Updates from Raymond Thielens Wissel reactie discussies | Sneltoetsen

  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 10:02 am op March 8, 2026 Permalink | Beantwoorden  

    Dmitri Mendelejev, scheikundige 

    Op 6 maart 1869 onderbrak de Russische chemicus Dmitri Mendelejev zijn werk aan het perfectioneren van kaasbereidingstechnieken om de wereld te laten zien hoe hij het bekende universum had herschikt.

    Zijn artikel, “De afhankelijkheid tussen de eigenschappen van de atoomgewichten van de elementen”—het eerste periodiek systeem, horizontaal en verticaal gerangschikt op eigenschap—werd gepresenteerd op een bijeenkomst van de Russische Chemische Vereniging.

    Nadat hij was toegelaten tot de universiteit (een hobbelig parcours), stortte hij zich op de wetenschap. Zijn proefschrift werd gepubliceerd in een tijdschrift over mijnbouwkunde. Zijn masterscriptie onderzocht de relatie tussen de volumes van stoffen en hun chemische eigenschappen—een teken dat hij al op zoek was naar patronen. Hij werd docent chemie aan de Universiteit van Sint-Petersburg en kreeg in 1859 de mogelijkheid om in het buitenland te studeren.

    En zo belandde hij op een Duitse conferentie waar een Italiaanse chemicus baanbrekend werk presenteerde over atoomgewicht. Dat was het ontbrekende puzzelstukje in het periodiek systeem: de introductie van een standaard (zuurstof = 16) waarmee de atoomgewichten van elementen konden worden gemeten.

    Terug in Rusland behaalde Mendelejev zijn doctoraat en werd hij hoogleraar scheikunde. Hij kreeg de opdracht anorganische chemie te doceren en begon daarom aan een leerboek. Tijdens dit proces begon hij elementen te ordenen.

    Het eerste deel was snel klaar. Toen raakte hij afgeleid. Mendelejev gebruikte zijn vaardigheden altijd op praktische wijze om de Russische industrie te verbeteren: kaasmaken was een van zijn interesses; aardolieraffinage, het maken van koffers en scheepsbouw waren andere.

    Maar hij keerde al snel terug naar het tweede deel.

    In die tijd waren er ongeveer 60 elementen bekend. Niemand was er ooit in geslaagd ze te ordenen. Mendelejev merkte op dat wanneer hij een raster maakte – zoals bij de solitaire-spellen die hij graag speelde – patronen in eigenschappen zich periodiek herhaalden. Hij vertrouwde dit patroon voldoende om lege plekken te laten voor elementen die nog niet eens ontdekt waren.

    Een langere versie van zijn werk werd later dat jaar gepubliceerd en in het Duits vertaald, waardoor zijn ideeën zich langzaam verspreidden. De tijd speelde ook een rol: de ontdekking van gallium, scandium en germanium een ​​paar jaar later – met eigenschappen die Mendelejev had voorspeld – dwong chemici om aandacht te besteden aan zijn werk.

    Zijn tabel was niet perfect. Hij kon onmogelijk weten dat het atoomnummer, en niet de massa, de sleutel was. Maar hij zag iets wat niemand anders had gezien.

    Wetenschappers noemden element 101, mendelevium, naar hem. Mendelejev was letterlijk onderdeel geworden van zijn meesterwerk.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 7:29 am op March 1, 2026 Permalink | Beantwoorden  

    Neil Sedaka (1939-2026) 

    Voor de standaard biografische gegevens van deze begenadigde pianist verwijs ik naar Wikipedia of “Dagelijks iets degelijks” van mijn goede vriend Ronny De Schepper. Zelf wil ik als aanvulling een paar gebeurtenissen of feiten uit zijn leven vertellen.

    Om te beginnen met zijn eerste liefje op de middelbare school Carole King waarmee hij samen piano speelde en nadien optrok naar de befaamde Brill Building, het gebouw dat veel hitleveranciers huisde zoals ook Neil Diamond, Barry Mann, Cynthia Weil, Jeff Barry, Ellie Greenwich, Tommy Boyce. Daar scheidden hun wegen zich toen Carole een duo vormde met haar latere eerste echtgenoot Gerry Goffin terwijl Neil samen met Howard Greenfield vele hits schreef voor zichzelf en vele anderen en in 1962 zijn echtgenote Leba Strassberg huwde en trouw bleef tot aan zijn dood, wat zeer uitzonderlijk is in dit wereldje van glitter en party’s. Ze hadden mekaar ontmoet eind jaren ’50 toen hij optrad met een band in Esther Manor, het resort van haar moeder.

