waarom vermeld ik dit? De titel was een lied van jawel…Willie Dixon, wat meteen aangeeft welke waarde ook Rypens aan Dixon’s repertoire geeft.

    Eén van de opmerkelijkste covers vind ik nog altijd Whole lotta love van Led Zeppelin, die hun riff gingen zoeken bij You need love van Dixon, alhoewel zij Dixon niet erkenden als componist en hun eigen naam claimden voor auteursrechten:

    Voor wie zich afvraagt hoe de Stones kennis maakten met het repertoire van Dixon, de voormalige sparringpartner van wereldkampioen boksen Joe Louis: het was hun eerste manager Giorgio Gomelsky, eigenaar van de Crawdaddy Club waar de Rolling Stones het huisorkestje was, en die Amerikaanse bluesbands naar de UK haalde, onder andere Willie Dixon in 1963 en 1964. Bij deze gelegenheden liet Dixon tapes achter van hem, waarvan de Stones gretig gebruik maakten. The Yardbirds waren de opvolgers van de Stones, die ook door de bluesmicrobe aangestoken werden, vooral Eric Clapton. De blues waren de wortels van de Amerikaanse muziek en Willie maakte daar deel van uit.

    (*) Arnold Rypens uit Boom is een radiopresentator, bluesliefhebber en reisorganisator naar Amerika. Alles begon toen zijn dagelijks radioprogramma Pili Pili rond halfnegen veel publieke respons kreeg, waarin hij op zoek ging naar de herkomst van elke song. Tijdens het Blues Peer festival vulde hij als d.j. de gaten op om de formaties de tijd te geven om plaats te maken voor de volgende muziekgroep die zich dan opstelde. https://www.originals.be/nl

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren