Neil Sedaka (1939-2026)

Voor de standaard biografische gegevens van deze begenadigde pianist verwijs ik naar Wikipedia of “Dagelijks iets degelijks” van mijn goede vriend Ronny De Schepper. Zelf wil ik als aanvulling een paar gebeurtenissen of feiten uit zijn leven vertellen.

Om te beginnen met zijn eerste liefje op de middelbare school Carole King waarmee hij samen piano speelde en nadien optrok naar de befaamde Brill Building, het gebouw dat veel hitleveranciers huisde zoals ook Neil Diamond, Barry Mann, Cynthia Weil, Jeff Barry, Ellie Greenwich, Tommy Boyce. Daar scheidden hun wegen zich toen Carole een duo vormde met haar latere eerste echtgenoot Gerry Goffin terwijl Neil samen met Howard Greenfield vele hits schreef voor zichzelf en vele anderen en in 1962 zijn echtgenote Leba Strassberg huwde en trouw bleef tot aan zijn dood, wat zeer uitzonderlijk is in dit wereldje van glitter en party’s. Ze hadden mekaar ontmoet eind jaren ’50 toen hij optrad met een band in Esther Manor, het resort van haar moeder.

Neil was begin jaren ’60 een gevestigde waarde als popidool zoals zijn tijdsgenoot Paul Anka, maar toen de “British Invasion” van de Britse popgroepen furore maakten in de USA veroorzaakte dat de zwanenzang van talloze popzangers en crooners, zoals Elvis, Sinatra, Dean Martin en RCA zijn platenmaatschappij zijn platencontract niet meer hernieuwde eind 1966. Maar Neil bleef niet bij de pakken zitten en dacht: “als zij naar hier komen, ga ik wel naar daar” en stak de plas over naar de UK en herbouwde daar zijn carrière. Op een party ontmoette Neil die andere pianovirtuoos Elton John die hem meteen een contract aanbood op zijn pas opgerichte label “Rocket Records” en meteen zijn comeback lanceerde. Het album “Sedaka’s Back” bevatte opnieuw opgenomen versies van zijn eerdere successen en nieuwe songs zoals “Laughter in the Rain”.

Neil: “In 1970 stelde een bevriend agent, Dick Fox, voor dat ik naar de Albert Hall in Engeland zou gaan; hij dacht dat het een goede manier zou zijn om weer in de muziekwereld door te breken. Ik had in het London Palladium gespeeld en kreeg al die jaren nog steeds fanmail uit Engeland. Dus ik accepteerde het optreden in de Albert Hall op voorwaarde dat ik mijn hedendaagse nummers mocht zingen – ik had toen een album uit, ‘Emergence’, en gaf duizenden dollars van mijn eigen geld uit aan de promotie ervan. Tegelijkertijd vond ik een groep in Noord-Engeland [Manchester] genaamd de Hotlegs; zij zouden later 10cc worden.”


In een aflevering uit 1965 van de quizshow I’ve Got a Secret was Sedaka’s geheim dat hij de Verenigde Staten zou vertegenwoordigen op het Tsjaikovski-pianoconcours in Moskou in 1966. Panellid Henry Morgan, die niets van Sedaka’s geheim afwist, confronteerde hem met het feit dat de Sovjetbureaucratie rock-‘n-rollmuziek had verboden en dat alle westerse muziek die jonge Russen wilden horen, het land in gesmokkeld moest worden. Nadat Sedaka’s geheim was onthuld, maakte hij indruk op de panelleden met zijn uitvoering van Frédéric Chopins “Fantaisie Impromptu”. Morgans waarschuwing bleek echter profetisch: ondanks Sedaka’s klassieke achtergrond, zorgde zijn “andere” leven als popster ervoor dat de Sovjet-Unie hem diskwalificeerde voor deelname aan de wedstrijd.

Tijdens een zakenreis naar New York medio 1971 vroeg Harvey Lisberg, een fervent bewonderaar van Sedaka, aan Don Kirshner of hij iets nieuws had geschreven. Kirshner nam Lisberg mee naar een kleine kamer met een piano waar Sedaka al zat, en hij speelde een paar liedjes. Een daarvan was de Sedaka/Greenfield-compositie “(Is This the Way to) Amarillo?”, die Lisberg prachtig vond en die hij aan zijn artiest Tony Christie gaf, die het in 1971 opnam en uitbracht. Het nummer deed het relatief goed in de Britse singleslijst en bereikte de top 20.


Sedaka was de minzaamheid in persoon. Vriendelijk, beleefd, hartelijk en altijd lachend toonde hij ook in een deze anekdote waar andere zangers eerder verontwaardigd en kwaad zouden reageren maar hij niet. Op 7 april 2006 trad Sedaka op in de Royal Albert Hall toen hij midden in het concert werd onderbroken door een man die vanuit de coulissen het podium op liep. Het plan was dat Sedaka zou beginnen met het zingen van “Amarillo”, en na één couplet zou het publiek verrast worden door de verschijning van Christie voor een eventueel duet. Bij de onderbreking vroeg een verwarde Sedaka: “Wat is dit?” De indringer was een vertegenwoordiger van Guinness World Records, die Sedaka een prijs van Guinness World Records: British Hit Singles and Albums kwam overhandigen voor het componeren van “(Is This the Way to) Amarillo?”, de meest succesvolle Britse single van de 21e eeuw (tot dan toe). Na de presentatie zette Sedaka “Amarillo” in, Christie betrad het podium onder luid gejuich van het publiek, en na het succesvolle duet verlieten de twee mannen triomfantelijk, arm in arm, het podium, waarmee de eerste helft van Sedaka’s concert ten einde kwam.

Sedaka schreef voor John Lennon “The Immigrant” toen die problemen had om zijn green card te verkrijgen om zich definitief te vestigen in Amerika dat Lennon ontroerde, vrienden werden en Lennon af en toe frequenteerde tijdens diens “Lost Weekend”. Sedaka was ook de inspiratie voor Stevie Wonder, wiens platen hij veel speelde waardoor Stevie’s entourage hem “Whitey” noemden in Detroit.

Ook tijdens de covid-periode hield Sedaka contact met zijn fans via zijn account op Instagram , waarin hij regelmatig zijn filmpjes postte waarin hij liedjes zong op zijn huispiano.

We zullen hem nooit vergeten.