    Neil was begin jaren ’60 een gevestigde waarde als popidool zoals zijn tijdsgenoot Paul Anka, maar toen de “British Invasion” van de Britse popgroepen furore maakten in de USA veroorzaakte dat de zwanenzang van talloze popzangers en crooners, zoals Elvis, Sinatra, Dean Martin en RCA zijn platenmaatschappij zijn platencontract niet meer hernieuwde eind 1966. Maar Neil bleef niet bij de pakken zitten en dacht: “als zij naar hier komen, ga ik wel naar daar” en stak de plas over naar de UK en herbouwde daar zijn carrière. Op een party ontmoette Neil die andere pianovirtuoos Elton John die hem meteen een contract aanbood op zijn pas opgerichte label “Rocket Records” en meteen zijn comeback lanceerde. Het album “Sedaka’s Back” bevatte opnieuw opgenomen versies van zijn eerdere successen en nieuwe songs zoals “Laughter in the Rain”.

    Neil: “In 1970 stelde een bevriend agent, Dick Fox, voor dat ik naar de Albert Hall in Engeland zou gaan; hij dacht dat het een goede manier zou zijn om weer in de muziekwereld door te breken. Ik had in het London Palladium gespeeld en kreeg al die jaren nog steeds fanmail uit Engeland. Dus ik accepteerde het optreden in de Albert Hall op voorwaarde dat ik mijn hedendaagse nummers mocht zingen – ik had toen een album uit, ‘Emergence’, en gaf duizenden dollars van mijn eigen geld uit aan de promotie ervan. Tegelijkertijd vond ik een groep in Noord-Engeland [Manchester] genaamd de Hotlegs; zij zouden later 10cc worden.”


    In een aflevering uit 1965 van de quizshow I’ve Got a Secret was Sedaka’s geheim dat hij de Verenigde Staten zou vertegenwoordigen op het Tsjaikovski-pianoconcours in Moskou in 1966. Panellid Henry Morgan, die niets van Sedaka’s geheim afwist, confronteerde hem met het feit dat de Sovjetbureaucratie rock-‘n-rollmuziek had verboden en dat alle westerse muziek die jonge Russen wilden horen, het land in gesmokkeld moest worden. Nadat Sedaka’s geheim was onthuld, maakte hij indruk op de panelleden met zijn uitvoering van Frédéric Chopins “Fantaisie Impromptu”. Morgans waarschuwing bleek echter profetisch: ondanks Sedaka’s klassieke achtergrond, zorgde zijn “andere” leven als popster ervoor dat de Sovjet-Unie hem diskwalificeerde voor deelname aan de wedstrijd.

    Tijdens een zakenreis naar New York medio 1971 vroeg Harvey Lisberg, een fervent bewonderaar van Sedaka, aan Don Kirshner of hij iets nieuws had geschreven. Kirshner nam Lisberg mee naar een kleine kamer met een piano waar Sedaka al zat, en hij speelde een paar liedjes. Een daarvan was de Sedaka/Greenfield-compositie “(Is This the Way to) Amarillo?”, die Lisberg prachtig vond en die hij aan zijn artiest Tony Christie gaf, die het in 1971 opnam en uitbracht. Het nummer deed het relatief goed in de Britse singleslijst en bereikte de top 20.


    Sedaka was de minzaamheid in persoon. Vriendelijk, beleefd, hartelijk en altijd lachend toonde hij ook in een deze anekdote waar andere zangers eerder verontwaardigd en kwaad zouden reageren maar hij niet. Op 7 april 2006 trad Sedaka op in de Royal Albert Hall toen hij midden in het concert werd onderbroken door een man die vanuit de coulissen het podium op liep. Het plan was dat Sedaka zou beginnen met het zingen van “Amarillo”, en na één couplet zou het publiek verrast worden door de verschijning van Christie voor een eventueel duet. Bij de onderbreking vroeg een verwarde Sedaka: “Wat is dit?” De indringer was een vertegenwoordiger van Guinness World Records, die Sedaka een prijs van Guinness World Records: British Hit Singles and Albums kwam overhandigen voor het componeren van “(Is This the Way to) Amarillo?”, de meest succesvolle Britse single van de 21e eeuw (tot dan toe). Na de presentatie zette Sedaka “Amarillo” in, Christie betrad het podium onder luid gejuich van het publiek, en na het succesvolle duet verlieten de twee mannen triomfantelijk, arm in arm, het podium, waarmee de eerste helft van Sedaka’s concert ten einde kwam.

    Sedaka schreef voor John Lennon “The Immigrant” toen die problemen had om zijn green card te verkrijgen om zich definitief te vestigen in Amerika dat Lennon ontroerde, vrienden werden en Lennon af en toe frequenteerde tijdens diens “Lost Weekend”. Sedaka was ook de inspiratie voor Stevie Wonder, wiens platen hij veel speelde waardoor Stevie’s entourage hem “Whitey” noemden in Detroit.

    Ook tijdens de covid-periode hield Sedaka contact met zijn fans via zijn account op Instagram , waarin hij regelmatig zijn filmpjes postte waarin hij liedjes zong op zijn huispiano.

    We zullen hem nooit vergeten.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 7:28 am op February 22, 2026 Permalink | Beantwoorden  

    Jerry Kennedy (1940-2026) 

    Screenshot

    Op 11 februari jongstleden overleed een vrijwel onbekende muzikant voor de leek, maar iedere muziekliefhebber spontaan zegt bij het horen van de intro’s die hij speelde zonder dat de uitvoerder één noot zingt: dit is “oh Pretty Woman” van Roy Orbison, of dit is “Stand by your Man” van Tammy Wynette. Hij heet Jerry Kennedy en als je weet dat hij 16 Grammy Awards kreeg en 35 keer genomineerd werd in de muziekbusiness, dan mag je zeker zijn van zijn overgrote verdienste. De lijst muzikanten waarmee hij samenwerkte is zo lang dat het zinloos is van die hier allemaal op te noemen. Zijn bekendheid oversteeg de grenzen tot in Europa: Johnny Halliday trok samen met zijn toenmalige echtgenote Sylvie Vartan naar hem om er zijn Nashville Sessions op te nemen. Jerry componeerde voor Sylvie dan ook “Since you don’t care”. Hij werd ook driemaal verkozen als “Musician of the Year” door de Country Music Association in 2002, 2005 en 2007.

    Jerry Glenn Kennedy werd geboren op 10 augustus 1940 in Shreveport, Louisiana. Op 9-jarige leeftijd kochten zijn ouders een gitaar voor hem, een Silvertone en hij ging gitaarles volgen. Als kind zat hij op de eerste rij bij het optreden van Hank Williams in zijn geboortestad en hij trok naar de Louisiana Hayride met een vriend op 14-jarige leeftijd om daar Elvis Presley te zien optreden, maar was geïrriteerd dat hij bij de heupbewegingen van Elvis de gitaarlicks niet meer kon horen van Scotty Moore door het gegil van de meisjes.

    Op 11- jarige leeftijd kreeg hij al een opname-contract bij RCA, waar hij samenwerkte met de legendarische Chet Atkins. Zo werd hij een plaatselijk tieneridool, maar niet landelijk en zo deed hij de achtergrond vocalen bij Mercury Records. Bij de samenwerking met een opname overtuigde de president van Mercury Records, Irving Green hem om naar Nashville te verkassen. Hij werkte ook samen met de bekende Elvis-sessie-muzikanten: Boots Randolph, Hank Garland, Harold Bradley, Bob Moore en natuurlijk ook met Elvis zelf. Zijn meeste bekendheid kreeg hij als meesterlijke dobro-speler en zijn veelvuldige lach zoals bij roeier Ward Lemmelijn. Bij zijn verhalen kreeg je zelf een lange lach die op de duur pijn deed. Bob Dylan wist hem ook te vinden om mee te spelen op zijn albums als hij een dobro-specialist nodig had. Kennedy speelde op, en produceerde bijna alle country-albums van Jerry Lee Lewis.

    Hier hoor je Jerry Kennedy zelf zijn verhaal vertellen in een interview: https://www.youtube.com/watch?v=REOgLaIQD5U

    Op 13-jarige leeftijd een opname op RCA: https://www.youtube.com/watch?v=2Msr6y8E0qM&list=RD2Msr6y8E0qM&start_radio=1

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 5:36 pm op February 12, 2026 Permalink | Beantwoorden  

    De uitvinder van de saxofoon: Adolphe Sax 

    Als één van de laatst uitgevonden akoestische instrumenten heeft de saxofoon een vaste plaats veroverd, zowel in klassieke muziek als in jazz, rock, pop of funk. Bekende saxofonisten waren John Coltrane, Stan Getz, Sonny Rollins, Cannonball Adderley, Charlie Parker, Coleman Hawkins, Hans en Candy Dulfer. Een goede reden om de herinnering aan de uitvinder ervan, de Belg Adolphe Sax levend te houden.

    Adolphe Sax (1814-1894) werd geboren in Dinant in een muzikale familie. Zijn vader was een gewaardeerd instrumentenbouwer en de jonge Adolphe erfde zijn talent. Als tiener ontpopte hij zich tot een bekwaam klarinetspeler en viel al snel op door zijn vindingrijkheid in de ontwikkeling van muziekinstrumenten. Zijn eigen speelervaring was belangrijk voor zijn uitvindingen. Doordat hij wist waar muzikanten in de praktijk tegenaan liepen, kon hij blaasinstrumenten ontwerpen zoals de saxofoon die beter speelden en klonken in ensembles.

    Al snel koos Adolphe voor een internationale carrière en vestigde zich in Parijs. De saxofoon werd welwillend onthaald door grote namen uit de toenmalige klassieke muziek zoals de componist Hector Berlioz. Die omschreef de klank van de saxofoon als vol, levendig en van een zeldzame expressieve kracht. Adolphe Sax was meteen gelanceerd als instrumentenmaker en zijn atelier produceerde in de periode 1843-1860 circa 20.000 hout- en koperblaasinstrumenten, inclusief saxofoons.

    Toch liep het pad van Adolphe Sax niet altijd over rozen. Hij kreeg te maken met concurrentie, venijnige lastercampagnes, processen rond patentrechten en enkele faillissementen (1852, 1873 en 1877). Merkwaardig is dat Adolphe zijn saxofoon al in 1838 had ontwikkeld maar pas een patent aanvroeg op 21 maart 1864, meer bepaald voor “een systeem van blaasinstrumenten, bekend onder de naam saxofoons”, waarin hij een reeks van 8 saxofoontypes voorstelde.

    Adolphe Sax mocht dan al een invloedrijke instrumentenbouwer zijn, een succesrijke zakenman was hij zeker niet, denk aan zijn faillissementen. Volgens de legende stierf hij berooid en vereenzaamd op 6 februari 1894 maar dat klopt niet al had hij niet de fortuinen vergaard die hij voor ogen had. De visionaire muzikale uitvinder ligt begraven op het kerkhof van Montmartre in Parijs.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 6:47 am op November 6, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Joel Whitburn en Billboard 

    Voor wie al jaren met muziek bezig is, klinken de namen Billboard en Joel Whitburn vertrouwd in de oren. Maar weten ze wel hoe die legendarische muziekboeken ontstaan zijn? Hieronder kun je lezen hoe het muzikale huwelijk tussen beiden ontstaan is.

    Billboard was oorspronkelijk een tijdschrift dat op 1 november 1894 opgericht werd door de stichters William Donaldson en James Hennegan en was initieel een handelspublicatie voor afficheplakkers maar verschoof later meer naar de muziekindustrie.

    Joel Whitburn werd geboren op 29 november 1939 in Menomonee Falls, Wisconsin, en groeide daar op als een gepassioneerde muziekliefhebber en sportfanaat. Als tiener in de jaren 1950 begon hij platen te verzamelen. In 1953 abonneerde hij zich op Billboard, het toonaangevende muziekmagazine, na een toevallige ontmoeting ermee tijdens een uitje met zijn moeder. Toen de Billboard Hot 100 in 1958 werd geïntroduceerd, werd hij geobsedeerd: hij noteerde wekelijks de chartposities op indexkaarten, inclusief piekposities, weken in de charts en labels. Dit handmatige archief groeide uit tot een levenswerk, met een ondergrondse kluis vol met bijna elke chart-hittende 78-rpm, 45-rpm, LP en CD.

    Doorbraak als Chart-Historicus

    In de jaren 1960 werkte Whitburn bij RCA in platenverdeling, waar hij zijn chartdata gebruikte om radiostations te adviseren. In 1970 richtte hij Record Research, Inc. op in Menomonee Falls, Wisconsin – een bedrijf dat Billboard’s charts (en die van concurrenten als Cash Box en Radio & Records) gedetailleerd analyseerde onder een licentieovereenkomst met Billboard. Met een team van onderzoekers creëerde hij uitgebreide referentieboeken, die feiten, statistieken en trivia over duizenden hits bevatten. Deze boeken werden onmisbaar voor de muziekindustrie, DJ’s en fans wereldwijd.

    Zijn werk maakte de chaotische geschiedenis van charts toegankelijk: voorheen moest je talloze Billboard-edities doorspitten in een bibliotheek; Whitburn bundelde alles in één volume.

    Belangrijke Publicaties en Bijdragen

    Whitburn publiceerde meer dan 100 boeken via Record Research en 19 via Billboard Books. Zijn vlaggenschip was de serie Top Pop Singles, die de Hot 100-geschiedenis dekt. Andere reeksen omvatten country, R&B en albums. Bekende titels:

    JaarreeksBoekHoogtepunt
    1955-2018Top Pop SinglesUitgebreide Hot 100-data; laatste editie 2019
    1955-2009The Billboard Book of Top 40 HitsComplete info over artiesten en songs; bestseller
    1955-2009Top 40 Country HitsFocus op countrymuziek
    1961-2006Top Adult SongsVolwassenenpop-charts

    Zijn boeken hielpen programma’s als Casey Kasem’s American Top 40 en verankerden de Hot 100 als dé Amerikaanse chart. Whitburns werk omspant van 1940 tot hedendaagse hits, met data over pieken, weken en trivia.

    Zelf vind ik zijn Pop Memories een meesterwerk van muziekgeschiedenis, zie hierboven.

    Persoonlijk Leven en Uitdagingen

    Whitburns huis in Wisconsin was een muziektempel, met een ondergrondse vault uit de jaren 1990 vol chartdocumenten. Hij werkte nauw samen met zijn dochter Kim Bloxdorf, vice-president van Record Research. Ondanks gezondheidsproblemen bleef hij productief tot op hoge leeftijd. Hij overleed op 82-jarige leeftijd op 14 juni 2022 aan complicaties van gezondheidsissues, zoals bevestigd door zijn protégé Paul Haney.

    Nalatenschap

    Joel Whitburn, bijgenaamd “de ultieme chart-historicus”, revolutioneerde muziekonderzoek. Zijn boeken – met bijna 300 titels in totaal – zijn nog steeds de bijbel voor chartfans en de industrie. Record Research blijft bestaan, met updates tot 2025. Zonder hem zou de geschiedenis van hits als die van Elvis of Taylor Swift minder toegankelijk zijn. Billboard eerde hem als “de thrill van de weekly charts”.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 5:33 pm op November 5, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    De uitvinder van de Soul muziek, Ray Charles 

    Ray Charles Robinson (1930–2004) was een Amerikaanse zanger, pianist en componist, bijgenaamd “The Genius”. Geboren in Albany, Georgia, werd hij op 7-jarige leeftijd volledig blind door glaucoom. Hij groeide op in armoede, leerde piano en braille-muziek in een school voor blinden en debuteerde professioneel als tiener.

    In de jaren 1950 pionierde hij soulmuziek door gospel, jazz, blues en rhythm-and-blues te combineren. Hits als “What’d I Say” (1959), “Georgia on My Mind” (1960) en “Hit the Road Jack” (1961) maakten hem wereldberoemd. Hij won 17 Grammy’s, waaronder een lifetime achievement award.

    Charles worstelde met heroïneverslaving (hij kickte af in 1965) en bleef tot zijn dood optreden. Hij overleed in 2004 aan leverfalen. Zijn invloed op pop, soul en R&B is ongeëvenaard; in 2004 verscheen de biografische film Ray met Jamie Foxx in de hoofdrol.

    Ray Charles wordt beschouwd als de uitvinder van de soulmuziek – een genre dat hij in de late jaren 1950 creëerde door gospel te seculariseren en te combineren met R&B, jazz en blues. Hieronder de kern van zijn bijdrage:

    Van gospel naar soul

    • Voor Charles was gospel heilig; het zingen van wereldse teksten op gospelmelodieën was taboe.
    • Hij brak dat taboe met nummers als “I Got a Woman” (1954): hij nam de gospelklassieker “It Must Be Jesus” van The Southern Tones en verving de religieuze tekst door een liefdeslied.
    • Resultaat: call-and-response met achtergrondzangers (Raelettes), rauwe emotie, handgeklap en piano-riffs – de blauwdruk van soul.
    • Belangrijke Soul-tracks waren: What’d I Day (1959), Let the good times roll (1960), Hit the road Jack (1961), You don’t know me (1962).
    • Zijn achtergrond-zangeressen The Raylettes (o.a. Margie Hendricks) waren cruciaal. Ze zongen niet alleen harmonieën, maar antwoorden in call-and-response – een gospel-techniek die soul kenmerkt.

    Studio-innovatie

    Charles produceerde zelf en experimenteerde: hij gebruikte zijn Wurlitzer elektrische piano als lead-instrument; hij deed overdubs en multitracking voor rijkere arrangementen, en om een live-gevoel in de studio te creëren speelde de band samen met hem, zonder kliksporen (click tracks dat ze later via koptelefoons hoorden), die dienen om de muzikanten een timingreferentie te bieden.

    Invloed op anderen

    • Otis Redding, Aretha Franklin, James Brown noemden hem als inspiratie.
    • Aretha’s “Respect” en Otis’ “I’ve Been Loving You Too Long” bouwen direct op Charles’ emotionele intensiteit en gospelstructuur.

    Ray Charles maakte gospel werelds en R&B emotioneel diepgaand – dat is soul. Zijn stem (schreeuwend, fluisterend, kreunend) en piano waren één instrument. Zonder hem geen Motown, geen Stax, geen moderne R&B. Ray zei het zelf zo: “Soul is when you take a song and make it your own, make it come from your gut.”

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 7:56 am op October 12, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Richard Coudenhove-Kalergi, visionair van Europa 

    Richard Coudenhove-Kalergi

    Richard Nicolaus graaf Coudenhove-Kalergi, geboren op 16 november 1894 in Tokio was een Oostenrijks-Japans schrijver, politicus en stichter van de Paneuropese Unie, de ideologische voorloper van het huidige Europa, waarvan Albert Einstein, Konrad Adenauer en Thomas Mann lid waren.

    Hoewel Richard Coudenhove-Kalergi de eerste en vroege , visionaire intellectuele grondlegger was van het idee van een verenigd Europa, worden Robert Schuman en Jean Monnet beschouwd als de “founding fathers” van Europa omdat zij de concrete verwezenlijking ervan uitvoerden en is Coudenhove daardoor verwezen naar de kerkers van de geschiedenis.

    Coudenhove-Kalergi streefde naar een Europees, politiek, economisch en cultureel tegengewicht voor de Verenigde Staten, Rusland en Azië. Hij bedacht een douane-unie, een interne markt met een gemeenschappelijke munt (de latere Euro) en opheffing van de binnenlandse grenzen met collectief bewaakte buitengrenzen (de latere Schengen-akkoorden zonder buitengrenzen). Hij bedacht ook een gezamenlijk leger en een vloot (die er nog altijd niet gekomen zijn).

    Zijn bijdrage lag vooral in de ideologische en theoretische sfeer want hij presenteerde zijn manifest “Pan-Europa” al in 1923 en organiseerde ook een congres, maar het bleef bij een beweging van intellectuelen en politici zonder directe, bindende politieke stappen.

    Maar het waren de pragmatici Schuman en Monnet die na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog een concrete en praktische methode vonden om de Europese eenwording in gang te zetten.

    Het moet wel gezegd worden dat de Pan-Europese Unie verboden werd door de Nazi’s, waardoor Coudenhove uitweek naar Zwitserland en vandaar vertrok naar de States, waar hij professor geschiedenis werd. En op 3 augustus 1955 stelde hij voor om de “Ode an die Freude” van Ludwig von Beethoven aan te wijzen als Europees volkslied dat pas in 1972 overgenomen werd door de Raad van Europa en in 1985 door de Europese Gemeenschap. Wel rijkelijk laat als ge het mij vraagt. Misschien daarom dat zijn ideeën van Europees leger en vloot nog altijd geen werkelijkheid is geworden.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 7:36 am op September 6, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Geoffrey Hinton, peetvader van AI 

    Geoffrey Everest Hinton, geboren op 6 december 1947 in Londen, Engeland, is een Brits-Canadese cognitief psycholoog en computerwetenschapper. Hij wordt vaak aangeduid als de “peetvader van AI” vanwege zijn fundamentele werk op het gebied van kunstmatige neurale netwerken.

    Vroege jaren en opleiding: Hinton groeide op in een familie met een rijke intellectuele geschiedenis. Hij volgde zijn opleiding aan Clifton College in Bristol en schreef zich in 1967 in bij King’s College, Cambridge. Na herhaaldelijk van studierichting te zijn gewisseld, waaronder natuurwetenschappen, kunstgeschiedenis en filosofie, behaalde hij in 1970 zijn Bachelor of Arts-graad in experimentele psychologie. Vervolgens promoveerde hij in 1978 in kunstmatige intelligentie aan de Universiteit van Edinburgh.

    Carrière en belangrijkste bijdragen: Ondanks de aanvankelijke ontmoediging van zijn professoren, omarmde Hinton onconventionele computernetwerken die waren gemodelleerd naar zenuwknopen en de structuur van het menselijk brein. Zijn carrière omvat functies aan de Universiteit van Sussex, Carnegie Mellon University en de Universiteit van Toronto, waar hij nu hoogleraar emeritus is. Van 1998 tot 2001 richtte hij de Gatsby Computational Neuroscience Unit op aan het University College London.

    Enkele van zijn meest significante bijdragen zijn:

    • Backpropagation: Hij was mede-auteur van een baanbrekend artikel uit 1986 over het backpropagation-algoritme, dat het efficiënt leren van neurale netwerken mogelijk maakte.
    • Boltzmann-machines: Hij was in 1985 mede-uitvinder van de Boltzmann-machines, een vroeg neuraal netwerkmodel.
    • Deep learning: Zijn werk met zijn onderzoeksgroep in Toronto leidde tot grote doorbraken in deep learning die een revolutie teweegbrachten in spraakherkenning en objectclassificatie.
    • AlexNet: Zijn werk aan AlexNet in 2012 heeft een revolutie teweeggebracht in computer vision.

    Vertrek bij Google en waarschuwingen over AI: Van 2013 tot 2023 werkte Hinton zowel voor Google (Google Brain) als voor de Universiteit van Toronto. In mei 2023 kondigde hij zijn vertrek bij Google aan, daarbij verwijzend naar zijn groeiende bezorgdheid over de potentiële gevaren van AI-technologie. Hij benadrukte de risico’s, zoals de mogelijkheid dat AI intelligenter wordt dan mensen, het misbruik ervan door kwaadwillenden en het potentieel voor banenverlies in routinematige intellectuele taken. Hinton pleit nu voor meer onderzoek naar AI-veiligheid en ethische richtlijnen.

    Erkenningen en onderscheidingen: Hinton heeft talloze prijzen ontvangen voor zijn bijdragen aan de AI-revolutie, waaronder:

    • Turing Award (2018): Samen met Yoshua Bengio en Yann LeCun voor hun werk aan deep learning. Deze prijs wordt vaak de “Nobelprijs voor de informatica” genoemd.
    • Nobelprijs voor de Natuurkunde (2024): Samen met John Hopfield voor hun fundamentele werk op het gebied van kunstmatige neurale netwerken.
    • David E. Rumelhart Prize (2001)
    • Gerhard Herzberg Canada Gold Medal (2010)

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 11:31 am op August 29, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    De twee bekendste outlaws in de muziekindustrie 

    Willie Nelson is doorgaans bekend bij de doorsnee muziekliefhebber maar Johnny Paycheck is veelal de nobele onbekende. Daarom eerst hier een biografie van deze laatste ter kennismaking.

    Johnny Paycheck, geboren als Donald Eugene Lytle op 31 mei 1938 in Greenfield, Ohio, was een Amerikaanse countryzanger en songwriter. Hij staat bekend als een van de meest prominente “outlaws” in de geschiedenis van de countrymuziek. Zijn carrière werd gekenmerkt door zowel successen als onrust.

    Paycheck begon op jonge leeftijd met muziek. Hij speelde gitaar vanaf zijn zesde en trad op in talentenjachten vanaf zijn negende. Op 15-jarige leeftijd trad hij al professioneel op, vaak onder de artiestennaam “Ohio Kid”. In de jaren ’50 diende hij in de Amerikaanse marine, maar werd hij voor de krijgsraad gebracht en veroordeeld tot twee jaar militaire gevangenis na een aanval op een meerdere.

    Hij ontwikkelde zich als sessiemuzikant en achtergrondzanger voor artiesten als Ray Price, George Jones en Faron Young. Hij verwierf bekendheid met zijn bewerking van David Allan Coe’s nummer “Take This Job and Shove It” in 1977, wat zijn enige nummer 1-hit werd. Andere bekende nummers zijn “I’m the Only Hell (Mama Ever Raised)” en “She’s All I Got”.

    Zijn leven kende ook veel tegenslagen, waaronder problemen met drugsmisbruik, alcohol en juridische conflicten. In 1985 werd hij veroordeeld tot negen jaar celstraf voor zware mishandeling, maar werd in 1991 vervroegd vrijgelaten na twee jaar te hebben gezeten. Na zijn vrijlating zou hij zijn leven weer op de rails hebben gekregen.

    In 1997 werd Paycheck lid van de Grand Ole Opry. Hij overleed op 19 februari 2003 op 64-jarige leeftijd in Nashville, Tennessee. Hij leed aan emfyseem en astma. George Jones, die een vriend van hem was, financierde zijn begraafplaats.

    Nu kunnen we de vergelijking en de verschillen bekijken tussen deze twee country-artiesten:

    Willie Nelson en Johnny Paycheck waren allebei belangrijke figuren in de zogenaamde “outlaw country”-beweging van de jaren ’70, maar er zijn enkele opvallende verschillen tussen de twee artiesten.

    Overeenkomsten:

    • Outlaw Country: Beiden waren pioniers van de outlaw country-beweging, die zich afzette tegen de gepolijste “Nashville sound”.
    • Samenwerkingen: Ze speelden beiden in de band van Ray Price, de Cherokee Cowboys. Paycheck was bassist voordat Nelson als bassist toetrad.
    • Rebellie: Beiden hadden een imago van “rebellie” tegen het establishment, zowel in hun muziek als in hun persoonlijke levens.

    Verschillen:

    • Muzikale stijl: Hoewel beiden in het outlaw genre pasten, had Willie Nelson een meer diverse stijl. Hij combineerde traditionele country met elementen van pop, jazz, gospel en blues. Zijn muziek was vaak introspectiever en meer gericht op het schrijven van liedjes. Johnny Paycheck’s muziek daarentegen had een ruwer, meer “honky-tonk” geluid. Hij stond bekend om zijn hard-edged country, vaak met teksten over de moeilijkheden van de werkende klasse en een rebelse houding, zoals in zijn grootste hit “Take This Job and Shove It”.
    • Commercieel succes en nalatenschap: Willie Nelson genoot een veel breder en langduriger commercieel succes. Hij heeft een enorme discografie en is uitgegroeid tot een cultureel icoon. Zijn hits, zoals “On the Road Again” en “Always on My Mind”, zijn wereldwijd bekend. Paycheck is vooral bekend geworden door “Take This Job and Shove It” en wordt gezien als een belangrijke figuur binnen de outlaw country, maar zijn algehele carrière was minder stabiel en uitgebreid dan die van Nelson.
    • Imago en levensstijl: Beiden hadden te maken met persoonlijke problemen. Paycheck stond bekend om zijn tumultueuze leven en gevangenisstraffen, wat zijn rebelse imago versterkte. Willie Nelson had ook problemen met de belastingdienst, maar zijn imago is meer dat van de relaxte, marihuanagebruikende “good ol’ boy”, terwijl Paycheck’s imago meer dat van een “harde” figuur was.

     
  • Onbekend's avatar

    Raymond Thielens 9:49 am op August 14, 2025 Permalink | Beantwoorden  

    Jim Keltner, de veelzijdigste 

    Wat Hal Blaine was voor de sixties was Jim Keltner voor de seventies en later: de beste sessiedrummer van zijn tijd.

    De eerste keer dat Keltner mij opviel was bij de beluistering van de Randy Newman lp “Good Old Boys” en nadien ben ik hem blijven volgen. Hij was ook aanwezig op de lp’s “Sail Away” en “Little Criminals” van Newman. Een anekdote van Jim: ” Bij één van onze eerste opnames samen luisterde ik naar zijn teksten die zo komisch waren dat ik het uitproestte van het lachen en de opname verpestte. Nadien heb ik nooit meer geluisterd naar zijn teksten tijdens opnames, opdat het niet meer gebeurde”.

    Jim Lee Keltner werd geboren op 27 april 1942 in Tulsa, Oklahoma , USA. Hij staat vooral bekend als een veelzijdige en gevierde sessiedrummer en percussionist. Hij groeide op te midden van de rijke muzikale tradities van het Amerikaanse hartland, wat zijn muzikale wortels en stijl sterk beïnvloedde. Vanaf jonge leeftijd ontwikkelde Keltner een passie voor muziek en drummen. In de loop van zijn carrière werd hij vooral geroemd om zijn werk als sessiemuzikant, waarbij hij samenwerkte met tal van iconische artiesten uit verschillende genres. De namen oplijsten is onbegonnen werk omdat die eindeloos is. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met legendarische rock- en popmuzikanten. Daarom vermeld ik alleen de opmerkelijkste.

    Jim speelde op soloplaten van drie van The Beatles-leden: George Harrison, John Lennon en Ringo Starr, waarna hij vaak ook nauw samenwerkte met George Harrison en John Lennon. Jim en Ringo waren de drummers op het Concert voor Bangladesh, het eerste rockmuziek festival voor het goede doel, georganiseerd door George Harrison en Ravi Shankar in augustus 1971 in Madison Square Garden in New York. Hij drumde ook in de Madison Square Garden in 1972 voor John Lennon ten voordele van de Willowbrook State school.

    Zijn drumstijl combineert doorgaans bedrieglijk eenvoudige drumpatronen en een ongedwongen losse sfeer met buitengewone precisie. Voorbeelden hiervan vindt ge terug op “Jealous Guy” van Lennon’s lp Imagine en “Watching the River Flow” van Bob Dylan. Keltner drumde ook op lp’s van J.J.Cale.

    Door zijn loopbaan heen werkte hij met een breed scala van beroemde artiesten, waaronder Bob Dylan, waarbij hij door Dylan’s biograaf Howard Sounes werd omschreven als “de leidende sessiedrummer van zijn generatie”. Een andere anekdote: Bij de opname in 1973 voor de hit “Knocking on Heaven’s Door” vertelde Keltner later dat het lied hem zo raakte dat hij begon te wenen tijdens het drummen.

    Daarnaast speelde hij ook met artiesten zoals Eric Clapton, Traveling Wilburys (de supergroep met George Harrison, Roy Orbison, Bob Dylan en Tom Petty), Paul Butterfield en Neil Young.

    Zijn techniek wordt gekenmerkt door een soepele, expressieve stijl die zich makkelijk aanpast aan verschillende muzikale stijlen van rock tot folk en blues. Keltner’s spel doet nooit afbreuk aan het nummer, maar voegt subtiel en krachtig toe, waardoor hij zeer geliefd is bij de artiesten die op zoek zijn naar een drummer die het geheel een bijzondere dimensie geeft.

    In 1987 speelde hij samen met gitarist Ry Cooder en bassist Nick Lowe op de lp “Bring the Family” van John Hiatt. Vier jaar later kwamen de vier muzikanten terug samen om het eenmalige album Little Village op te nemen onder diezelfde groepsnaam Little Village. Luister dan ook naar de song: “Don’t go away mad”.

    Naast zijn muzikale carrière heeft Keltner ook enkele acteerrollen gehad in films zoals “Man of Steel” (2013) en “Batman vs Superman”: Dawn of Justice” (2016).

    Door zijn lange, rijke carrière en het grote aantal artiesten waarmee hij werkte, wordt Jim Keltner gezien als één van de meest invloedrijke en gerespecteerde drummer in de muziekgeschiedenis.

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
Beantwoorden
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
ga naar log-in
h
hulp weergeven/verbergen
shift + esc
Annuleren